Recensie

Innig liefdesverhaal gereduceerd tot kil toneelspel

Al snel neemt een ruzieachtige sfeer de overhand en dient de roman van Mulisch zelfs tot discussiestuk. “Twee Vrouwen’ is hard gespeeld twisttoneel.

Een glasheldere en toch complexe roman nóg complexer maken, dat is de toneelversie van Twee vrouwen (1975) naar de gelijknamige roman van Harry Mulisch. Eigenlijk is deze voorstelling allesbehalve een innig, lesbisch liefdesverhaal tussen de oudere vrouw Laura en de jonge, raadselachtig mooie Sylvia, maar een vreemd en vooral kil samenraapsel.

In de bewerking van Janine Brogt is Laura, vertolkt door Renée Soutendijk, in een dubbelrol een toneelmaakster die Twee vrouwen voor theater bewerkt. Ook Sylvia (Roos van Erkel) en de enige mannenrol Alfred (Chris Tates) zijn zowel een Mulisch-personage als een toneelpersonage.

In het labyrintisch decor dat met tal van trappen en abstracte zuilen iets weg heeft van een Grieks amfitheater verloopt de voorstelling in gejaagd tempo. Het begint met een repetitie waarin Soutendijk en Alfred kissebissen over het vrouwbeeld van Mulisch en dat de auteur eigenlijk Laura is. Clichés als „best gekapte schrijver van Nederland” en „Mulisch als macho” komen voorbij.

Vijandige toonzetting

Opeens neemt de rommelige repetitie een wending en ontmoet Laura de enigmatische Sylvia voor de etalageruit van een juwelier. Die scène is ijzersterk: Soutendijk als vertelster verhaalt over de paniek die haar overvalt als ze haar allergrootste liefde aanschouwt. Samen, in een wit bed, beleven ze liefdesgeluk. Dat is de enige scène die tederheid uitstraalt. Al snel neemt een ruzieachtige sfeer de overhand en dient de roman zelfs tot discussiestuk.

In deze onbegrijpelijk vijandige toonzetting, waarin de acteursstemmen luid en onpersoonlijk worden versterkt, is het moeilijk de spelerskwaliteiten te beoordelen. Renée Soutendijk is prachtig mooi in de intieme verstilde momenten, die haar helaas nauwelijks zijn gegund. Zodra ze haar allesverterende liefde aan nadere beschouwing onderwerpt in een innerlijke monoloog krijgt haar rol een zwiep en belanden we weer in het repetitiegedoe.

Roos van Erkel als de ondoorgrondelijke Sylvia verdient alle lof. Ze is zowel in het verhaal als in de raamvertelling van het repetitieproces als een sfinx, als „een kat die zich op de bank nestelt”. Op onnavolgbare wijze weet ze een spannende intrige op te bouwen over haar ware identiteit en beantwoordt ze zelfs aan Laura’s kinderwens. Het mag niet baten. In de regie van Hanneke Braam is Twee vrouwen hard gespeeld twisttoneel, waaraan elke gloed ontbreekt. Warm, intiem en verstild lijken toneelwoorden waarop in deze voorstelling een verbod rust.