Column

Celibatair

Afgelopen weekend logeerde mijn oudste neefje bij mij en omdat hij elf is en een wonder, hadden we het over een boek dat hij momenteel leest: een naslagwerk van anderhalve kilo over de Eerste Wereldoorlog. „Er is alleen iets wat ik niet snap”, zei hij. „Er staat dat soldaten kamfer in hun eten kregen. Maar dat spul wordt toch gebruikt om dingen te conserveren? Bleef het leger zo langer goed?”

Ik probeerde hem uit te leggen dat kamfer ook libido-onderdrukkend werkt, waarop mijn neefje riep dat ik hem in de maling nam. Ik koester dat soort onschuld, dat je op een leeftijd bent waarop je je nog niet kunt voorstellen dat iemands humeur wordt bepaald door droogstaan. Jaren geleden was ik bij een lezing van Salman Rushdie, die zei dat godsdienstfanatici zo agressief zijn omdat het geloof hun seksuele restricties oplegt. „In plaats van mij te onthoofden, moeten ze gewoon met elkaar naar bed gaan, probleem opgelost!” riep hij. De zaal lachte mee en had het gevoel elk moment te worden opgeblazen.

Ik zie dat de mensen om me heen, van tieners tot bejaarden, er allen stevig de pest in hebben wanneer ze niet zo vaak aan de horizontale lambada toekomen als ze hadden gewild. Als men vroeger kamfer aan soldaten voerde om te voorkomen dat die voortijdig tot strijd overgingen, is het niet meer dan redelijk te veronderstellen dat een gebrek aan seks ook het humeur van de burgers beïnvloedt (het zou veel agressie op sociale media verklaren).

Het is een van de redenen waarom ikzelf meerdere periodes bewust celibatair heb geleefd. Om dat verlangen te doven en mijn gemoed in balans te brengen. Nu het voorjaar nadert en iedereen dus extra boos en hitsig wordt, moet ik soms terugdenken aan die momenten. Het was zo heerlijk rustig. Ik ging dan dagelijks naar het zwembad. Zwemmen en vrijen lijken op elkaar: je gebruikt iedere spier, na afloop ben je blij en uitgeput, je hebt het gevoel overal te zijn aangeraakt. Het gevoel van water dat langs mijn lichaam gleed, kwam in zo’n celibataire periode het dichtst in de buurt van spontane erotiek. De golfjes die tegen je schouders sloegen konden, met een beetje fantasie, worden opgevat als kusjes. Een koele onderstroom tegen je buik was als het onderlichaam van een minnaar, de gesp van zijn riem koud tegen je ontblote navel aan.

Terwijl mijn neefje doorlas over de oorlog mijmerde ik verder, over het water, over oplossingen om van begeerte en dus lijden af te komen. Misschien dat er daarom wel wordt gedoopt met water. Niet om ons van zonden, maar van ons lichaam te verlossen.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.