Column

‘Die naïviteit van Asscher’

In deze voor de PvdA zo benarde tijden moeten we behoedzaam met de kwetsbare leden van die partij omgaan. Niet vitten, niet plagen, niet ontmoedigen. Ik stelde me daarom, voor mijn doen, bijzonder terughoudend op na het RTL-debat van zondag.

„Wat vond je er zelf van?”, vroeg ik toen we de tv hadden uitgezet. Het lijstje van de enquête onder de kijkers brandde nog na op ons uitgeputte netvlies: 1. Pechtold. 2. Klaver. 3. Buma. 4. Roemer. 5. Asscher.

„Tja”, zuchtte mijn vrouw, „het houdt niet over.”

„Bedoel je de vijfde plaats van je lijsttrekker of je eigen waardering voor zijn optreden?” vroeg ik zo argeloos mogelijk.

„Allebei. Ik had op meer gehoopt. Ik vond ’m nogal vlak, niet bezielend genoeg. Hij was niet bepalend, terwijl hij dat gezien de slechte peilingen wel had moeten zijn.”

„Hoe vond je het dat hij zich keerde tegen de stelling ‘We moeten meer vluchtelingen opnemen?’”

„Teleurstellend. Ik voelde me op dat punt beter vertegenwoordigd door Klaver en Pechtold. En ik denk dat dit voor veel meer PvdA-leden zal gelden.’’

Zelf was ik vooral verbaasd geweest over het slot van het debat. Asscher besloot eindelijk iemand uit te dagen, Buma van het CDA; hij maakte er echter geen duel van, maar een halfslachtige poging tot ‘verbinding’. „Want ik zie in u een door waarden gedreven politicus. Laten we elkaar op het schild tillen.”

Buma keek hem aan alsof hij water zag branden, herstelde zich van de verbijstering en begon te foeteren: „U heeft vier jaar geregeerd en Nederland is bozer geworden…” Waarna een litanie van klachten volgde. Asscher reageerde bedremmeld, als een afgewezen minnaar.

„Die naïviteit van Asscher”, zei mijn vrouw, „daar begreep ik niets van. Buma had in het hele debat alleen maar zeer rechtse taal uitgeslagen. Iedereen vraagt wel aan Rutte of hij nog met Wilders wil samenwerken, maar wat dacht je van Buma? Die wil niets liever, zo te horen. Net zoals Balkenende destijds dikke maatjes wilde zijn met Fortuyn en Wilders. Verbinding met dít CDA? Hoezo?”

We moesten even terugdenken aan het optreden van eurocommissaris Frans Timmermans, vorige week bij Jinek. Op de herhaalde vraag van Eva Jinek of het Europa-project was mislukt, reageerde Timmermans met de uitroep: „Mislukt? We hebben nog nooit zo lang vrede gehad in Europa. Noem je dat mislukt?” Er volgde een bevlogen exposé, zó indrukwekkend dat tafelgenoten applaudiseerden.

„Wat ik nooit van jouw partij zal begrijpen…”, begon ik.

„Ik weet wat je wil zeggen: dat we Timmermans nooit hebben gekandideerd voor de leiding.”

„Hij had jullie tweede Den Uyl kunnen worden. Charisma, bezieling, inhoud, welbespraaktheid. Wat wil je nog meer? Hij, of destijds Eberhard van der Laan, had jullie uit de brand kunnen helpen.”

„Lieverkoekjes worden niet gebakken”, zuchtte ze.

„Niet bij jullie”, zei ik, „maar wel bij GroenLinks waar ze op het juiste moment de juiste leider kozen.”

Ze keek me een beetje achterdochtig aan. „Je gaat toch niet naar GroenLinks overlopen?”

„Er kan nog veel gebeuren tussen nu en 15 maart”, zei ik effen.