Veel spektakel en toch weinig publiek

IJshockey

Zelfs bij de finale om het Nederlands kampioenschap met thuisteam Heerenveen was de ijshockeyhal van Thialf niet gevuld.

Het publiek tijdens de finale van de Final Four in Thialf, die gewonnen werd door de Heerenveense Flyers. FOTO CATRINUS VAN DER VEEN

Netjes in een rij en voorovergebogen over de boarding kijken de wisselspelers van thuisteam Heerenveen Unis Flyers. Hun teamgenoten zoeven door hun gezichtsveld. Geen oeverloos gepingel op het middenveld tijdens de finale van de Final Four tegen Hijs Hokij Den Haag, de strijd om het Nederlandse kampioenschap. Er zit enorme vaart in het spel – de kracht van het ijshockey. Die schuilt in het directe en rechtlijnige karakter van de sport. Doelrijpe kansen volgen elkaar in sneltempo op.

„Dat snelle, dat flitsende is het grote spektakelelement. Er gebeurt altijd wat. Dat is ook de reden waarom de ijshockeysport met de elementen die het in zich heeft in potentie een populaire sport is. Maar dan moet je het wel goed verpakken”, zegt Rob van Rijswijk, voorzitter van de Nederlandse ijshockeybond. Aan die verpakking is de afgelopen jaren hard gewerkt, onder anderen door Van Rijswijk. De bond zou het liefst de glansrijke periode van de jaren tachtig en negentig doen herleven, maar daarvoor moest er iets gebeuren. De Nederlandse ijshockeybond smolt daarom twee jaar geleden samen met haar Belgische tegenhanger en beide bonden zetten een nieuwe competitie op, de BeNe-league.

Broodnodig volgens bondsvoorzitter Van Rijswijk, die zelf vier Olympische Spelen meemaakte. „Nu hebben we een interessante competitie met genoeg teams. Dat zorgt voor stabiliteit. Een essentiële stap gezien de wankele basis van de eredivisie toen. Van hieruit willen we de competitie verder uitbouwen.”

Associatie met geweld

Het vraagt vindingrijkheid van de ijshockeybond om de sport onder de aandacht te krijgen. Onder meer een nauwere samenwerking met de schaatsbond moet de sport populairder maken. De lauwe opkomst tijdens de halve finales was echter treffend: zelfs een finale met thuisteam Heerenveen krijgt de ijshockeyhal van Thialf niet gevuld.

Met een doffe bonk wordt Den Haag-forward Jasper Kick met hoge intensiteit tegen de transparante boarding gewerkt. Die trilt na. De Haagse speler pikt zijn stick op, schudt de aanvaring van zich af en zet de jacht op zijn tegenstander verder. Fysiek contact hoort erbij. Juist dat aspect van ijshockey zorgt voor opwinding op de tribunes.

Bij een spelletje woordassociatie wordt de link met geweld wel eens gelegd. Maar dat vindt Nederlands recordinternational Ron Berteling onterecht. „Bij ijshockey kom je elkaar wat vaker tegen dan bij andere sporten.” zegt hij. „Het gebeurt, en daarna is het weer over. Het spectaculaire van de sport is de snelheid. Bodychecks zijn de manier om in puckbezit te komen. Omdat het spel zo snel gaat, ben je in een aantal seconden van de ene naar de andere kant van de ijsbaan. Dat fysieke is mooi om te zien. Maar geweld hoort daar niet bij.”

Geen gladiatoren-gedoe meer

Sommige teams uit de NHL, de Noord-Amerikaanse topcompetitie, introduceerden in het verleden zogenaamde goons of enforcers, vaak fysiek intimiderende figuren die als enige taak het afschrikken van tegenstanders hadden. Hun rol bestond in de eerste plaats in het beschermen van de talentvolle ijshockeyers. Maar het gold ook als vermaak voor het publiek.

Rauwdouwers, noemt Van Rijswijk ze. Maar zij behoren tot het verleden. „Dat gladiatoren-gedoe past niet bij het huidige ijshockey. IJshockeyers zijn zo veel beter en professioneler geworden. Je hebt natuurlijk spelers die er wat forser en feller in gaan dan andere spelers. Die vallen op. Maar dat heb je in elke sport. Dat entertainment-element dat eraan vast zat is verdwenen.”