De accountant: doe betalingen alleen via derden!

Onderzoek corruptie De bankbiljetten in de kluis van een SHV-dochter waren bedoeld voor bonussen aan de eigen verkopers, bezwoer een accountant van PwC in 2010. Pas in 2015 noemde een accountant van KPMG de betalingen „omkoping”.

De skyline van Dubai in 2008. Foto Ali Haider/ EPA

Het is 29 januari 2010. Op het hoofdkantoor van PwC in Amsterdam krijgt partner Bart Koolstra net van een collega te horen dat vanuit een vestiging van een Nederlands bedrijf bankbiljetten worden betaald aan inkopers en klanten in het Midden-Oosten.

Koolstra controleert de boeken van dat bedrijf, Eriks, een dochter van Nederlands grootste familieconcern SHV. Hij stelt zijn collega gerust.

De collega van PwC in Dubai had de dag ervoor een gesprek gehad bij de vestiging. Dat gesprek stelde hem niet gerust. In tegendeel. Ineens begreep hij dat er sprake was van contante betalingen en dat die niet goed werden bijgehouden. Waren het eigenlijk wel bonussen aan de eigen verkopers? Of ging het geld ergens anders heen? Hij kwam er niet uit. Daarom mailt hij nu met Koolstra. Wat vindt die? Moeten ze de jaarrekening van deze vestiging, Econosto Mideast, wel tekenen, wetend dat „dit eigenlijk geen sales staff bonus is”?

Ja hoor, mailt Koolstra hem terug. PwC kan wat hem betreft met een gerust hart een goedkeurende verklaring afgeven. Hij heeft de kwestie al besproken met de financieel bestuurder van Eriks en alles is in orde. Die zei namelijk dat de bonussen heus voor de eigen medewerkers zijn. En dus kunnen ze als zodanig worden geboekt. Het liefst met de bijbehorende en onderliggende administratie. Maar ook als die documenten „niet beschikbaar” zijn, is het in orde. Dan moet het bedrijf gewoon even „bevestigen dat deze betalingen personeelskosten zijn”.

Het is een opvallende reactie. Een accountant moet bij twijfel doorvragen. Later zal blijken dat de zorgen van de medewerker in Dubai terecht zijn. De bankbiljetten in de kluis zijn helemaal niet voor het eigen personeel, maar bestemd voor anderen. Inkopers. Klanten. In ruil voor opdrachten.

Pas in 2015 zal de nieuwe accountant KPMG die betalingen vanaf 2007 met terugwerkende kracht „omkoping” noemen en ze als zodanig melden bij de overheid. Een accountant hoort dat te doen. Hij hoort te waken over de integriteit in het economisch verkeer. Als hij een vermoeden van fraude heeft en weet dat het bedrijf dit niet direct zelf zal oplossen, moet hij dit melden bij de overheid.

Het bestuur van SHV wist van de betalingen en keek weg, bleek uit onderzoek van NRC dit weekend.

Maar PwC deed niet anders.

Bart Koolstra wist dat de commissies aan inkopers in het Midden-Oosten verkeerd in de boeken stonden, hij waarschuwde dat dit strafbaar zou kunnen zijn, adviseerde hoe de commissies wel betaald en bijgehouden konden worden. Hij deed voor zover bekend geen melding en tekende de jaarrekening. Zijn opvolgers bij PwC traden nog minder op.

Dit blijkt uit onderzoek op basis van gesprekken en documenten waarover NRC beschikt. PwC en individuele accountants willen niet reageren.

Dubieus

Bart Koolstra is niet zomaar een accountant. Hij is lang senior partner bij PwC. Hij schreef een streng rapport over de boekhoudfraude bij Ahold. En in de zomer van 2015 wordt hij lid van de raad van toezicht van de Autoriteit Financiële Markten. Die houdt ook toezicht op de accountants.

Na het gesprek met zijn collega in Dubai is Koolstra er toch minder gerust op dan hij hem doet geloven. Dat geldt ook voor de financieel bestuurder van Eriks over wie Koolstra het in de mail heeft en die had gezegd dat alles in orde was. Die vraagt zijn collega’s een paar dagen later om het naar aanleiding van het gesprek met de accountant toch nog eens over de betalingen in het Midden-Oosten te hebben. Hij schrijft: „Het blijft dubieus en fraudegevoelig.”

Als reactie schrijft een directeur die over het dochterbedrijf – Econosto Mideast – in het Midden-Oosten gaat hem een memo met als datum 3 februari 2010 en als onderwerp „TPC/personeelsbonussen Econosto Mideast”, waarbij TPC staat voor ‘third party commissions’, oftewel betalingen aan derden.

De directeur legt uit hoe het zit. Hij schrijft dat het betalen van commissies aan klanten en inkopers heel gewoon is in het Midden-Oosten. De commissies variëren van „1 of 2 procent” van de totale opdracht in de meeste landen, tot zo’n „5 of maximaal 10 procent” in een land als Iran. De betalingen zijn contant „om traceerbaarheid van bron naar bestemming te vermijden”. Het beleid van Econosto Mideast is om niet met contant geld de grens over te gaan. Het bedrijf heeft weleens gedacht om met de hele „commission business” te stoppen. Of om agenten als tussenpersoon te gebruiken. Maar dat laatste maakt hen weer kwetsbaar voor „chantage”.

Commissies zijn dus heel gewoon. Maar, zegt die directeur ook, de accountant heeft het bedrijf twee maanden eerder wel al gewaarschuwd dat de commissies „beschouwd zouden kunnen worden als ‘omkoping’”. Dit laatste zou betekenen dat wanneer Koolstra zijn collega in Dubai geruststelt, hij al lang weet hoe het zit. Een afschrift van het memo gaat naar PWC.

Ruim twee weken na de sussende mail naar de collega bespreekt Koolstra de commissies in het Midden-Oosten op 15 februari 2010 nog eens in een conference call met de financieel directeur, de juridisch adviseur en de administrateur van Eriks. Er bestaat een handgeschreven verslag van het gesprek, van een van de deelnemers – niet Koolstra zelf.

Daarin staat dat Koolstra wel degelijk twee problemen ziet. Een is: „Betalingen via personeel kunnen als ongebruikelijke transacties worden ingezien. Als dit zo is, voelt BK zich ongemakkelijk en genoodzaakt dit te melden. Ook omdat EME een Nederlandse vennootschap is!!”

Het tweede probleem dat de accountant benoemt: „Valsheid in geschrifte.” Het boeken van „commissies als bonus personeel” geeft „volgens BK geen juiste weergave van de werkelijkheid.”

Maar, en dit is opvallend, het advies van Koolstra is dan volgens het verslag niet: stop gewoon met die commissies, punt uit. Zijn advies is: „Doe betalingen niet via Nederlands vennootschap! en gebruik derden!!”

Misleidend

Weer een week later, op 24 februari 2010, rondt Koolstra zijn accountantsverslag af. Dat gaat naar de top van Eriks en naar de PwC-accountant van moederbedrijf SHV.

Illustratie NRC Studio.

De commissies verdienen daarin een aparte paragraaf: Econosto Mideast – cash commission payments. Koolstra is duidelijk. Hij noemt het „misleidend” dat de commissies in de boeken staan alsof ze voor het eigen personeel zijn. Hij vraagt aandacht voor „de mogelijke overtreding van de Nederlandse wet”. Niemand houdt bij aan wie de commissies worden betaald. „We hebben met het management van Econosto en Eriks uitgebreid het risico van fraude en omkoping besproken en er is serieuze twijfel over de wettigheid van deze betalingen.”

Het management is er volgens de accountant van overtuigd dat het allemaal wél kan. Blijkbaar heeft dat management toen de mantra herhaald dat al jaren klinkt als het over de commissies in het Midden-Oosten gaat. We kijken er naar. Het beleid zal worden „heroverwogen”.

Ondanks zijn eigen duidelijke taal tekent Koolstra negen dagen later alsnog de jaarrekening. Voor zover bekend doet PwC geen melding.

In totaal is Koolstra slechts een jaar de accountant van Eriks. In het voorjaar volgt een collega hem op.

Epiloog

Koolstra’s collega’s bij PwC melden in de accountantsverslagen over alle dochters die het naar SHV stuurt al die jaren niets over de omstreden commissies. Terwijl dat verslag juist precies daarvoor bedoeld is: om het conglomeraat te informeren over al deze kwesties bij al zijn bedrijven.

Het verslag van 2009 wordt getekend door Peter Tieleman van PwC. Hij wordt in 2014 een maand geschorst door de Accountantskamer omdat hij een jaarrekening van het failliete Econcern – deels eigendom van SHV - te soepel had beoordeeld.

De enige keer dat PwC de commissies via het verslag kort aanstipt bij het familiebedrijf, is als het weet dat het wordt ingeruild voor concurrent KPMG.
De accountant bij SHV is dan al een paar jaar PwC’er Peter Jongerius. Ook geen lichtgewicht. Tot vorig jaar zat hij in het ledenbestuur van de beroepsvereniging voor accountants. Hij heeft het in zijn verslag aan SHV over 2014 kort over „stafbonussen”, alsof ze bestemd zijn voor het eigen personeel.

En dat die contant zijn en voor fiscale problemen kunnen zorgen. Dat is alles.

Jongerius had beter moeten weten. Bij het doornemen van het controledossier moet hij het verslag van Koolstra zijn tegengekomen. Ook kent hij het bedrijf door en door. In de jaren voor Koolstra was híj de accountant van Eriks. En er is nog iets.

Tot en met 2007 controleerde een ander kantoor, Ernst & Young (EY), de boeken van Econosto. Accountant Jeroen Kamphuis reisde in 2007 al naar Dubai om te zien hoe het met die commissies zat. Hij schreef een verslag. De inhoud is volgens bronnen steeds bij de opeenvolgende accountants van PwC bekend.