Den Haag verliest een statig heethoofd

Jozias van Aartsen De burgemeester van Den Haag stopt er woensdag mee. Afscheid van een bestuurder die pal stond voor zijn politie, de stad internationale allure gaf, maar ook een band kreeg met ‘de Hagenezen’.

Burgemeester Jozias van Aartsen van Den Haag bij de speciale NSS-vlaggen die net gehesen zijn bij de Hofvijver. De nuclaire top werd in 2014 gehouden in het World Forum. Foto Bart Maat/ANP

Een man van het zand. Vraag Haagse fractieleiders, raadsleden, ondernemers en bewoners naar burgemeester Jozias van Aartsen, en deze typering wordt bijna automatisch teruggekaatst. ‘Op het zand’, aan de duinzijde van Den Haag, wonen de Hagenaren: de kakkers, de mannen in streepjespakken. Aan de andere kant, ‘op het veen’, in wijken als Transvaal en Moerwijk, wonen de Hagenezen: die zijn grover, met een plat accent – denk aan dartskampioen Raymond van Barneveld. Sinds een aantal decennia zijn daar de Nederlanders met een migratieachtergrond bijgekomen.

Vandaag, woensdag 1 maart, eindigt de ambtsperiode van Van Aartsen (69). Bij zijn aantreden, begin 2008, werd in de lokale media gesproken van een ‘parmantig type’, een ‘rechtse bal’ – het was nog maar de vraag of de voormalig VVD-minister het sterk in klassen verdeelde Den Haag bij elkaar zou weten te houden.

Van Aartsen bewees zich in eerste instantie als een klassieke law and order-bestuurder: protestbeweging Occupy moest begin 2012 het Malieveld verlaten; de jaarlijkse wedstrijd om het grootste vreugdevuur tussen Scheveningen en Duindorp werd aan banden gelegd; krakersbolwerk De Vloek werd ontruimd. Het horecabeleid hield Van Aartsen streng: in het centrum geldt dezelfde geluidsnorm als in woonwijken, en wie die overschrijdt, krijgt 5.000 euro boete. Intussen richtte de burgemeester zich op de profilering van de stad: Den Haag moest een echte metropool worden, met internationale allure.

Rellen in de Schilderswijk

Van Aartsen, de man van het zand, moest tijdens zijn burgemeesterschap behoorlijk vaak het veen op. Vooral toen het in de Schilderswijk uit de hand begon te lopen: in de zomer van 2014 waren er rellen als gevolg van pro-IS-demonstraties, en later waren er weer anti-IS-demonstraties. Demonstranten haalden stenen uit de grond om die naar de politie te gooien, de ME moest radicale moslims en rechtsextremisten uit elkaar zien te houden. In de zomer van 2015 braken opnieuw rellen uit in de wijk, na de dood van Arubaan Mitch Henriquez door politiegeweld. Een demonstratie voor politiebureau Heemstraat liep uit de hand: winkelruiten en bushokjes sneuvelden, en weer moest de ME in actie komen.

Van Aartsen benaderde de problemen in de Schilderswijk op een pragmatische manier. Hij ging na: wie is hier belangrijk? Om met die mensen in gesprek te gaan.

Malika Chtatou, projectleider bij Oumnia Works, een educatief programma dat moeders uit de Schilderswijk voorlicht over radicalisering, vertelt hoe Van Aartsen haar en andere wijkbewoners tijdens de rellen in 2014 opbelde met het verzoek later die week bij hem langs te komen. Op zijn kamer overlegden ze over de beste aanpak. Niet alleen bezorgde buurtwerkers waren uitgenodigd, zegt Chtatou, „ook jongens die de avond ervoor nog met stenen aan het gooien waren”. Dat Van Aartsen de dialoog met deze jongens aanging, zorgde ervoor dat de rust relatief snel terugkeerde in de wijk.

Itai Cohn, initiatiefnemer van de Schilderswijk Bewoners Tours, waarbij bewoners bezoekers rondleiden, herinnert zich hoe de burgemeester die zomer regelmatig langskwam, „vaak gewoon op de fiets, zonder bewaking”, om op straat te vragen hoe het ging. „Dat hij op dat moment zo veel vertrouwen toonde in de wijk, gaf de bewoners het gevoel dat ze er weer bij hoorden.”

Toch klinkt ook kritiek op Van Aartsens optreden in de Schilderswijk: hij zou te lang hebben gewacht met ingrijpen, te veel gericht zijn geweest op herstel van de rust en te weinig op de aanpak van de eigenlijke problemen.

Mohammed Ghay, geboren in de Schilderswijk, herkent dat wel. Toen hij nog voorzitter was van Actiecomité Herstel Van Vertrouwen – gericht op verbetering van de relatie tussen Haagse jongeren en politie – merkte hij dat bijvoorbeeld etnisch profileren voor Van Aartsen nogal een ‘ver-van-mijn-bedshow’ was.

„In de eerste jaren van zijn burgemeesterschap ontkende hij simpelweg het bestaan ervan.”

Ghay had geregeld hevige discussies met Van Aartsen, en kreeg daarbij te maken met de driftige kant van de burgemeester. „Toen ik in 2013 tijdens een overleg suggereerde dat er mogelijk een angstcultuur bij de politie heerste, waardoor agenten elkaar niet durfden aan te spreken op racistisch gedrag, schoot hij totaal uit zijn slof.” Toen was het keihard met de vuist op tafel en: „Wie denk je wel niet dat je bent?”, vertelt Ghay. „Potverdikkeme!”

Het verwijt dat Van Aartsen de politie te veel de hand boven het hoofd hield, klonk vaker – zeker toen hij na de dood van Henriquez geen extra maatregelen nam tegen etnisch profileren. Ondanks veel signalen hiervan – bijvoorbeeld van jongens met een Turkse of Marokkaanse achtergrond aan wie zonder reden hun ID werd gevraagd– bleef de burgemeester herhalen dat de politie haar werk in de regel goed deed. De komst van ‘stopformulieren’, waarop agenten altijd de etniciteit van een aangehouden persoon moeten aangeven, hield hij vorig jaar resoluut tegen – ondanks een grote, overwegend linkse, meerderheid in de gemeenteraad. Van Aartsen noemde zo’n maatregel „onaanvaardbaar”. De Haagse politie zou geen strengere behandeling verdienen dan die in andere steden.

Starre houding

Deze starre houding leidde tot een hoop kritiek, bij de linkse partijen in de raad, inwoners met een migrantenachtergrond en organisaties als Amnesty. Toch bestaat er ook begrip: een burgemeester kan eigenlijk niet anders dan achter zijn korps staan. Zeker in een stad als Den Haag, waar het weleens knettert tussen politie en inwoners. „Hij deed wat iedere andere burgemeester zou doen”, zegt zijn Rotterdamse collega Ahmed Aboutaleb. „Ik was ook tegen die stopformulieren. Met dat soort extra bureaucratie is niemand geholpen.”

Ook Richard de Mos, fractieleider van de Haagse PVV-afsplitsing Groep De Mos, prijst Van Aartsens vertrouwen in de politie. „Ik snap het probleem van etnisch profileren nooit zo goed. Als je niets te vrezen hebt, laat je toch gewoon je rijbewijs zien?”

Begin dit jaar ging de burgemeester alsnog akkoord met een aantal maatregelen, zoals bodycams voor agenten. De stopformulieren bleven onbespreekbaar.

Ook De Mos kreeg te maken met de lichte ontvlambaarheid van Van Aartsen. Zo wees de burgemeester in 2015, vlak na de aanslagen in Parijs, een verzoek van de marechaussee om automatische pistolen af. Zulke wapens zouden volgens hem niet passen in het straatbeeld. De Mos zei daarop in lokale media dat de marechaussee van Van Aartsen blijkbaar alleen met klappertjespistolen mocht schieten. De Mos: „Belde hij me meteen op, ‘of ik helemaal gek geworden was’, en dat ik mijn woorden moest intrekken.” De Mos kon er wel om lachen. Voor de bewoners van Den Haag wist Van Aartsen zijn heethoofdige kant goed verborgen te houden. In raadsvergaderingen en op publieke evenementen was hij doorgaans bijzonder beheerst en beleefd.

Lof klinkt over de hele linie voor Van Aartsens inspanningen om Den Haag internationaal te profileren. Als oud-minister van Buitenlandse Zaken deed hij een breed netwerk op dat hij geregeld inzette. Het streven de stad meer allure te geven, is ruimschoots gelukt: diverse grote organisaties en evenementen kwamen na een lobby van Van Aartsen naar Den Haag. De komst van het Global Parliament of Mayors is volgens betrokkenen geheel aan hem toe te schrijven, net als de ontvangst van de Nuclear Security Summit in 2014. Volgens Aboutaleb was Van Aartsen op dat congres „als een vis in het water” naast wereldleiders als Obama en Merkel. De man van het zand in volle glorie.

Met de koning naar de markt

En toch: hoewel Van Aartsen absoluut een Hagenaar bleef – beleefd, statig, altijd strak in pak – werd hij ook steeds meer burgemeester van de Hagenezen. In de Schilderswijk wordt verteld hoe hij en zijn vrouw inmiddels ‘vrienden van het zand’ mee de wijk in nemen voor een rondleiding.

Hoogtepunt was Van Aartsens uitnodiging aan koning Willem-Alexander, begin vorig jaar, de Haagse Markt te bezoeken, tussen de Schilderswijk en Transvaal. De beveiliging van de koning werd verzorgd door jongens uit de buurt, die hem langs de visboer en de plaatselijke kickboksschool begeleidden.

Partijgenoot Mark Rutte, misschien wel de bekendste inwoner van Den Haag, formuleert het desgevraagd zo: „Van Aartsen was een echte burgervader die het zand en het veen op een knappe manier heeft verbonden.”

In een eerdere versie van dit artikel over Jozias van Aartsen stond dat een demonstratie uit de hand liep voor politiebureau Heemskerk. Dat moet zijn: Heemstraat.