Gemeente Den Haag

Nabestaanden Joden krijgen compensatie voor naheffingen over geroofde huizen

De gemeente Den Haag wil 2,6 miljoen euro reserveren om Joodse huiseigenaren te compenseren die na de oorlog erfpacht en straatbelasting over hun geroofd bezit hebben betaald. Den Haag ziet dit als „moreel rechtsherstel” voor beleid tussen 1940 en 1955 dat, aldus burgemeester Jozias van Aartsen (VVD), „kil en bureaucratisch” is geweest. Na Amsterdam is Den Haag de tweede stad die deze erfpacht terugbetaalt. De gemeenteraad moet nog wel instemmen met het plan.

Joodse grond- en huiseigenaren verloren in 1941 zeggenschap over hun eigendommen door een verordening van de Duitse bezetter. Hun namen werden echter niet uit het kadaster geschrapt. De gemeente Den Haag zag hen na de oorlog daarom als juridische ‘genothebbenden’ en inde de niet-betaalde erfpacht en straatgelden over de belastingjaren ’43, ’44 en ’45 alsnog, zo nodig bij nabestaanden. Zelfs al waren de meeste eigenaren destijds ondergedoken, geïnterneerd in een concentratiekamp of vermoord.

Dit kwam in december naar voren uit het onderzoek De houding van de gemeente Den Haag tegenover Joodse eigenaren van onroerend goed 1940-1955 door historicus Robin te Slaa. De gemeente gaf hier opdracht toe nadat Den Haag werd genoemd in een eerder onderzoek van het NIOD, naar roof en rechtsherstel rond de oorlog door de gemeente Amsterdam. Die gemeente inde, zo bleek daaruit, na de oorlog niet alleen erfpacht met terugwerkende kracht, maar legde Joodse eigenaren of hun nabestaanden ook boetes op wegens niet-betalen.

Amsterdam besloot in 2014 tot restitutie van die boetes. De geïnde erfpacht, een bedrag dat met rentes zou neerkomen op maximaal 10 miljoen euro, wordt collectief uitbetaald aan de Joodse gemeenschap in Amsterdam, zo werd deze zomer besloten.

In Den Haag kunnen families nu wel individueel aanspraak maken op restitutie van „immoreel opgelegde erfpachtcanons en straatbelasting”, mits zij kunnen bewijzen daar recht op te hebben. Dat geldt in elk geval voor nabestaanden van zes eigenaren die hier na de oorlog tegen in beroep gingen. Joodse organisaties gaan gedurende een jaar proberen meer rechthebbenden op te sporen, wat niet eenvoudig zal zijn: veel bewijsstukken zijn vernietigd. Het bedrag dat overblijft, gaat naar de Joodse gemeenschap.