Dekker laat alternatief rekentoets onderzoeken

De toets, ingevoerd in het schooljaar 2013/2014, zou te moeilijk, talig en onduidelijk zijn.

Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs. Foto Bas Czerwinski / ANP

Staatssecretaris Sander Dekker (VVD, Onderwijs) laat onderzoek uitvoeren naar een alternatief voor de rekentoets in het voortgezet onderwijs. Dat schrijft Dekker in een brief aan de Tweede Kamer.

Om een vervanging voor de rekentoets te bedenken, zit Dekker om tafel met de Nederlandse Vereniging voor Wiskundeleraren (NVvW). Dat doet hij naar aanleiding van een motie die de Kamer eind 2015 aannam, waarin de regering werd opgeroepen met het onderwijsveld in gesprek te gaan over de rekentoets. Het overleg vindt plaats in twee groepen: één richt zich op het vmbo, de ander op de havo en het vwo. Tot er een alternatief is, blijft de huidige rekentoets van kracht.

Kritiek

De rekentoets werd in het schooljaar 2013/2014 ingevoerd. Het rekenniveau van leerlingen in het middelbaar onderwijs lag te laag en daar moest de verplichte rekentoets verandering in brengen. Maar na de invoering kwam er meteen behoorlijk wat kritiek: de toets zou te moeilijk zijn, te veel tekstjes bevatten en de opgaven zouden vaak open liggen voor interpretatie.

Volgens voorzitter Swier Garst van de NVvW gaat de belangstelling van de betrokken partijen momenteel in het bijzonder uit naar een alternatief waarbij rekenen geïntegreerd wordt in bestaande vakken. “Bij bijna alle vakken is het mogelijk rekenopgaven te geven.”

Maar, benadrukt Garst, dat voorstel is nog ‘under construction’ en het kan nog wel even duren voor het alternatief er is. De besluitvorming gaat tijd in beslag nemen, leerlingen moeten worden voorbereid en veranderingen kunnen niet halverwege het schooljaar worden doorgevoerd.

“Je moet zorgvuldigheid betrachten. Er zijn honderdduizenden leerlingen bij betrokken. Je wilt straks ook niet moeten zeggen: we hebben iets ingevoerd en het is slechter dan wat we hadden.”

Toetsing

Uiteindelijk zal in het alternatief óók een vorm van toetsing zijn opgenomen: de staatssecretaris schrijft dat er aan het einde van de schoolperiode ‘op een zodanige manier getoetst moet worden dat zichtbaar is voor het vervolgonderwijs dat een leerling het referentieniveau beheerst’.

Om dat referentieniveau kunnen de staatssecretaris en de NVvW niet heen bij hun gesprekken - er ligt wettelijk vast welk rekenniveau de leerlingen van de verschillende schooltypen aan het einde van hun opleiding moeten beheersen. Geen voordeel, vindt NVvW-voorzitter Garst:

“Het maakt het eerder gecompliceerder dan dat het een oplossing geeft. Je moet altijd kijken of je dat niveau wel haalt. Daar kun je niet onderuit. Of je moet de wet veranderen, maar dan ben je nog langer onderweg. Daar ziet de staatssecretaris ook niets in.”