Opinie

Stekker eruit trekken, Kuzu, hoe dan?

Moslims krijgen juist meer aandacht in de zorg, schrijft verpleegkundige . Behandeling wordt aangepast aan de cultuur. De beschuldiging van Denk doet haar pijn.

Illustratie Hajo

Beste meneer Kuzu, ik heb net even uw videoboodschap bekeken, nadat ik las dat u stelde dat „de stekker er eerder uitgetrokken” zou worden bij patiënten met een migratieachtergrond. Ik verwachtte in uw verhaal een nuancering van deze uitspraak te gaan horen, maar u zegt het echt! Bij de twaalfde minuut in het filmpje op uw Facebook-pagina.

Omdat u geëmotioneerd raakte, heb ik besloten even de tijd voor u te nemen zodat ik u hopelijk wat gerust kan stellen, want ik zag dat het u zwaar valt.

Ik werk als oncologie-verpleegkundige in een ziekenhuis waar ik vaak en veel patiënten van Turkse en Marokkaanse komaf verpleeg, en zeker op deze plek zijn verschillen in cultuur duidelijk zichtbaar.

Het klopt dat de ‘eerste generatie allochtonen’ zelden (goed) Nederlands spreekt, maar dat is een stuk minder lastig dan het klinkt. Want in de islamitische cultuur wordt uitermate goed voor zieke familieleden gezorgd en dat uit zich bijvoorbeeld in het feit dat de zieke altijd wordt vergezeld door een perfect Nederlands sprekende tweede of derde generatie allochtoon. Deze ‘tolk’ is er de hele dag in de vorm van (meestal) een dochter of kleindochter.

Vanaf minuut 11.00: partijleider Denk over ‘de stekker’

Voor familiegesprekken hoeven geen agenda’s te worden getrokken, de familie is altijd beschikbaar. Net als alle informatiefolders in het folderrek trouwens, in de taal van de migrant. Dat rek staat meestal vlak bij de deur van het islamitisch gebedshuis dat in elk ziekenhuis te vinden is. De patiënt met een andere cultuur krijgt, kortom, op vele manieren speciale aandacht in het ziekenhuis.

Het bijzondere en voor het verplegend personeel vaak lastige van de islamitische cultuur is dat deze patiënten de grote overstap naar Allah het liefst zo helder mogelijk willen maken. Pijnstilling die het bewustzijn verlaagt en vaak de enige optie is om het lijden te verzachten, wordt zo lang mogelijk uitgesteld of helemaal niet geaccepteerd.

Ik kan u zeggen, meneer Kuzu, het aanschouwen van dit lijden, raakt mij dan weer heel erg. Verder kan ik u vertellen dat zeker de Marokkaans-Nederlandse (klein)dochter doorgaans een zeer assertieve vrouw is. Ze heeft veel kennis over het ziektebeeld van haar vader of moeder, oom of tante en weet ook wat er op de markt der behandeling te krijgen valt. Ze stelt zeer adequate vragen en verwacht daarop ook een goed antwoord. Zij laat zich niet met een kluitje in het riet sturen. En terecht. Ze zorgt zelf uitstekend voor haar familielid en verwacht dit ook van ons.

Meestal krijgt de islamitische zieke geen palliatieve sedatie, zelfs niet als dit de enige kans op verlichting van het lijden is. Maar daarnaast gaan islamitische patiënten soms nog een stapje verder. Zij willen behandeling tot het gaatje, ook als de kans op verbetering nihil is en de kans op ernstige complicaties eerder 100 procent.

Sterven is een zeer persoonlijke aangelegenheid en het respect dat wij als medisch personeel tonen door ons aan te passen aan de persoonlijke visie en wensen van patiënten gaat ver, voor patiënten van elke cultuur of persoonlijkheid.

In uw cultuur betekent dit dat er in de laatste fase 24 uur per dag soms wel 25 mensen in en uit de kamer van de patiënt lopen. Elke handeling van ons wordt met grote interesse en door vele wakende ogen geobserveerd.

Je moet van goede huize komen, meneer Kuzu, om in zo’n ruimte ergens een stekker uit te trekken.

Maar u wilt gelijke rechten voor allochtonen en autochtone patiënten? Dat zou jammer zijn. Want dan zal de dochter die haar familielid zo goed verzorgt en mij ontlast in mijn werk zich aan de bezoektijden moeten gaan houden. De lieve oude Marokkaanse dame gaat dan bij meneer Jansen op zaal. Ik zal dan 23 mensen uit de kamer moeten sturen in de belangrijke laatste fase van het leven van de patiënt waar u uw zorgen over heeft.

Ik persoonlijk blijf liever rekening houden met de gebruiken van patiënten uit alle culturen.

Met vriendelijke groet, Maria Bakker