Minder fabrieken over de grens

Investeringen

De buitenlandse investeringen in het Verenigd Koninkrijk en Nederland zijn gekelderd. De Brexit?

Illustratie Studio NRC

Tussen alle gunstige economische cijfers even een domper: de investeringen door buitenlandse bedrijven in West-Europa zijn vorig jaar gekelderd. Vooral in het Verenigd Koninkrijk en in Nederland.

De Europese economie deed het best aardig in 2016, ondanks alle onzekerheid rondom de Brexit. Het bruto binnenlands product (bbp) van de EU nam toe met krap 2 procent, het Britse zelfs iets meer. Heel anders is het beeld bij de grensoverschrijdende investeringen. Denk aan de bouw van een fabriek of de opening van een filiaal over de grens.

In het Verenigd Koninkrijk daalde de waarde van de buitenlandse investeringen met 40 procent, van 53 miljard euro in 2015 naar 32 miljard euro in 2016, volgens cijfers van ING. De bank heeft beschikking over fDi Intelligence, een gezaghebbende database over investeringen. In Nederland investeerden buitenlandse bedrijven vorig jaar 4,5 miljard euro, ofwel 38 procent minder dan een jaar eerder. In Duitsland vielen de investeringen terug met ruim een kwart, naar 9,7 miljard euro. In de EU als geheel vonden 12 procent minder buitenlandse investeringen plaats, wereldwijd namen de buitenlandse investeringen juist toe met 7 procent.

De Brexit laat zich nu al voelen, denkt ING. Verbazingwekkend is het niet dat buitenlandse bedrijven nu even de kat uit de boom kijken, zegt Raoul Leering, econoom bij de bank. „Het is onduidelijk hoe zwaar de handel tussen het Verenigd Koninkrijk en het Europese vasteland zal worden getroffen door de Brexit. Voordat dat is uitgekristalliseerd, kunnen bedrijven niet weten wat in de nieuwe situatie de aantrekkelijkste productielocatie is.” Op de langere termijn kan het Europese vasteland profiteren van de Brexit, maar vooralsnog geldt onzekerheid, net als aan de andere kant van het Kanaal, zegt Leering.

Niet alle economen denken aan de Brexit als verklaring. De cijfers van UNCTAD, de handelsorganisatie van de Verenigde Naties, komen ruwweg overeen met die van ING. Maar Astrit Sulstarova, hoofd Investeringstrends bij UNCTAD zegt dat de rode cijfers in West-Europa „niet noodzakelijkerwijs” met de geplande Britse EU-uittreding te maken hebben. De investeringscijfers kunnen van jaar tot jaar flink uiteenlopen, zegt hij. Een paar grote projecten kunnen tientallen procentpunten schelen.

„Bekijk je het bredere beeld, dan zie je dat de investeringen van bedrijven in productiecapaciteit na de crisis sowieso nogal zwak zijn geweest in de hele westerse wereld”, zegt de VN-expert aan de telefoon. Internationale bedrijven, zegt Sulstarova, zijn huiverig om grensoverschrijdende investeringen te doen vanwege de zwakke wereldwijde vraag naar producten en diensten. Die vraag vertaalt zich in een steeds lagere wereldwijde economische groei. De mondiale bbp-groei is teruggelopen van ruim 4 procent in 2011 naar ruim 3 procent in 2016.

De meeste investeringen worden gedaan door binnenlandse, bedrijven. Is hier al een Brexit-effect merkbaar? In het Verenigd Koninkrijk lagen de binnenlandse bedrijfsinvesteringen volgens voorlopige gegevens van de Britse overheid in 2016 1,5 procent lager dan in 2015, op 208 miljard euro. Dat is nog niet echt een enorme klap te noemen.