Bannon en het Beest

Wat zeggen de films van Steve Bannon, Donald Trumps belangrijkste adviseur en politiek strateeg, over zijn grimmige wereldbeeld?

Steve Bannon op de dag van de inauguratie van Donald Trump. Foto Win McNamee/Reuters

Hollywood bijt terug. Tegenover een Franse journalist omschreef George Clooney Trump-adviseur Steve Bannon onlangs als „een mislukte scenarist en een mislukte filmregisseur”.

Steve Bannon heeft inderdaad een groot aantal films op zijn naam staan: achttien films als producent, negen als regisseur. Dat zijn vooral documentaires van extreem-conservatieve signatuur. De films waren niet succesvol aan de bioscoopkassa; voor zover ze de Amerikaanse bioscoop haalden, zijn ze nauwelijks gerecenseerd, en ze bereikten zelden een ander publiek dan Bannons eigen rechts-populistische achterban bij de Tea Party.

Maar mislukt? Bannon is op dit moment Trumps meest invloedrijke adviseur. Er zijn filmmakers met een uitgesproken politieke agenda die het minder ver hebben geschopt in de wereld. Het is alsof Michael Moore plotseling het Witte Huis heeft betrokken, als rechterhand van Bernie Sanders.

Fortuin verdiend met Seinfeld

Gevestigde media mogen Bannon dan – met goede redenen – beschouwen als een primitief complotdenker en extremist, in eigen kring is zijn bijnaam ‘De encyclopedie’ en wordt hij wel ‘Trumps brein’ genoemd. Het zou onverstandig zijn om hem niet serieus te nemen.

Lees ook Trumps strateeg gedijt bij chaos en verwarring, een profiel van Bannon

Voordat hij zich begin jaren negentig als financier in de entertainmentwereld vestigde, was Bannon eerst marinier, daarna bankier bij Goldman Sachs. Hij maakte zijn fortuin met een deel van de rechten van Seinfeld, de succesvolste comedyserie van de jaren negentig. Als producent speelde zijn politieke overtuiging aanvankelijk geen rol. Hij financierde het debuut als regisseur van de ultralinkse Sean Penn: The Indian Runner (1991), gebaseerd op een song van Bruce Springsteen.

Dat veranderde toen hij in 2004 zelf films ging regisseren: in hoog tempo, wat aan de kwaliteit ook valt af te zien. Bannon zet vooral ‘talking heads’ in met archiefbeelden. Dat schiet flink op. Tegenover The Wall Street Journal omschreef hij zichzelf als „een student” van de films van Leni Riefenstahl, Sergei Eisenstein en Michael Moore. Je mag aannemen: niet vanwege de innovatieve, cinematografische kwaliteiten van die beroemdheden, maar vanwege hun effectiviteit als politieke propagandisten voor respectievelijk het Derde Rijk, de Sovjet-Unie en progressief Amerika.

Conservatieve ‘wapens’

Zijn eigen films vat Bannon naar eigen zeggen op als ‘wapens’ in de conservatieve strijd. Dat betekent in de praktijk vooral dat zijn films zijn volgestopt met dreigende, pompeuze muziek, dat er alleen politieke geloofsgenoten aan het woord komen, en dat hij gebruik maakt van de meest simpele beeldspraak. Een beeld van een tijger die een zebra verscheurt moet de perfide praktijken van de Clintons met hun Clinton Global Initiative in Afrika illustreren.

Zijn films vallen uiteen in twee soorten. Het overgrote deel heeft een concreet politiek doel op korte termijn, vaak gekoppeld aan naderende presidentsverkiezingen. Dat zijn films als The Hope and the Change (2012), waarin hij in Obama teleurgestelde kiezers aan het woord liet. Vorig jaar was er Clinton Cash, over de vermeende criminele corruptiepraktijken van Bill en Hillary Clinton. Hij maakte maar liefst vier films over de bedreiging van de VS door illegale immigranten.

Twee films steken boven de rest van zijn productie uit. In the Face of Evil uit 2004 gaat over zijn idool Ronald Reagan en laat zien waar Bannon vandaan komt. Zijn film over de kredietcrisis uit 2010, Generation Zero, laat zien hoe Bannon de toekomst ziet.

Afrekenen met ‘Het Kwaad’

Bannon ontwaakte als politiek conservatief door het slappe beleid van president Carter in de jaren zeventig en zijn enorme bewondering voor diens opvolger Ronald Reagan. Zijn film maakt duidelijk dat hij de Koude Oorlog, die hem heeft gevormd, niet in de eerste plaats ziet als een politiek, militair of zelfs louter ideologische conflict, maar als een quasi-religieuze confrontatie van Goed en Kwaad. Het communisme omschrijft hij in In the Face of Evil consequent als ‘Het Beest’, de Koude Oorlog noemt hij bij voorkeur de ‘Derde Wereldoorlog’.

Iedere poging om de spanningen tussen Oost en West enigszins beheersbaar te houden zijn evenzoveel voorbeelden van het morele falen van de laffe Amerikaanse elite: wegkijken, appeasement. Alleen Reagan begreep al vanaf zijn tijd als voorzitter van de acteursvakbond in Hollywood, wat er werkelijk op het spel stond: definitief afrekenen met Het Kwaad. Reagan werd erom bespot door elitaire experts en ruggengraatloze collega-politici. McCarthyisme? Nooit van gehoord.

In de laatste minuten van In the Face of Evil onderstreept Bannon zijn boodschap met beelden van de aanslag op de Twin Towers. De VS zien zich volgens hem nu opnieuw geconfronteerd met Het Kwaad, en zijn verwikkeld in een eindstrijd met het ‘islamitisch fascisme’, die honderd jaar zal gaan duren. En opnieuw zijn er appeasers, die de confrontatie met Het Beest ontkennen.

Bloeiperiode pas na chaos

Generation Zero maakt duidelijk hoe Bannon de toekomst ziet. Hij is een aanhanger van een cyclische theorie over de Amerikaanse geschiedenis. De VS zouden volgens de theorie van de historici William Strauss en Neil Howe steeds in periodes van honderd jaar door dezelfde vier fasen gaan. Aan de oorsprong staat een bloeiperiode van sterke instituties en betrokken, verantwoordelijke burgers (‘High’). Die periode wordt gevolgd door een tijd waarin de instituties onder vuur komen te liggen (‘Awakening’) zoals bij de jeugdrevolte van de jaren zestig. Dan volgt onvermijdelijk de neergang van maatschappelijke en politieke instituties als gevolg van doorgeschoten individualisering en egoïsme (‘Unraveling’). Dat leidt dan weer tot een periode van ongeveer twintig jaar ‘Crisis’: chaos, oorlog, economische neergang. Maar uit de as kan een nieuwe bloeiperiode ontstaan, en zal de VS herrijzen.

Cultuurpessimist Bannon is er blijkens Generation Zero van overtuigd dat de wereld sinds de kredietcrisis van 2007-2008 opnieuw in zo’n periode van crisis terecht is gekomen, waaruit na heel veel strijd en conflict een nieuwe bloeiperiode kan ontstaan voor de Verenigde Staten. Dat conflict is in zijn ogen onvermijdelijk.

Dat is op zich al een verontrustend perspectief. Maar minstens zo verontrustend is Bannons volledige gebrek aan twijfel, zijn rotsvaste geloof dat hij de raadsels van de wereldgeschiedenis heeft opgelost.

Dat kan gemakkelijk tot ongelukken leiden, zo liet uitgerekend de geschiedenis van het totalitarisme zien, waar Bannon zich in zijn films zo over opwindt. Met zijn wereldbeeld heeft Bannon meer trekken van ‘het beest’ dan hij zelf beseft.