Column

Het duistere in mijn innerlijk is een muis

Het is ook altijd wat. Nu heb ik een muis in huis. ’s Avonds hoor ik hem scharrelen onder de kast. Nadat ik de afgelopen tijd hier een mierenplaag heb gehad, een dode vogel, tweeënvijftig lieveheersbeestjes en een buitenlandse kakkerlak van tien centimeter lang die in mijn koffer was meegereisd en die ik sindsdien vrees aan te treffen in ieder kopje thee, vind ik de muis een beetje veel.

Het zijn materialisaties van mijn eigen gedachten, dat weet ik ook wel. Demonstraties van mijn angst en slechte inborst. Alles wat aan mij knaagt komt tot leven onder de kast en in de kelder; overal in huis kruipen mijn muizenissen rond. Andere mensen hebben geen last van dit soort onzin. Die hebben veel machtigere dieren in hun innerlijk wonen. Op sociale media kiezen de luidruchtigste sprekers voor roofvogels of vechthonden als avatar: er zijn dagen waarop ik iets beweer en antwoord krijg van twee pitbulls en een adelaar. Maar zelf herberg ik in mijn borst slechts kleine knaagdieren en kruipende insecten.

Bij toeval hoorde ik zojuist twee voordrachten over dat duistere in je innerlijk. Dat wat diep in jezelf onaangenaam is, boos en angstig. Carl Jung noemde het de schaduw. En al heb ik geen verstand van psychoanalyse, ik raakte wel geïnteresseerd toen ik eerst over Freud en Jung hoorde praten en pal daarna over de psychoanalyticus Winnicott, en toen ik zodoende werd ondergedompeld in alle menselijke angsten en onzekerheden. Toen vervolgens ook die muis nog opdook, begon ik me vragen te stellen over mijn eigen schaduwkanten.

Als eerste vroeg ik me natuurlijk af waarom andere mensen vitale schaduwen hebben in de vorm van staffordshireterriërs en waarom ik word afgescheept met lieveheersbeestjes. Want na al die lezingen wist ik wel dat je zo’n zwarte schaduw niet alleen maar negatief moet interpreteren. De schaduw bestaat uit primitieve emoties en afkeurenswaardige impulsen die naar het duister onder de kast worden verbannen, maar ze is ook de plaats waar vitaliteit en potentie huizen. Je kunt dat allemaal onderdrukken en negeren, maar je kunt de dierlijke impulsen ook onder ogen zien en integreren. En dan word je een vitaal, volwassen mens.

Ik dus op zoek naar mijn innerlijke gemier. En ik wist waar ik moest zoeken, want wat al een tijd in mij wriemelt, is juist mijn nieuwsgierigheid naar die vechthonden in anderen. Waarom kiest iemand op Twitter voor een profielfoto van een zwarte hond die zijn tanden laat zien? Van welke kwetsuren is die hond een teken? Welke angsten liggen eraan ten grondslag? Wat is daar ooit misgegaan? In mij roept zoveel primitieve agressie altijd deernis op. Maar als ik vervolgens net zo spiedend naar mezelf kijk als naar die ander, vraag ik me opnieuw af waarom. Waarom ben ik benieuwd naar de beschadigingen van een ander?

Ik snuffel rond op de hangplekken van mensen wier wereldbeeld ik niet deel. Ik knabbel aan de teksten van de meest extreme en agressieve denkers. Nou is daar wel iets voor te zeggen, want ook uit onwelgevallige hoeken kunnen prima argumenten komen. Toch zitten er risico’s aan. In combinatie met mijn vermoeden dat de agressie voortkomt uit verwondingen, ben ik geneigd milder te kijken naar degenen met wie ik het faliekant oneens ben dan naar mijn medestanders. Tot op het punt waarop ik vooral opkom voor degenen die in gepolariseerde conflicten het verst weg staan. En dat is niet altijd handig.

Natuurlijk is er reden om met zorg naar anderen te kijken. In het geblaf van de honden kun je de angst herkennen buiten de roedel te belanden en daar alleen en kwetsbaar te zijn. Wie met een pitbull als avatar nadruk legt op een nationale of etnische identiteit zoekt de bescherming van de groep, en dat valt goed te begrijpen. Maar geldt het niet net zozeer voor al die anderen? Wie is er nu niet bang en kwetsbaar? Zodra je met ieders beschadigingen rekening gaat houden, neem je niemand in zijn keuzes en overtuigingen nog echt serieus.

Er klinkt geritsel in de keukenkastjes en gestommel achter de plinten. Welke inferieure impulsen en onaanvaardbare emoties in mijn innerlijk zorgen ervoor dat ik strenger ben in eigen kring dan veraf? Het is niet plezierig naar de kakkerlakken in je geest te moeten kijken, alleen al de suggestie van zo’n zwarte kant aan je persoonlijkheid heeft iets beschuldigends. Maar ik moet zeggen dat het verhelderend is dat donkere gebied eens te zijn binnen gestapt waar mijn meningen zich onbewust vormen. En nu wilt u waarschijnlijk dat ik de conclusie van de zelfanalyse in de krant zet, maar u weet wat analytici aan het eind van zo’n sessie zeggen: ‘Onze tijd voor vandaag zit erop.’

Maxim Februari is schrijver en jurist.