Opinie

Ik wil geen terrorist meer spelen

De Arabische acteur Amrou Al-Kadhi roept de filmindustrie op geen cliché-arabieren meer te casten. ‘Het is de taak van Hollywood om vooringenomen denkbeelden te betwisten.’

Sinds mijn twaalfde werk ik als beroepsacteur in het Verenigd Koninkrijk en door mijn Arabische afkomst ben ik in dit vak tegen een aantal behoorlijk akelige staaltjes van etnische profilering aangelopen. In mijn eerste filmrol, op mijn veertiende – in Munich van Steven Spielberg – speelde ik de zoon van een moslimterrorist. Dat was uiteraard een explosieve binnenkomer in de showbusiness.

Ik ben nu 26 en heb in mijn carrière een kleine dertig scripts toegestuurd gekregen waarbij me werd gevraagd een terrorist te spelen. De rollen liepen uiteen van ‘verdachte baarddrager in metro’ tot ‘moslimman die zijn bommen onder een bedrieglijke boerka verbergt’.

Tegenstander van een blanke held

Als de personages al niet uitdrukkelijk aan jihadistisch fundamentalisme gekoppeld zijn, fungeren de meeste Arabische rollen die ik heb gelezen als tegenstander van een blanke held. De veelgeprezen nieuwe BBC-serie The Night Manager deed me denken aan die moeilijkheden in mijn eigen loopbaan – al kijkend ervoer ik het als vanzelfsprekend dat de Arabische personages uitsluitend werden neergezet als ‘anderen’, verhalende hindernissen om het leven van de blanke hoofdrolspelers moeilijker te maken.

Toen ik mijn teleurstelling tegen een prominente casting director uitsprak, spoorde zij me aan ‘mijn etniciteit als een troefkaart in te zetten’ en zei bij wijze van geruststelling dat ‘blanke acteurs vandaag de dag de lul zijn’. Het is ongelooflijk hoe vaak ik te horen heb gekregen dat ik etnische profilering als iets positiefs moet zien.

En het klopt dat er sinds 9/11 echt meer rollen dan ooit voor Arabische acteurs zijn. ‘Hoera!’ zeggen ze dan. ‘Wees blij met de overvloedige kansen op werk! Eindelijk is er voor Arabieren plaats in Hollywood!’ Niet als hoofdrolspeler natuurlijk, maar in de anonieme marge, met de hand aan een nepdetonator terwijl een blanke topacteur de sterren van de hemel speelt en daarmee een Oscar verdient.

Dat is frustrerend voor Arabische acteurs die in een meedogenloze bedrijfstak proberen naam te maken, maar er speelt nog een nijpender probleem, namelijk dat vrijwel nooit een driedimensionale Arabische en islamitische identiteit op het doek wordt uitgebeeld. Het is ontmoedigend veelzeggend dat American Sniper een van de grootste kassuccessen uit de filmgeschiedenis is – met een opbrengst van ruim 500 miljoen dollar – terwijl de blanke Bradley Cooper in die film meer dan twee uur lang naamloze Arabische acteurs omlegt.

Het vermogen empathie te wekken

Filmverhalen hebben het zeldzame vermogen om bij toeschouwers over de hele wereld empathie voor uiteenlopende personages te wekken, waardoor de weglating van Arabische en moslimstemmen in een context van mondiale islamofobie bijzonder schadelijk is. Met meesterlijke regisseurs komen sublieme werken als Moonlight tot stand; het verhaal van homoseksuele zwarte mannelijkheid in het getto van Miami is nu veel invoelbaarder en gewoner geworden. Ik geloof oprecht dat de vreemdelingenhaat niet zo’n plaag zou zijn geworden als de tv- en filmindustrie zich meer hadden beijverd om Arabische personages te laten zien – in al onze menselijke, complexe, driedimensionale variëteit.

En daarom hoopte ik dat La La Land niet de grote winnaar van de Oscars zou worden. Omdat het zou aangeven dat de sector allereerst zijn eigen feestje vierde en zich zelfgenoegzaam verheugde in zijn eigen nostalgische – en blanke – mythologie. Moonlight móést Beste Film worden. Niet alleen omdat het een filmische prestatie is die zich tot La La Land verhoudt als Frida Kahlo tot een kleurplaat, maar ook omdat er een dringende boodschap van uitgaat. De boodschap dat wij bereid zijn ons in te leven in elk verhaal, hoe ver het ook van ons af staat en hoe zeer het ook ingaat tegen onze diepgewortelde misvattingen.

En met name de Britse filmindustrie moet eens af van de obsessie met historische drama’s. Dit is niet het moment om te vluchten naar de ‘vervlogen tijden’ van een blank, imperialistisch Groot-Brittannië, maar om naar de hedendaagse buitenwereld te kijken en minderheden zo uit te beelden dat daarbij maatschappelijke vooroordelen weggenomen worden en gemeenschappen dichter bij elkaar worden gebracht.

Als Arabier die in het Westen woont, voel ik elke islamofobe uitspraak van Trump en Le Pen – of stilzwijgende verontschuldiging van Theresa May – als een persoonlijke, beangstigende klap. Hollywood mag zich daaraan niet ook medeplichtig maken. Het is meer dan ooit nodig dat het witte doek zijn unieke werk doet: veronachtzaamde identiteiten belichten en denkbeelden betwisten die vooringenomenheid en politiek ons willen doen geloven.