Verbandje om, en dan weer lekker aan het bier

Carnaval in het ziekenhuis

Gewonde dino’s en agentes met netkousen kwamen langs op de spoedeisende hulp. Carnavalsavond in het traumacentrum in Brabant.

De 10-jarige Lotte brak haar pols en belandde op de spoedeisende hulp van Elisabeth-TweeSteden ziekenhuis in Tilburg. Foto's Merlin Daleman

Dokter Roy Ambrosius loopt door de gangen van het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (ETZ) in Tilburg. Een politieagente met netkousen komt hem licht snikkend tegemoet. „De ogen van mijn zoontje vallen dicht”, zegt ze. „En hij is op zijn hoofd gevallen.” Roy antwoordt: „Ik kom zo”, en loopt naar een kamertje waar een tienjarig meisje van de FBI ligt, wier pols is gebroken.

Het is carnaval in het zuiden, en dus is het extra druk op de spoedeisende hulp van het Tilburgse ziekenhuis. Daar komen alle patiënten binnen met letsel dat te zwaar is voor de huisartsenpost. Daarbij ook de hele zware gevallen, want het ETZ is het traumacentrum voor de hele provincie Brabant.

Carnavalsavond op de spoedeisende hulp betekent patiënten met feestelijke outfits die niet helemaal matchen met hun gepijnigde blikken. Een driejarige dinosaurus met een flinke hoofdwond, een meisje in doktersjas dat door een auto is geschept of een legerofficier die een stuk glas in zijn oog heeft gehad.

Rond vijf uur in de middag komt de eerste carnavalspatiënt binnen, de 19-jarige Jim. Zijn schouder is gebroken, na een vriendschappelijke stoeipartij na afloop van de traditionele dorpsoptocht. Als hij zijn pak uittrekt, een zilverachtig schild op een gele overall, bekent hij zijn alcoholgebruik van nog voor het avondeten. „Ik denk dat ik wel een kratje op heb.” Zijn vriendin, een non met een groot kruis om haar nek, belt een bekende op. „Wij zijn in het ziekenhuis, ja, echt waar.”

De 25-jarige Gerben van Weert sneed zijn vinger aan een kapot bierflesje. Foto’s Merlin Daleman

Terug te voeren op alcohol

Volgens Harm van de Pas, medisch manager van de spoedeisende hulp is met carnaval vrijwel al het letsel terug te voeren op alcohol. „Avonden als deze benadrukken hoe gevaarlijk alcohol kan zijn. Dat de hele spoedeisende hulp vol zit met slachtoffers van deze drug schijnt erbij te horen. Maar voor mij blijft het een gek fenomeen, en absoluut een brug te ver.”

Toch zorgen de beschonken patiënten ook voor vrolijkheid. De 25-jarige Gerben van Weert, verkleed als forensisch onderzoeker, wilde „een beetje stoer doen” en een bierflesje kapot slaan. Gevolg: het bloedde enorm en hij viel bijna flauw. In het ziekenhuis lacht zijn vriend, een olifant, om alles. „Telt mijn vriendin ook mee”, vraagt Gerben als de baliemedewerkster informeert of hij in de afgelopen periode met varkens in aanraking is geweest.

Als Gerben en zijn vrienden naar een kamertje worden gebracht, is het helemaal feest. De olifant trekt de hoorn van de telefoon van de muur, terwijl Gerben het uiterlijk van de coassistente becommentarieert die naar zijn vinger kijkt. „Ik ben wel blij met zo’n dokter.” Vijftien bier heeft Gerben gedronken. Als de coassistente vraagt of dat alles is, corrigeert Gerben zichzelf. „Oh ja, ook nog een halve liter schrobbelèr.”

Artsen met een strakke blik

Dan komt er een melding binnen: een auto is tegen een boom geknald en de inzittenden zijn onderweg met de ambulance. Meteen verandert de sfeer, verpleegkundigen en artsen lopen met een strakke blik allerlei kanten op, in versnelde pas. Roy Ambrosius trekt een oranje hesje aan, hij is een van de twaalf zorgverleners die klaar staan als de slachtoffers op een brancard uit de ambulance worden geduwd. Bij eentje ligt zijn groen met zwarte carnavalspak nog op zijn buik. Ze blijken buiten levensgevaar, en niet veel later arriveert de politie in het ziekenhuis. „Dit zijn de momenten dat iedereen op scherp staat”, zegt Ambrosius. „En dat kan elk moment van de dienst gebeuren.”

Maar toch, over het algemeen is het een rustige carnavalsavond: geen comazuipers die worden binnengebracht en geen agressie. Dat laatste is wel kenmerkend voor een carnavalsavond, zegt medisch manager Harm van de Pas. „Mensen zijn wat vrolijker, als je ziet hoeveel mensen in de stad zijn en hoeveel ze drinken, valt het me altijd op hoe weinig slachtoffers van agressie we tegenkomen.”

Gerben van Weert krijgt ondertussen het sein dat hij mag vertrekken, hij krijgt een verbandje om zijn vinger. Samen met de olifant stapt hij lachend door de deur van het ziekenhuis. Of hij het rustig aan gaat doen? „Wat denk je zelf”, zegt hij terwijl de olifant zijn sigaretten tevoorschijn haalt. „We gaan de hele avond door. Bier drinken!”