Recensie

Geen prominent componist, toch een grote meneer

Sigismund Neukomm (1778-1858) heeft geen prominente plek in de muziekgeschiedenis. Toch gold de Oostenrijkse componist bij leven als een grote meneer, die in zijn tweede thuisstad Parijs een indrukwekkende hoeveelheid geestelijke muziek bij elkaar schreef. Als leerling van Haydn en Mozart-bewonderaar schoeide Neukomm zijn noten bij voorkeur op klassieke leest. Harmonische verbeeldingskracht en avontuurlijke instrumentaties laten horen dat hij tegelijkertijd niet doof was voor romantische nieuwlichterij. Neem zijn Marche funèbre voor blazers en koor, waarin een markant kwakende ophicleïde (een voorloper van de tuba) voor een scherpe flakkering in de kopersectie zorgt.

Het op authentiek instrumentarium spelende La Grande Écurie Et La Chambre du Roy neemt de treurmars als opmaat voor het Requiem in c-klein . De zangers van het Choeur De Chambre De Namur weten wel raad met Neukomms dramatische tekstexpressie en zingen uitstekend in zowel de koor- als de solopassages.