Cultuur

Interview

Interview

Nijhuis keurt, op basis van doellijntechnologie, de 2-1 van Jan-Arie van der Heijden toe.

Foto Olaf Kraak/ANP

Nijhuis vindt doellijntechnologie toch ‘een zegen voor de sport’

Scheidsrechter Bas Nijhuis Noem een memorabele voetbalpot en hij was de scheidsrechter. Bas Nijhuis, zondag arbiter bij Feyenoord-PSV, over het ‘laten gaan’ van een wedstrijd en over doellijntechnologie. „HawkEye zit er echt niet naast.”

Bas Nijhuis floot eens bij Feyenoord toen doellijntechnologie net een beetje bekendheid begon te krijgen in de eredivisie. Een rommelige situatie voor de goal deed zich voor, maar Nijhuis kende geen twijfel: de bal was niet over de lijn.

„Komt er een speler op me af. ‘He, da’s een goal.’ Dus ik wijs op m’n klokje, ik zeg: ‘Kijk, hij geeft niets aan’. ‘Oh, ok’, zegt die speler. Discussie klaar.” Een bulderende lach schalt door het lege restaurant in Enschede, zondagavond laat. „Het was gewoon mijn Polar sporthorloge. Ik hoor mijn assistent op de headset: ‘Bas, hier is geen doellijntechnologie! Je bent hartstikke gek!’ Ik zeg: weet ik toch ook wel, maar het werkt wel! Mooi man. Super.”

Zondagmiddag was er wel doellijntechnologie in de Kuip. HawkEye, de sensor die op de millimeter bepaalt of de bal over de doellijn is, slaat onverbiddelijk toe in de 82ste minuut van Feyenoord–PSV. Het staat 1-1, corner voor Feyenoord. Jan-Arie van der Heijden worstelt zich langs zijn tegenstander Hector Moreno en kopt de bal richting PSV-doel. Jeroen Zoet pareert en drukt de bal stevig op de doellijn. Armen op het veld gaan de lucht in. Het thuispubliek denkt aan een goal.

Bal erin of niet? „Ik zag eigenlijk meteen wel dat ie niet zat”, zegt Nijhuis. Dit keer heeft hij wel een echt apparaatje van HawkEye om zijn pols. Dat geeft aanvankelijk geen kik. „Ik draai me al om. Ineens begint dat ding te trillen. Ik denk: hè?”

Op het scherm staat: ‘Goal! Goal! Goal!’, met een rode rand eromheen. Hij kan niet anders dan wijzen naar de middenstip: goal voor Feyenoord. Nu zijn het de PSV’ers die op hem afstormen. Zoet, blijkt later uit de beelden, heeft de bal zelf over de lijn gehaald. Een millimeter, meer zal het niet zijn geweest. Nijhuis: „Dit had never nooit iemand kunnen zien zonder apparatuur. Maar er zou ook geen discussie over geweest zijn, want het was zelfs op camerabeelden never nooit te zien.”

Zegen voor de sport

Als het stof van de wedstrijd is neergedaald, concludeert Nijhuis nog maar eens dat doellijntechnologie een zegen is voor de sport. Het is een paar uur na de topper, we zitten aan een tafeltje in het restaurant bij hotel De Broeierd, in zijn woonplaats Enschede. Een kelner leest een bericht voor van de satirische site De Speld: ‘Woedende PSV-fans wachten doellijntechnologie op buiten de Kuip’.

Vroeger vond Nijhuis de techniek een aantasting van het vakmanschap van scheidsrechters. Maar hij is helemaal om. „Je zag ook Cocu [PSV-trainer], die stormde op Ed [Janssen, vierde official] af na dat moment. Die heeft ook zo’n ding om zijn pols. Dus Ed zegt: ‘Kijk dan, het is een doelpunt.’ En meteen is het klaar. Geweldig.” Een hard gelag voor Zoet, voor PSV. Maar: goal is goal. Nijhuis: „HawkEye zit er echt niet naast. Hij moet echt helemaal over de lijn zijn, dan pas gaat ie af.”

Nijhuis: „Zit ik in de rust aan de thee, begint dat ding te trillen omdat de reservespelers op doel aan het schieten zijn.” Of tijdens het warmlopen voor de wedstrijd. „Heb ik net dat ding getest, gaan ze de keeper inschieten. Prrr, prr, prr. Word je gek van.”

Engelse wedstrijd

Al met al is Feyenoord-PSV een typische Nijhuis-wedstrijd geworden. Grootste compliment voor hem is als spelers na afloop zeggen dat het een Engelse wedstrijd was. Nijhuis laat veel toe, houdt van intensiteit. Maar wie mekkert krijg lik op stuk. Moreno dus, na het doellijnmoment. „Eerst zegt ie dat de technologie niet deugt. Dan zegt ie dat het een overtreding was op hem. Dus ik zeg: nu is het klaar he? Begint ie over buitenspel. Ik: kappen nou. Zegt ie nog eens: ‘it’s a disgrace’. Ja, dan kan je ’m krijgen.” Zo ook PSV-aanvoerder Luuk de Jong in de rust, als die zich maar niet kan neerleggen bij een beslissing van Nijhuis om geen strafschop te geven. „Was al de derde gele kaart voor hem dit seizoen voor praten. Dan zou je toch denken dat hij weet dat hij dat niet moet doen bij mij.”

Nijhuis zoekt in het spel de randen van de regels op. Zijn eigen interpretatie is leidend. Leuk voor de wedstrijd vaak, maar verwarrend voor spelers die de week daarvoor een strakker leidende scheidsrechter hebben gehad. Er kleeft een risico aan zijn ‘laisser faire’-stijl van fluiten: normvervaging.

Niet pietluttig zijn

„Jörgensen [Feyenoord-spits] net ook, die kwam naar me toe omdat ie vond dat ik een strafschop had moeten geven toen hij aan zijn arm gepakt werd. Ja, kan je doen. Je kan ’m geven”, zegt Nijhuis. „Maar hij ging ook wel heel mooi liggen hè. Maar dat is het: ik laat veel toe, dus ga ik ook niet in de zestien ineens pietluttig zijn. Ik zei tegen hem: ik zie ook wel dat je steeds die verdedigers duwt en trekt, dat laat ik ook toe. Begon hij te lachen: ‘Oh, had je dat wel gezien?’.”

Hij is, mede door zijn stijl van fluiten, omarmd door Voetbal Inside. Johan Derksen loopt weg met ‘onze Bas’. „Veel van mijn collega’s hebben weinig op met dat programma. Ik vind ’t wel mooi, voetbal is amusement”, zegt Nijhuis. Maandagavond zit hij weer in het RTL-praatprogramma waar de nuance vaak ver te zoeken is. Ja, dat had hij ook gedaan als hij een flagrante fout had gemaakt. „Ik kan veel hebben. Maar ik heb ook gezegd: als ik alleen maar word afgemaakt, kom ik een volgende keer gewoon niet meer. Zelf weten.”

De 40-jarige Enschedeër heeft er zichtbaar lol in. Goed: een leven op sociale media is hem niet gegeven, dat is de keerzijde. „Kom je thuis van een wedstrijd dan is ‘We will kill you’ nog het aardigste berichtje op Facebook. Ik heb ook anderhalf jaar op Twitter gezeten. Je kan niet duizend mensen blocken hè, het komt steeds weer ergens anders vandaan. Je doet het nooit goed.”

Hij is eigenaar van een bakkerij in het Twentse Haaksbergen, daarvoor werkte hij bij een slager. Hij is lang, gebruind. Met grote passen stapt hij over het veld. Sneller dan menig profvoetballer. Dat bleek eens toen PSV’er Ji-Sung Park vrij voor het doel kwam en hij eerder bij de situatie was dan twee verdedigers van Ajax.

En elk jaargetijde smetteloos gekleed in lange mouwen. Aan het begin van het seizoen ruilt Nijhuis met een collega-scheidsrechter: zijn shirts met korte mouwen voor de longsleeves van Reinold Wiedemeijer. Nijhuis: „Er komen vaak mensen naar me toe die zeggen: onder die mouwen heb je zeker die FC Twente-tattoo’s van je zitten. Moet ik mijn armen weer laten zien. Staat niks op hoor.”

Kwajongen van de arbiters

Nijhuis geldt als de kwajongen van het scheidsrechterskorps: Bas zit vol kattenkwaad. Op een trainingskamp in Turkije klom hij eens via het balkon naar de kamer van een collega-scheids, bij wijze van roomservice. Geintje. De KNVB wees hem twee weekenden geen duels toe. Hij neemt zichzelf niet te serieus. Tikje ijdel, houdt van de camera, durft zich te laten gelden – ook buiten het veld.

Sinds kort heeft hij een column in het maandblad van Voetbal Inside. Die van volgend maand, verklapt Nijhuis vast, gaat over scheidsrechtersklassementen. Jaloers dat hij nog nooit de Gouden Kaart van De Telegraaf heeft gewonnen? Weer die bulderende lach: „Dat zal het zijn ja. En na deze column win ik helemaal nooit meer.”

Meest impact op Nijhuis had Ajax–AZ in 2012. De bekerwedstrijd waarin hij doelman Esteban van het veld stuurde omdat hij een supporter schopte die hem in de rug was aangevallen. „Formeel had ik gelijk, maar ik had de kleedkamer in moeten gaan, moeten overleggen, dan pas beslissen. En al helemaal niet zo theatraal die rode kaart moeten geven.” Nu haalde AZ-trainer Gertjan Verbeek zijn spelers van het veld en werd de wedstrijd gestaakt, later overgespeeld. Nijhuis: „Dan krijg je het hele land over je heen, he. Dat deed ik gewoon niet goed. Voelde de situatie niet goed aan. Daar leer je ook weer van.”

Spelers van AZ protesteren bij Bas Nijhuis tegen de rode kaart van keeper Esteban, die een schop had gegeven aan een toeschouwer die hem op het veld aanviel tijdens de bekerwedstrijd AZ-Ajax, in 2011. Foto Olaf Kraak/ANP

Overleven als topscheidsrechter

Hij wil alles meteen zien, grijpt in de rust meteen naar zijn telefoon. ‘Klasse eerst helft’, stond er zondagmiddag, zegt hij. „Ik raad dat jonge scheidsrechter meestal af, om momenten terug te kijken. Je moet er tegen bestand zijn als je de mist in gegaan bent. Maar ik wil juist echt alles weten.” Vreet dat niet aan hem, als hij fout zit? „Ik neem dat niet mee naar huis. Natuurlijk, als ik een fout maak zeg ik dat wel, trek ik een ernstig gezicht: ‘Ik vind het echt erg voor de club, voor de spelers’. Ik meen het ook wel dan, het is geen act. Maar als ik de deur van de kleedkamer dichtsla ben ik het alweer kwijt. Echt. Ben ik heel nuchter in.”

Dat moet ook wel, om te kunnen overleven als topscheidsrechter. Je kweekt eelt op je ziel, zegt Nijhuis: zonder red je het niet. „Een keer bij Excelsior was dat. Ik had een jonge assistent-scheidsrechter mee, die ging in de fout. En ik kijk altijd momenten terug in de rust, dus ik zeg: nou mooi is dat, zat je compleet naast. Die jongen trekt he-le-maal weg. Ik dacht: lekker dan, daar moet ik nog de tweede helft mee. Dus ik doe net of ik een berichtje krijg: oh nee, je zat toch goed! Die jongen klaart weer helemaal op, vlagt een dijk van een tweede helft. Maar na de wedstrijd zei ik wel: weet je nog in de eerste helft? Je zat er compleet naast.”

Noem een memorabele voetbalpot in Nederland en Bas Nijhuis was de scheidsrechter. De 10-0 bij PSV–Feyenoord in 2010, de bekerfinale met vuurwerk op het veld in 2014. Nu dit weer: het curieuze eigen doelpunt van Zoet. Er zijn plannen voor een boek met anekdotes van Nijhuis, dat in 2018 moet verschijnen. „Was wel weer een hoofdstuk zeg, vandaag. Waanzin. Eén millimeter, hoe verzin je het?”