Trump verenigt conservatieven tegen gemeenschappelijke vijand: de journalistiek

Mediahaat

Team Trump verklaart ‘de nep-nieuws media’ de oorlog. Zijn woordvoerder waarschuwt: „We gaan agressief verweer bieden tegen onjuiste beelden of verhalen.”

President Donald J. Trump juicht zijn supporters toe tijdens CPAC: Conservative Political Action Conference in de staat Maryland. Foto Reuters / Kevin Lamarque

Donald Trump heeft dit weekend een sceptische, maar onmisbare groep voor zich gewonnen: de conservatieve rechtervleugel van de Republikeinse Partij. Op CPAC, het belangrijkste conservatieve jaarcongres in de VS, kreeg Trump een staande ovatie. De evangelische leiders, anti-abortusactivisten, Grondwet-preciezen, libertairen en vuurwapenbezitters – ze houden niet opeens van Trump. Maar Trump bracht een gemeenschappelijke vijand in het spel: de journalistiek.

Trump was niet naar National Harbor, in de staat Maryland, gekomen om conservatiefje te spelen. Hij gokte erop dat mediahaat de verbindende factor zou zijn. En dat lukte.

Trump sprak niet over conservatieve principes, zoals gebruikelijk op CPAC. Hij gebruikte zijn tijd om de Amerikaanse journalistiek de maat te nemen. „De vijand van het volk”, zoals hij de „nepnieuws-media” eerder noemde, is volgens hem een gemeenschappelijke tegenstander van het Witte Huis en conservatieven.

„De oneerlijke media zullen zeggen dat ik hier geen staande ovatie kreeg. Weet je waarom? Iedereen ging staan, en niemand zat. Maar dat geven ze niet toe. Ze zijn de allerergsten.”

Correspondents’ Dinner

Meteen na zijn toespraak op CPAC voegde Trump de daad bij het woord. Voor het eerst in de geschiedenis waren grote landelijke media vrijdag niet welkom bij een persbriefing op het Witte Huis. Woordvoerder Sean Spicer had in plaats van zijn dagelijkse persconferentie een informele briefing op zijn kantoor georganiseerd. CNN, The New York Times, The Los Angeles Times, Politico en andere media mochten niet naar binnen. Opvallend detail: de pro-Trumpsite Breitbart was wél welkom. „We gaan agressief verweer bieden tegen onjuiste beelden of verhalen”, zei Spicer.

Zondag maakte Trump ook bekend dat hij niet zal verschijnen op het jaarlijkse White House Correspondents’ Dinner, een traditie van decennia in Washington. Dat galadiner was toch al onzeker, omdat steeds meer media afzegden.

Oorlog

Afkeer van de media werd in National Harbor het medicijn tegen de grote interne verdeeldheid. Over de Democraten ging het nauwelijks meer. In navolging van Trump worden nieuwe vijandbeelden omarmd.

Wayne LaPierre, de directeur van wapenlobby NRA, praatte in oorlogstermen over dit nieuwe conflict. „Als je bij de linkse media hoort, of een soldaat bent van gewelddadig links, (..) of een aanstaande terrorist, luister dan goed: je gaat niet winnen, en je zal ons niet verslaan.”

LaPierre speculeerde uitgebreid over een periode van geweld in Amerika. „Op dit moment wint een groep aan macht die geweld tegen ons wil gebruiken. Links is buiten zichzelf van woede. Voor het eerst staan we tegenover een vijand die niet alleen ons land wil vernietigen, maar ook de westerse beschaving.”

Dit was een echo van een praatje dat Trumps topstrateeg Steve Bannon eerder op CPAC had gehouden. Bannon verscheen samen met stafchef Reince Priebus op het podium. Dat werd een wat ongemakkelijke act. De nerveus lachende Priebus, oud-voorzitter van de Republikeinse Partij, is een man uit de partijelite en een vaste spreker op CPAC. De bombastische Bannon, oud-hoofdredacteur van Breitbart, leefde altijd op voet van oorlog met CPAC. Hij organiseerde zelfs eens een anti-conferentie met radicalere sprekers: De Niet-Uitgenodigden. „Ik ben blij dat ik eindelijk welkom ben”, zei Bannon nu.

De ideoloog en de bestuurder

Bannon en Priebus strijden in het Witte Huis om de gunst van Donald Trump. Priebus, de bestuurder, wil vooral resultaten boeken. Bannon, de ideoloog, wil symbolische strijd leveren.

In National Harbor won Bannon met overmacht. Het presidentschap van Trump schetste hij als een dagelijkse strijd om het voortbestaan van Amerika. „Als jullie denken dat jullie je land zonder gevecht terugkrijgen, dan hebben jullie het mis.”

Bannon had het enkele malen over „de oppositiepartij”. Hij bedoelde daar de media mee, niet de Democratische Partij. „De corporatistische, globalistische pers is een tegenstander van het economische nationalisme van Donald Trump. Het wordt alleen maar erger. Hoe dichter Trump bij zijn doel komt, des te harder zullen zij vechten.”

Het anti-Trump effect

Het was gitzwarte taal, die het goed deed bij de conservatieve rechtervleugel van de partij. Acht jaar lang was Barack Obama de vijand. Maar nu het Witte Huis in Republikeinse handen is, evenals beide kamers van het Congres, is er geen echt politiek gevecht. Toch raakt deze vleugel pas enthousiast als er een gemeenschappelijke tegenstander is. Door de media die rol te geven, heeft Trump ze nieuw enthousiasme gegeven.

Dit fenomeen noemde de progressieve auteur Peter Beinart het ‘anti-anti-Trump’-effect. Omdat Trumps tegenstanders nét iets meer gehaat worden dan Trump zelf, krijgt hij steun. Het werkte feilloos. Bij de traditionele populariteitspeiling aan het einde van het congres kreeg Trump steun van 84 procent van de aanwezigen. Vorig jaar, toen hij nog campagne voerde, was dat 15 procent.

Normaal beloont CPAC alleen Republikeinen die zich principieel conservatief presenteren. Een kleine overheid, lage belastingen, vrij vuurwapenbezit, liefde voor de Grondwet, dat wil dit congres normaal horen. Trump is verre van een traditionele conservatief. Hij had het nauwelijks over traditionele thema’s, en nam het op voor democratisch socialist Bernie Sanders, omdat hij net als Trump kritisch is op vrijhandel. „Ik houd van Bernie!”

Verstandshuwelijk

Dat leidde alleen in de wandelgangen tot wat gemor. Bijvoorbeeld van radiopresentator Mark Levin, een invloedrijke stem in conservatief Amerika. „Trump en de conservatieven zullen nooit helemaal fuseren”, zegt hij.

Levin ziet geen liefde voor Trump, eerder een verstandshuwelijk. Hij zegt dingen die conservatieven graag horen: Trump wil immigratie terugdringen, hij heeft Neil Gorsuch voor het Hooggerechtshof voorgedragen. Maar onder de oppervlakte, zegt Levin, is de beweging kritisch. „Hij wil een biljoen dollar investeren in infrastructuur. Dat is precies gedrag van de overheid waar we vanaf willen.”