Recensie

Residentie Orkest vol fris elan

Onder leiding van dirigent Nicholas Collon musiceerde het Residentie Orkest met fris elan. Daarbij leverde het orkest ruimhartig het vereiste solistisch vernuft.

Na een aantal magere jaren verkeert het Residentie Orkest weer in goeden doen. In het oog springend is de jonge Brit Nicholas Collon die vorige zomer aantrad als ‘vaste dirigent’. Naast Collon (1983) blijft de ervaren Jan Willem de Vriend vaste dirigent voor ouder repertoire. Chef is Collon dus niet. Maar onder zijn leiding musiceerde het orkest vrijdag wel met fris elan.

Groot symfonisch repertoire ligt buiten bereik van het sterk afgeslankte Residentie Orkest. Dat verklaart de keuze voor Mahlers Vierde symfonie, zijn meest kleinschalige en lichtvoetige. Maar het is ook de symfonie met de breekbaarste spanningsboog. Collon vertelde met verve een dwingend verhaal. Zijn gulle vertragingen neigden nu en dan naar effectbejag, maar de logica waarmee hij de vele kamermuzikale eilandjes verbond was zonneklaar.

Daarbij leverde het orkest ruimhartig het vereiste solistisch vernuft, en communiceerden de verschillende groepen vloeiend. Opvallend was ook hoe mooi zacht er gespeeld werd. Sopraan Olena Tokar soleerde uitstekend in het slotdeel, Das himmlische Leben. Maar voor de pauze raakte zij werkelijk een snaar in Bergs Sieben frühe Lieder, waarin ze met haar koperen klank een vanzelfsprekende nostalgie wekte.