Knappe mensen verdienen meer. En lelijke, maar dan wel écht lelijke

Inkomensverschillen

Knappe mensen verdienen meer – dat wisten we al. Nu blijkt zo’n bonus ook te gelden voor lelijke mensen. Maar dan wel écht lelijke.

Illustratie Tomas Schats

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand – wie zijn de rijksten van het land? De mensen met het mooiste uiterlijk, wordt vaak verondersteld. Al decennialang doen economen en psychologen onderzoek naar het bestaan van zo’n beauty premium: zo toonden Amerikaanse studies onder andere aan dat afgestudeerde rechtenstudenten en managers met een knap uiterlijk meer verdienen dan collega’s met een, in de woorden van de onderzoekers, „benedengemiddeld aantrekkelijk” uiterlijk.

De schoonheidsbonus bestaat inderdaad, maar alleen maar omdat er achter een mooi gezicht vaak andere positieve kenmerken schuilgaan, zoals een hogere intelligentie. Dat ontdekten Satoshi Kanazawa van de London School of Economics en zijn collega Mary Still van de University of Massachusetts.

In hun onderzoek kwam nog iets opvallends naar boven: juist ‘zeer onaantrekkelijke’ mensen hebben óók een hoger salaris. Deze kleine groep verdient steevast meer dan ‘gewoon’ onaantrekkelijke werknemers en soms zelfs meer dan werknemers met een gemiddeld of mooi voorkomen.

Lelijkheidsbonus

Er lijkt dus ook sprake van een ugliness premium, schrijven Kanazawa en Still in het Journal of Business and Psychology. De onderzoekers gebruikten de gegevens van ruim tienduizend proefpersonen die meededen aan het Amerikaanse bevolkingsonderzoek Add Health. Voor die longitudinale studie werden jongeren geïnterviewd in 1994 en 1995, toen ze gemiddeld 16 jaar oud waren. Daarna volgden vraaggesprekken (steeds door een andere interviewer) op hun 17de, 22ste en 29ste.

Tijdens elk gesprek werden de jongeren (zonder de uitslag te horen) door de interviewer beoordeeld op hun uiterlijk: heel onaantrekkelijk, onaantrekkelijk, middelmatig, aantrekkelijk of zeer aantrekkelijk. Op hun 29ste werd bovendien gevraagd wat hun bruto-inkomen was in het voorgaande kalenderjaar.

Wat bleek? De mensen die door de onderzoekers in het laatste vraaggesprek als heel onaantrekkelijk waren beoordeeld, verdienen een mediaan inkomen (oftewel: zonder invloed van uitschieters) van 35.000 dollar per jaar. Deelnemers die ‘gewoon’ onaantrekkelijk waren, bleven daar ver bij achter met een inkomen van 24.000 dollar per jaar. Alleen mensen die als zeer aantrekkelijk waren gelabeld verdienden net iets meer: 36.000 dollar.

Kortom: Als je niet knap bent, dan kun je maar beter écht lelijk zijn.

Kanazawa en Still probeerden met hun onderzoek te achterhalen wat de schoonheidsbonus kan verklaren. Of, zoals zij het stellen: why does beauty pay? Hun conclusie is dat het hogere salaris niet komt doordat iemand aantrekkelijk is, maar waarschijnlijk verklaard wordt door andere kenmerken die vaker voorkomen bij knappe mensen, zoals een goede gezondheid, hoge intelligentie en een prettige persoonlijkheid. „Het is vaak het totale pakket dat salaris beïnvloedt”, stellen de wetenschappers.

Uit onderzoek door evolutiebiologen bleek eerder al dat een symmetrisch gezicht met knappe gelaatstrekken – zoals volle lippen (voor vrouwen) of een brede kaaklijn (voor mannen) – een teken is van een goede genetische gezondheid. Schoonheid wordt dan ook gezien als een „gezondheidscertificaat”. Uit ander onderzoek blijkt dat fysieke aantrekkelijkheid een positieve correlatie vertoont met een hoge intelligentie.

Bovengemiddeld intelligent

Maar hoe zit het dan met de lelijkerds? Ook zij blijken bovengemiddeld intelligent. De ‘zeer onaantrekkelijke’ groep in het Add Health-bevolkingsonderzoek scoorden op 29-jarige leeftijd gemiddeld 102,0 punten op een IQ-test. Alleen de zeer aantrekkelijke mensen hadden nét een hoger IQ: 102,3. De ‘gewoon’ onaantrekkelijke mensen waren met een gemiddelde score van 96,2 het minst intelligent van de vijf categorieën.

De lelijkheidsbonus komt nu pas aan het licht doordat in eerdere analyses van de Add Health-data de categorieën ‘onaantrekkelijk’ en ‘zeer onaantrekkelijk’ op één hoop werden gegooid. Dan Hamermesh, emeritus hoogleraar in de economie aan de University of Texas, is kritisch over de publicatie van Kanazawa en Still. Hij heeft veel onderzoek gedaan naar het bestaan van een beauty premium, en zegt dat hij de groep van ‘zeer onaantrekkelijke’ proefpersonen (280 mensen op het laatste meetmoment) te klein vindt om conclusies te trekken.

Kanazawa en Still houden dan ook een slag om de arm in hun uitspraken over de lelijke medemens. Het lijkt er volgens hen op dat de onderzoekers van Add Health „ietwat terughoudend” waren om iemand zo’n label op te plakken: de opeenvolgende interviewers wisselden in hun oordeel of iemand ‘zeer onaantrekkelijk’ was. Daardoor varieert de groep op ieder meetmoment in omvang. Bij de andere categorieën was het oordeel consistenter (overigens komen door mensen gemaakte oordelen van aantrekkelijkheid sterk overeen met metingen van gezichtssymmetrie door computers en zijn ze vaak wél consistent tussen meerdere beoordelaars).

Het is nog niet duidelijk waarom zeer onaantrekkelijke mensen bovengemiddeld intelligent zijn, stellen Kanazawa en Still. Het lijkt in tegenspraak met de wetenschap dat intelligentie en fysieke schoonheid positief gecorreleerd zijn. Ze concluderen dan ook: „Er is duidelijk meer onderzoek nodig naar de unieke natuur van zeer onaantrekkelijke mensen.”