Meer mensen in de bijstand, vooral door asieltoestroom

Sociale zekerheid

Het aantal mensen dat bijstand ontvangt, neemt al acht jaar toe. In 2016 was de stijging toe te schrijven aan de instroom van migranten.

Het aantal mensen dat in Nederland bijstand ontvangt, is in 2016, net als in 2015, gestegen ten opzichte van het jaar ervoor. Eind vorig jaar waren er 467.000 bijstandsgerechtigden, 18.000 meer dan een jaar eerder. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Per saldo is in 2016 alleen het aantal bijstandsontvangers met een niet-westerse migratieachtergrond toegenomen. Voor een aanzienlijk deel gaat het om mensen die asiel hebben aangevraagd in Nederland en een verblijfsvergunning hebben gekregen. Na het verkrijgen van zo’n vergunning kunnen zij een beroep doen op de bijstand. In 2016 betrof het voornamelijk vluchtelingen uit Syrië en Eritrea. De hoeveelheid bijstandsgerechtigden met een Nederlandse of westerse achtergrond is juist licht gedaald in 2016.

Het aantal mensen dat bijstand ontvangt, is sinds 2009 elk jaar toegenomen, waarmee de stijging in totaal uitkomt op 163.000 mensen. In 2013 was de toename met 32.000 mensen het grootst. De twee daaropvolgende jaren was de groei met 21.000 en 15.000 mensen steeds kleiner, om in 2016 weer aan te trekken.

In heel Nederland waren er eind 2016 41 bijstandsgerechtigden per duizend inwoners. Die verhouding loopt in verschillende regio’s sterk uiteen: zo is de zogenoemde bijstandsdichtheid in de gemeenten met minstens honderdduizend inwoners het grootst in Rotterdam (96 per 1.000) en Leeuwarden (82 per 1.000).

Dit kan er volgens het CBS op duiden dat het arbeidsaanbod en de arbeidsvraag in een dergelijke regio minder goed op elkaar aansluiten. Op die manier is de doorstroom van bijstandsgerechtigden, zeker als het gaat om langdurig werklozen, naar een baan minder soepel. In Rotterdam is 57 procent van de bijstandsontvangers langdurig werkloos, in Leeuwarden 47 procent.

In de gemeenten Westland (20 per 1.000 inwoners) en Haarlemmermeer (21 per 1.000) is de bijstandsdichtheid het laagst.

Het afgelopen jaar kwamen net als een jaar eerder vooral meer jongeren en ouderen in de bijstand terecht. In de groep van 45 jaar tot de AOW-leeftijd waren dat 10.000 mensen, bij de jongeren tot 27 jaar 7.000.