Kampioen van rust en regelmaat

Schaatsen Kai Verbij werd in Calgary voor de eerste keer wereldkampioen sprint. Hij kon zich op de slotafstand zelfs een fout permitteren.

Wereldkampioen Kai Verbij bedankt het publiek tijdens een ereronde op het WK Sprint. Foto Jerry Lampen/ANP

Met 58 kilometer per uur uit balans raken op één dun ijzer, de wereldtitel op het spel? Zelfs toen het in de voorlaatste binnenbocht nog bijna misging, bleef Kai Verbij ‘gewoon’ rustig doen wat hij moest doen. Natuurlijk waren er flitsen van gedachten, vertelde hij na afloop voor de camera van de NOS. „Ik ga vallen”, en „niet gediskwalificeerd worden”, schoot door zijn hoofd. „Het scheelde echt heel weinig.” Maar zijn handelen werd niet verstoord. Handje aan het ijs, even op twee ijzers de balans zoeken en weer door. Precies genoeg voor zijn eerste wereldtitel sprint.

Dus stond de 22-jarige zoon van een Japanse moeder en een Nederlandse vader zondag na afloop van de WK sprint in de Olympic Oval van Calgary stralend op het podium. „Mijn eerste WK-titel, hartstikke gaaf.” Direct na het Wilhelmus sloeg hij zijn linkerarm om de schouder van nummer drie Kjeld Nuis en de rechter om nummer twee Havard Holmefjord Lorentzen, de eerste Noorse medaillewinnaar sinds Roger Strom in 1997. Een beeld van een huldiging zoals hij dat zes jaar geleden al schetste.

Tweedejaars B-junior was Verbij, toen hij bij zijn entree in Jong Oranje moest visualiseren hoe hij zichzelf in de toekomst zag. Toenmalig bondscoach Erik Bouwman zag de benjamin van zijn ploeg zonder een moment van aarzelen zijn beide armen spreiden. Geen twijfel wat hij bedoelde. „Alsof hij op de bovenste tree van het erepodium stond, met de armen om nummer twee en drie. Dat typeert hem. Een winnaar.”

Lees ook Kodaira wint wereldtitel sprint, Ter Mors derde, over de strijd bij de vrouwen

Hij won geen enkele afstand

Niemand is dit jaar beter op de sprintvierkamp dan Verbij, of Yagi Kai zoals zijn naam in het Japans luidt. Begin januari was hij in Thialf de allereerste Europees kampioen. Dit weekeinde kroonde hij zich in Calgary tot beste sprinter van de wereld, als vijfde Nederlander sinds Jan Bos (1998), Erben Wennemars (2004 en 2005), Stefan Groothuis (2012) en Michel Mulder (2013 en 2014). Vorig jaar was Verbij in Seoul al derde bij de WK sprint , achter Nuis en Pavel Koelizjnikov. De Rus regeerde de afgelopen twee jaar onaantastbaar op de sprint, maar kon in Calgary zijn titel niet verdedigen na dopingperikelen, motivatieproblemen en een hardnekkige blessure aan de lies.

Net als bij het EK won Verbij in Calgary geen enkele afstand. Hij is de kampioen van de regelmaat, de beste ‘allround-sprinter’ over 500 en 1.000 meter bovendien. Dat bleek ook uit het enige wereldrecord dat hij brak: het puntentotaal over vier afstanden, dat hij van 136.790 (Michel Mulder) bracht op 136.065.

Schitteren op de verschillende afstanden liet de sprinter uit de Plantinaploeg van coach Gerard van Velde aan de andere Nederlanders. Nuis won afgetekend beide 1.000 meters en verbeterde het Nederlands record via 1.06,61 (zaterdag) naar 1.06,51 (zondag), de tweede tijd ooit na het wereldrecord van Shani Davis (1.06,42). Meer dan brons leverde het hem in het klassement niet op, door twee zwakke 500 meters. Nuis richt zich vooral op 1.000 en 1.500 meter, waarop hij onlangs bij de WK afstanden op het olympisch ijs van Gangneung zijn eerste wereldtitels behaalde. „De 500 meter ligt buiten mijn comfortzone”, zegt hij. Zijn toptijden op duizend meter? „Ik had graag het wereldrecord gepakt.”

De 500 meters werden gewonnen door Ronald Mulder, die zijn eigen Nederlands record van 34,25 seconde aanscherpte via 34,18 (zaterdag) tot 34,08 (zondag). De tweelingbroer van de toekijkende olympisch kampioen Michel is na Koelizjnikov (33,98) en Jeremy Wotherspoon (34,03) nu de twee na snelste schaatser ooit op de kortste afstand. Maar bij hem is de 1.000 meter de achilleshiel in een sprinttoernooi, waardoor hij op de slotafstand nog net van het podium viel en als vierde eindigde. „Ik ben toch wel teleurgesteld, dit was mijn kans om voor de eerste keer op het WK-podium te staan.”

Geen records

Verbij komt niet naar sprinttoernooien voor records. Hij wil de titel. Maar op de Canadese recordpiste van ijsmeester Mark Messer, die onlangs in Gangneung ook al een supersnelle ijsvloer neerlegde, moest hij zichzelf op beide afstanden wel verbeteren om mee te doen voor de winst.

Zaterdag was hij met 1.06,73 zelfs even nationaal recordhouder op de 1.000 meter, tot Nuis sneller bleek. „Had ik toch vier minuten het Nederlands record. Leuk, maar dat komt nog wel. Over een paar jaar of zo.” Zondag bleek een persoonlijk record van 34,25 op de 500 meter de sleutel tot het succes. „Als ik die niet zo goed had gereden, was ik de titel kwijt geweest”, besefte hij na zijn misser op de afsluitende 1.000 meter.

Waar concurrenten als de Canadees Vincent De Haitre (beide 500 meters) en vooral de Duitser Nico Ihle (tweede 500 meter) fatale fouten maakten, hield Verbij de schade beperkt. „Ja, ik probeer altijd rustig te blijven”, gaf hij zelf aan. „En wie de minste foutjes maakt, die wint.”