Column

Na vier eeuwen nog geen vrouw gevonden

Foto ANP

Zo enerverend als Phileas Fogg en diens ‘Reis om de wereld in 80 dagen’ is dit verslag van 224 pagina’s niet. Geen stoomschepen of olifanten, zoals in Jules Vernes jongensboek. Spannend is het jaarverslag 2016 van tankopslagbedrijf Royal Vopak niet, maar wereldomspannend is het concern wel, met opslagtanks van de Botlek tot in Singapore en de Amerikaanse westkust. En onderweg in Vopaks verslag valt er genoeg exotisch te ‘genieten’ en genoeg om je over te verbazen of over te ergeren.

Het jaarverslag is gedateerd 16 februari 2017. De productie heeft dus maar 34 werkdagen gekost. Dat is een puike prestatie voor een bedrijf met 1,65 miljard euro omzet en activiteiten op alle continenten inclusief joint ventures in China met lokale partners. Met die 34 dagen zit Vopak (5.672 voltijdbanen, 534 miljoen euro nettowinst) in de kopgroep. Vopak exploiteert opslagtanks, met name voor olie. Dit is zo’n bedrijf met wortels tot in 1616 dat thuis was in havens en op wereldzeeën, maar nu de investerings- en handelsstromen over de wereld volgt.

Waar verdient Vopak zijn geld? Het meest in Azië, dan volgt thuishaven Rotterdam en de rest van Europa en het Midden-Oosten.

En waar betaalt Vopak winstbelasting? Het verslag specificeert per regio en de belangrijkste landen wat het feitelijke belastingtarief is, zoals 14,5 procent in Singapore, ruim 15 procent in Nederland en 25 procent in de VS. Voor heel Vopak is het feitelijke tarief 11 procent tegenover een wettelijk tarief van bijna 22 procent. Een verbazend verschil.

Vopaks exotica zit niet zoals bij Phileas Fogg in de transportmiddelen, maar in de geldmiddelen. In Venezuela heb je bijvoorbeeld hyperinflatie en twee wisselkoersen (waren er drie in 2015). De hyperinflatie ‘bestrijdt’ Vopak door het vrijkomend geld zo snel mogelijk weer lokaal te investeren. Tegelijkertijd stelt Vopak beleggers gerust: Venezuela is maar een bescheiden activiteit.

Neteliger zijn twee andere onderwerpen: geld en vrouwen. De beloning van de drie bestuurders schoot in 2016 omhoog. Zo krijgt bestuursvoorzitter Eelco Hoekstra 3,2 miljoen euro, dat is 2 miljoen meer dan in 2015. Deze grote sprong voorwaarts is vrijwel alleen het gevolg van een bonusregeling die een looptijd van drie jaar had en nu 1,9 miljoen euro uitkeert in aandelen en contanten.

Dat het bedrag zo hoog is uitgevallen heeft er vooral mee te maken dat een bonus over 2014, 2015 en 2016 nu in een keer wordt uitgekeerd, als ik de kleine lettertjes in het verslag goed begrijp, en dat de commissarissen daarom de bonus verdrievoudigd hebben. De lezer krijgt wel de uitslag, niet de verantwoording waarom die bonus gepast is.

Dan de vrouwen. Beter gezegd: het ontbreken daarvan. Drie mannen vormen de raad van bestuur, zes mannen zijn commissaris. Een daarvan, Frans Cremers, ex-financieel directeur van uitgever VNU, is vorig jaar voor nog eens twee jaar benoemd, hoewel zijn termijn van twaalf jaar er opzat. Op de aandeelhoudersvergadering, die instemde met deze uitzondering, zeiden de commissarissen dat zij zich inspannen om in 2018 een vrouw te zoeken als opvolger van Cremers.

Hebben sommige Rotterdamse bedrijven iets tegen vrouwen aan de top? Baggeraar Boskalis deed er ook bijna een eeuwigheid over om een vrouw als commissaris te benoemen. Of interesseert het de Rotterdamse superbelegger HAL gewoon niks? In de top van HAL, de grootaandeelhouder bij Vopak én Boskalis, zit volgens het laatste jaarverslag geen vrouw in de top.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.