In 2016 meer elektriciteit uit groene stroom, vooral door windmolens

Het nieuwe windpark Gemini, ten noorden van Schiermonnikoog, had daarin een groot aandeel.

Ruim de helft van de geproduceerde groene stroom komt uit windmolens. Foto Jerry Lampen/ANP

De productie van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen is in Nederland het afgelopen jaar opnieuw gestegen, vooral door de toename van het gebruik van windenergie. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In 2016 steeg de productie van elektriciteit uit windenergie, biomassa en zonnestroom en waterkracht met 15 procent ten opzichte van 2015.

De elektriciteitsproductie - gecorrigeerd voor weersomstandigheden en inclusief de indirecte productie van elektriciteit uit groen gas - uit hernieuwbare bronnen bedroeg in 2016 15 miljard kilowattuur (kWh), in 2015 was dit nog 13 miljard kWh. Ruim de helft van de groene stroom komt uit windmolens, ongeveer eenderde wordt opgewekt met biomassa - het gebruikmaken van aardwarmte en het opslaan van CO2- en de rest komt van zonnepanelen en waterkracht.

In 2015 werd 11 procent van het totale elektriciteitsverbruik duurzaam opgewekt, in 2016 was dat 13 procent.

Windenergie motor achter groei

De groei van de hernieuwbare elektriciteitsproductie is voor 70 procent het gevolg van een toegenomen productie met windmolens. De capaciteit van windparken op zee verdubbelde naar bijna 1.000 megawatt: het nieuwe windpark Gemini, ten noorden van Schiermonnikoog, had met een capaciteit van 600 megawatt daarin een groot aandeel. Op het land was er sprake een stijging van 7 procent naar 3.200 megawatt.

Het afgelopen jaar hadden alle windmolens in Nederland bij elkaar een vermogen van 4.000 megawatt, ruim 800 megawatt meer dan in 2015. Van de 154.000 megawatt die alle landen van Europese Unie bij elkaar aan windmolencapaciteit hebben, bekleedt Nederland met een aandeel van 3 procent de tiende plaats. Op eenzame hoogte staat Duitsland, dat ongeveer eenderde van het totale vermogen op zich neemt, gevolgd door Spanje (15 procent).