Column

Hou vol, Donald, het geld stroomt binnen

‘Wapens doden geen mensen, mensen doden mensen”, zegt de National Rifle Association. Als Donald Trump de journalistiek vernietigt, is hij de schutter, niet het wapen. Het wapen is televisie. De erfvijand van goede journalistiek is televisie. Wordt er geen goede televisiejournalistiek bedreven? Vrijwel alleen door zwaar gesubsidieerde omroepen. Dat commerciële televisiezenders er een nieuwsrubriek op na houden is vooral traditie, een manier om mensen aan het begin van de avond voor het toestel te krijgen. Speelde publiek plichtsbesef bij de start van die traditie misschien een rol, de televisiebazen van nu hebben daar in het geheel geen last meer van. „Donald Trump mag slecht voor het land zijn, hij is verdomde goed voor CBS”, sprak de directeur van dat concern. „Ik bedoel, wie had dit verwacht? Het geld rolt binnen, het is geweldig! Kom op, Donald, hou vol!”

Trumps geruchtmakende persconferentie, twee weken geleden, begon elf minuten te laat. Slordige organisatie? Nee, berekening. Het miljoenenpubliek zit voor de buis, de show kan elk moment beginnen, de perfecte gelegenheid om nog wat extra commercials weg te zetten. Hartelijk dank, Donald!

Gratis publiciteit kun je omrekenen alsof het gekochte reclameruimte is, ‘mediawaarde’ noemt men dat. Volgens bureau MediaQuant, gespecialiseerd in deze berekening, scoorde Obama als president tussen de 200 en 500 miljoen dollar per maand. Hillary Clintons record, in juli 2016, was 430 miljoen. In januari alleen al haalde Trump 817 miljoen dollar aan publiciteit binnen. Er ligt een dikke rode loper tussen het Oval Office en elke Amerikaanse huiskamer. Zo ontwikkelt de politiek zich meer en meer tot een televisiegenre.

Ook in Nederland. De start van de PVV-campagne brengt vrijwel uitsluitend pers op de been, het NOS Journaal opent ermee. De loting voor verkiezingsdebatten wordt live uitgezonden, compleet met gekleurde balletjes en een notaris, alsof het de Champions League is.

Hét fragment van Trumps persconferentie dat veelvuldig herhaald werd, is het moment waarop Peter Alexander, Witte Huis-correspondent van NBC, een uit de lucht gegrepen bewering van Trump corrigeerde. Hij claimde de grootste overwinningmarge sinds Reagan, klopt niets van, Alexander confronteert hem met de juiste feiten. Mooi staaltje lik op stuk, terecht bejubeld, zeker als je bedenkt hoe denigrerend Trump over de pers spreekt, een beroepsgroep bij wie hij verbaal en intellectueel niet in de schaduw kan staan. Tegelijk is het ook van een grote tragiek. Waarom zaten al die journalisten daar? Waarom stonden die camera’s en microfoons daar? Om die 77 minuten gebazel bij zo veel mogelijk burgers live en integraal in de huiskamer te brengen. Die persconferentie alleen zal tientallen miljoenen aan mediawaarde scoren. De week daarop Trumps rally in Florida: opnieuw een astronomisch bedrag. En dan is het een triomf van de journalistiek als die tsunami van profijtelijke propaganda héél even wordt onderbroken door een journalist die de kiesmanscores van de laatste vijf Amerikaanse presidenten wél uit zijn hoofd weet? Of even snel heeft laten googlen? Serieus?

Factchecking is belangrijk, maar als figurant in de mediacratie is de factchecker als een sterrenchef bij McDonald’s: hij serveert junk, en voor het behoud van zijn eigendunk zegt hij soms tegen de klant: „U weet dat hier gemalen kraakbeen en ammoniak in zit, hè?”

De macht van de media was altijd dat zij de sleutel tot de massa in handen hadden. Die sleutel raken zij steeds meer kwijt. Het weren van lastige nieuwsmedia bij Witte Huis-briefings is al begonnen. Nog even en journalisten werken niet meer in het restaurant, maar staan ervoor, op de stoep, met een protestbord.

Kom op, Donald, hou vol!