Column

De onzichtbaren

Flessenpost

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: illegale ouders durven niet meer tegelijk boodschappen te doen.

Illustratie Eliane Gerrits

Elke ochtend passeren mijn dochter en ik op weg naar de school La Mexicana, een kleine buurtsupermarkt. De afgelopen jaren stond daar altijd een groepje mannen te wachten, gekleed in overalls, met een lunchtasje in de hand. Allemaal latino’s. Vaak zagen we een pick-uptruck of een busje stoppen waar een aantal van hen instapte. Als ik ’s middags mijn dochter ophaalde, stonden er nog altijd een paar te wachten, voet tegen de muur. Tasje op de grond.

Princeton kent een grote latinogemeenschap. Niemand van de witte elite kent hun verhaal, vaak niet eens hun naam. Zij zijn de onzichtbaren.

Toch zijn ze cruciaal. In de zomer snoeien ze de bomen. In de herfst blazen ze de bladeren van het pad. In de winter maken ze de opritten sneeuwvrij. In het holst van de nacht bevoorraden ze de winkels en maken de gebouwen schoon. Glimlachend halen ze in restaurants de lege borden van je tafel en schenken water bij. Elke dag strijkt een leger huishoudsters de hemden van meneer, brengt de jurken van mevrouw naar de stomerij en haalt de kinderen van school. Zonder al dit harde werk zou het leven hier volledig instorten.

Waar wonen ze? Niet in Princeton, dat een torenhoge onroerendgoedbelasting rekent. De felbegeerde postcode, die toegang verleent tot een van de beste openbare scholen in Amerika, is voor hen niet weggelegd. Meestal komen ze per bus uit steden in de buurt, zoals Trenton of Camden, waar de criminaliteit nauwelijks onderdoet voor die in het land van herkomst.

Een poos geleden brak er brand uit boven de luxe cupcakeboetiek in het centrum. Er bleken 42 illegalen in de kleine ruimte te huizen. Allemaal werkten ze in de stad. Onderbetaald, niet in een positie om te klagen.

Ze zijn niet allemaal illegaal, maar de meesten zijn wel zo begonnen. Mijn hulp Maria ontvluchtte de armoede van de favela in São Paulo en legde daarna de lange en dure weg af naar de legaliteit. Ze herinnert zich nog goed hoe het was. Altijd op je hoede zijn. Nooit iets doen waarbij je opvalt. Je aan elke regel houden. Altijd een andere weg kiezen als je een politieagent ziet. Als de dood dat ze gescheiden zou worden van haar kinderen, die hier geboren zijn en daarmee automatisch Amerikaans staatsburger. Ze leefde permanent met de angst dat zij in een vliegtuig zou worden gestopt en nooit zou weten hoe het haar kinderen verging.

En nu, zo vertelt ze me, zijn al haar vrienden en familieleden doodsbang. Ook al ben je zelf legaal, er is altijd wel een neef of grootmoeder die dat niet is. Verhalen over razzia’s doen de ronde. Mensen worden van hun bed gelicht. Politie pakt hen op straat op. Ouders doen geen boodschappen meer samen, brengen hun kinderen niet meer naar school. Zelfs naar de kerk durven ze niet meer. Ze laat me een kaartje zien dat je onder de deur kunt schuiven als de politie aanbelt: ‘U kunt mij niet zomaar oppakken. Ik heb het recht een advocaat te bellen.’

De laatste weken staat er niemand meer voor La Mexicana. De mannen staan elke dag op een andere plaats te wachten op werk. Om de economie van dit stadje te laten draaien. Onzichtbaar.

Reacties naar pdejong@ias.edu