‘Afdruk in zeebodem is wat er nog rest’

Herdenking slag in de Javazee

De herdenking had extra lading: onlangs bleken zeemansgraven geschonden. „Alsof zo’n veld met die witte kruisjes ineens verdwenen is.”

Nabestaande op ereveld voor de slachtoffers in Soerabaja op Java, maandag. Foto’s Bas Czerwinski/ANP en Juni Kriswanto/AFP

„Zelfs de roestige wrakstukken zijn de nabestaanden niet gegund.” De harde woorden komen van Jacques Brandt, voorzitter van het Karel Doorman Fonds, dat veteranen van de Koninklijke Marine ondersteunt. In een volle Haagse Kloosterkerk zijn maandag 27 februari, precies 75 jaar na dato, de slachtoffers van de Slag in de Javazee herdacht.

Deze herdenking heeft een extra lading, omdat kort geleden bleek dat drie van de destijds tot zinken gebrachte Nederlandse schepen van de zeebodem zijn verdwenen. Daarmee zijn ook de zeemansgraven verloren gegaan.

„Dit is grafschennis in de ergste vorm”, zegt Karen Loos, hoofd communicatie van de Koninklijke Marine. „Alsof zo’n veld met graven met die witte kruisjes ineens verdwenen is.”

915 doden op 27 februari 1942

Toen zij eind vorig jaar gebeld werd over het verdwijnen van de schepen, kon zij haar tranen niet bedwingen. „Je kunt je dus voorstellen hoe erg het voor de nabestaanden kan zijn.”

In de Javazee kwamen 915 Nederlanders om het leven, onder wie ruim tweehonderd Indisch-Nederlandse militairen. Ze moesten samen met Australiërs, Britten en Amerikanen voorkomen dat Japanse strijdkrachten hun opmars voortzetten richting het Indonesische eiland Java. De slag in de Javazee wordt gezien als het begin van het einde aan 350 jaar koloniale overheersing van Indië door de Nederlanders.

Twee overlevenden nog in leven

In de kerk is ook de 93-jarige Felix Jans aanwezig, een van de twee overgebleven Nederlanders die de Slag in de Javazee overleefden en nu nog steeds in leven zijn. De toen 18-jarige Jans was verantwoordelijk voor het onderhoud van het kanon. Na afloop van het gevecht, dobberde hij nog uren op zee rond, daarna werd hij door Japanners naar een kamp gebracht. Zijn tijd daar noemt hij „één grote survival”. Het voordeel daarvan: „Nu is hij voor niemand meer bang.”

Minister van Defensie Jeanine Hennis spreekt zijn woorden uit in de Kloosterkerk, zelf heeft hij het vandaag zwaar.

Dat komt ook doordat het in november, toen bleek dat de wrakstukken weg waren, het „voelde alsof u uw geliefden voor de tweede keer verloor”, zoals een spreker het verwoordt.

In 2009 is één van de schepen nog gezien, maar toen Theo Doorman – de zoon van Karel Doorman, die de onderneming in de Javazee leidde – vorig jaar een herdenkingsplaquette op de drie schepen wilde bevestigen, waren die nergens meer te vinden.

Alleen nog „de afdruk van een romp in de zeebodem”, vertelt Doorman in de Kloosterkerk. Voor Doorman voelde het altijd „alsof mijn vader was opgenomen in de zee”.

Na de vondst van Doorman is een team van experts uit Nederland en Indonesië een eigen zoektocht gestart. „Je denkt toch: die hebben misschien verkeerd gekeken”, zegt maritiem archeoloog Martijn Manders, die meewerkte aan het onderzoek. Vorige week werd de officiële conclusie getrokken dat de schepen inderdaad zijn verdwenen.

Vaandels tijdens de herdenking. Foto’s Bas Czerwinski/ANP en Juni Kriswanto/AFP

Uitzoeken wat met resten is gebeurd

De komende maanden moet blijken wat er met de resten is gebeurd. „We weten niet of we ooit een antwoord krijgen”, zegt Manders. Het is zeker dat er grof geschut is gebruikt: de grote wrakstukken kunnen volgens Manders alleen door mensen met kennis van het bergen van schepen zijn verplaatst.

De scheepswrakken werden in 2002 voor het eerst sinds 1942 gesignaleerd. Wrakken mag je niet zomaar van de bodem halen. „Wat hier gebeurd is had nooit mogen gebeuren”, zegt Manders. Daarom gaat hij de komende tijd ook uitzoeken hoe we „dit soort dingen beter kunnen regelen om een situatie als deze te voorkomen”.

Verschillende sprekers grepen de herdenking aan om te wijzen op een grimmige toekomst, die door internationale instabiliteit mogelijk in het verschiet ligt.

„Wij mensen, wij zijn hardleers. Wij lijken gedoemd om de geschiedenis over te doen”, zei vlootpredikant Wilco Veltkamp. Jet Bussemaker, minister van Onderwijs en nabestaande van haar opa die vocht in Indië, vroeg aandacht voor „verschillende perspectieven” en wees op het koloniale verleden van Nederland. Zij vertelde dat zij „de rimpelingen” van de tijd waarin haar opa vocht in toenmalig Nederlands-Indië nog altijd ervaart. „Als ik jong en links van leer trok over ons koloniale verleden en mijn vader pal bleef staan voor de heldendaden van zijn vader.”

Bussemaker trok een parallel met de huidige tijd, waarin het geroep van „duizenden drenkelingen” op zee ook verstomt. Zij doelde op vluchtelingen die verdrinken in de Middellandse zee.

„Bij het leed van nu voel ik de rimpelingen van toen. Die rimpelingen zijn er nooit niet. In de rimpelingen, hoor ik een echo.”

Herdenking in Haagse Kloosterkerk van Slag in de Javazee, met tweede van links overlevende Felix Jans. Foto’s Bas Czerwinski/ANP en Juni Kriswanto/AFP