Euthanasie

Niet verplicht leven voor iedereen

‘Ieder mens heeft het recht een eind aan zijn leven te maken’, schrijven Dorien Pessers en Alfred Sachs in hun kritische beschouwing over het in de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel van D66 om gezonde ouderen die hun leven voltooid achten, van staatswege hulp te bieden bij de door hen gewenste zelfdoding (Opinie & Debat, 25 februari). Maar twee zinnen later blijkt dit nobele standpunt echter niet te gelden voor de categorie waar het in dit plan nu juist om draait. Met als argument dat de hulp in dergelijke gevallen niet op medische, maar op maatschappelijke grondslag verleend zou worden. Want dat staat volgens de auteurs haaks op de eerste taak van de staat, die ‘is en blijft om het leven te beschermen’.

Er kunnen allerlei redenen zijn waarom mensen een authentieke doodswens hebben. Wat daarbij de doorslag moet geven, is dat het niet om een opwelling gaat, maar om een weloverwogen keuze. Dat moet dus zorgvuldig worden vastgesteld. Een staat die daarbij faciliterend optreedt, zou volgens de auteurs ten prooi zijn aan moreel verval. Maar dit zou de staat juist sieren, want het voorkomt dat mensen noodgedwongen het heft in eigen handen nemen. Van moreel verval is pas sprake, als er van staatswege voor iedere burger ongeacht zijn maatschappelijke situatie een plicht tot leven is, tot het bittere einde toe.