Column

Mannelijkheid

Omdat ze uit interviews hadden opgemaakt dat ik vader was geworden – ‘U heeft een hoop opgegeven voor het gezinsleven, waaronder het roken’ – nodigde debatcentrum De Balie mij uit om wat te komen zeggen over ‘mannelijkheid, anno 2017’. Vragen die ik kon verwachten waren: ‘Was u anders omgegaan met uw dochter als het een zoon was geweest?’ en ‘Waarom vinden veel vrouwen voetbal minder interessant dan mannen?’

In praktijk bleek de avond echter volledig te draaien om de transitie van Mounir (eerder Monique) Samuel, een publicist en schrijver met een Egyptische achtergrond. Hij mocht van alles vinden, zeggen, schreeuwen; de rest van ‘het mannen-panel’ zat erbij en was volgens een deel van de zaal meteen discriminerend bezig als ze hem tegen spraken.

Ik zag collega-columnist Arthur van Amerongen met gestrekt been op die muur af vliegen, naast hem zat dan ook nog Stella Bergsma in een rolstoel. En presentator Hadassah de Boer er maar bovenuit proberen te komen met vraagjes als ‘Wat doet dit met je mannelijkheid?’

Na een half uur – er was ondertussen al een wetenschapsjournalist versleten – werd ik erin gegooid. Voelbare haat uit de zaal: weer een blanke man en dan nog een vadertje ook. Dat ik mezelf op de schaal van mannelijkheid niet veel meer dan een zeventje gaf deed er niet toe. Ik hoefde slechts te zeggen dat ik het nogal een opgewonden gedoe vond om te veranderen in white trash.

Ik was een volgende homp wit vlees. Ik zag presentator Hadassah de Boer hele brokken van mezelf in de kookpot gooien. Ik zag hoe ze van ons vraten en besefte dat dit een unieke ervaring was, en Hadassah maar roeren door die prut.

Tussendoor deed Mounir Samuel nog een act. Hij ontdeed zich van wat kleren terwijl op het scherm mannelijke geslachtsdelen werden geprojecteerd. Nadat hij zichzelf had ondergespoten met deodorant werd hij zogenaamd bestormd door andere mannen. Hij zei al maar vast dat het een unieke act was en dat hij zich heel kwetsbaar had opgesteld, niemand wilde er nog iets anders van vinden.

De organisatie stond na afloop met een knuist vol consumptiebonnen voor me. Het was allemaal heel gek gelopen, vond ze. Het deed denken aan een dronken automobilist die door rood reed en daarna bij het bloedbad kwam informeren of hij vooraf moeten toeteren.

„Hier”, zei ze terwijl ze me al die consumptiebonnen gaf. „Drink zoveel als je wilt, en je vrienden ook!”

Dat ik dat deed vond ik heel mannelijk van mezelf.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.