Trekken aan een duurzame kip

Mededinging

Bedrijven die samen iets willen doen – voor het klimaat, voor duurzaamheid, voor dierenwelzijn – worden al snel beschuldigd van kartelvorming. Want ook al hebben ze nog zulke goede bedoelingen: de Mededingingswet gaat voor.

Illustratie Roland Blokhuizen

Ze bedoelden het zo goed, de kippenboeren en de supermarkten. Ze zouden samen de wereld gaan verbeteren, de plofkip niet langer fokken en verkopen. Die had sinds een ruige anticampagne van Wakker Dier een flink imagoprobleem. „Er komt een betere kip, voor al onze klanten!” – de advertentie verscheen begin 2013. De ‘Kip van Morgen’ zou meer ruimte en slaap krijgen, „en zich meer als een kip kunnen gedragen”, stond erin. Een beetje geduld zou het wel vergen: „Het wordt een gigantische, maar noodzakelijke operatie, die vele jaren in beslag zal nemen.” In 2020 zou Nederland plofkip-vrij zijn.

Maar het liep anders. In januari 2015 verkondigde de Autoriteit Consument en Markt (ACM) dat het Kip van Morgen-pact eerlijke concurrentie zou beperken, en dus in strijd was met de wet.

Kartelvorming is verboden. Bedrijven die met elkaar concurreren mogen geen afspraken maken over bijvoorbeeld prijs, hoeveelheid en kwaliteit. Doen ze dat wel, dan kunnen ze hoge boetes verwachten. Alleen concurrentie zónder afspraken leidt tot betere producten en lage prijzen, is het idee.

Maar stel nou dat een kartel een nobel doel wil dienen – dierenwelzijn, het milieu of mensenrechten – is het dan ook verboden? Ja, zegt de ACM. Eerder had ze al een stokje gestoken voor een afspraak tussen garnalenvissers om overbevissing te voorkomen. De sluiting van vijf oude kolencentrales zoals vastgelegd in de eerste versie van het Energieakkoord veegde ze van de baan. En ook voor het textielconvenant tussen kledingbedrijven voor betere werkomstandigheden in derdewereldlanden vormde de ACM nogal een obstakel, zo bleek tijdens een hoorzitting over de zogenoemde IMVO-convenanten in de Tweede Kamer, afgelopen maandag. „We lopen er vaak tegenaan”, zei voorzitter van de Sociaal-Economische Raad Mariëtte Hamer. „Een lastig onderwerp”, noemde Marhijn Visser van ondernemersorganisatie de spanning tussen duurzaamheid en mededinging.

Het wordt de ACM bepaald niet in dank afgenomen. „Een spaak in het wiel” van dierenwelzijn, noemde de pactsluiters van de Kip van Morgen haar. „Een belemmering voor een duurzamer bedrijfsleven”, vond de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR). Ze lijdt aan „een tunnelvisie”, zei Greenpeace. In ingezonden brieven in kranten werd het ACM-beleid in minder subtiele bewoording met de grond gelijk gemaakt.

Opvallend: ook het kabinet heeft problemen met de tucht van de marktmeester. Minister Lilianne Ploumen van Ontwikkelingssamenwerking (PvdA) vindt dat de ACM vooral geen „sta-in-de-weg” moet zijn voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. En minister Henk Kamp van Economische Zaken (VVD) probeerde met tal van maatregelen de ACM te bewegen tot meer ruimte voor afspraken over duurzaamheid. Nu is hij met een nieuw wetsvoorstel bezig, dat besluiten over duurzaamheidsinitiatieven bij de ACM-burelen weg moet houden. Sinds vorige maand wordt in rondetafelgesprekken met experts, bedrijven en ngo’s overlegd over de beste vormgeving daarvan.

De ACM als zwart schaap

De ACM als zwart schaap, directeur mededinging Michiel Denkers kijkt er niet meer van op. Voor zich heeft hij een stapeltje papieren liggen, printjes van krantenartikelen, nieuwsberichten en opiniestukken vol boze tongen over ACM-beslissingen die een stokje staken voor wat hij ‘duurzaamheidsinitiatieven’ noemt. Te streng, te technocratisch, losgeslagen van wat er leeft in te maatschappij – hij hoort het vaak. Maar, zegt hij, de ACM is er om eerlijke concurrentie te bewaken, te zorgen dat bedrijven niet te machtig worden en onnodig hoge prijzen gaan vragen. En tja, dat geldt ook voor duurzaamheidsinitiatieven. Hij vergelijkt zijn baan met die van een politieagent: die hoeft ook geen applaus te verwachten bij het uitschrijven van een bon. En is – net als de ACM – „met handen gebonden” aan de wet.

In het geval van de ACM is dat de Mededingingswet, de Nederlandse versie van artikel 101 van het Verdrag van de Europese Unie. En Brussel is streng: alleen onder uitzonderlijke omstandigheden kan een duurzaamheidsafspraak doorgang vinden. Consumenten moeten genoeg keuzevrijheid houden, én voordeel van de afspraak hebben. Dat is bijvoorbeeld het geval als een product goedkoper wordt. Of als mensen bereid zijn meer te betalen voor een duurzamer product.

De Kip van Morgen faalde voor die toets: kippenvleeseters hadden gemiddeld 82 cent extra over voor een kilo gelukkigere kip – en niet de 1,46 euro die het meer gaan kosten zou. Dat bleek uit de ACM-analyse op basis van vragenlijsten. Aan vegetariërs werd niks gevraagd: wat een niet-consument van gelukkigere kippen vindt, telt voor de wet niet mee.

„Een kortetermijn-portemonneekwestie” noemt Suzan van der Meij dat. Zij is coördinator van MVO Platform, dat zich inzet voor maatschappelijk verantwoord ondernemen in samenspraak met de overheid. Want het is juist de regering die graag ziet dat bedrijven met oplossingen komen voor dier, mens en milieu, zegt ze. „Jammer als dat vervolgens stukloopt op een ander deel van de overheid.”

Van der Meij was nauw betrokken bij het sluiten van het textielconvenant en vindt dat er te veel water bij de wijn is gedaan om maar door de mededingingstoets van de ACM te komen. Het enige wat voor de ACM telt is of consumenten er in monetair opzicht op vooruitgaan, zegt ze. En dat terwijl welwillende bedrijven vaak juist hogere kosten maken als ze minder vervuiling produceren, slaafvrije producten inkopen of beter voor dieren zijn. Om hun een eerlijke kans te geven moet de ACM wel andere zaken dan de bankrekening van de consument meewegen, vindt zij.

Het is precies waar minister Kamp de ACM toe probeert te bewegen. In oktober verscherpte hij de al bestaande richtlijnen waar de ACM zich volgens hem aan te houden heeft. Het moest maar eens afgelopen zijn met haar „remmende werking” bij het „opstarten van duurzaamheidsinitiatieven”.

Bedrijven moet „meer comfort” geboden worden, vond hij. En dus moest de ACM voortaan bij de beoordeling van duurzaamheidsinitiatieven meewegen of die „de samenleving als geheel” ten goede komen, en wat het effect ervan is op toekomstige generaties. Met andere woorden: ook vegetariërs én hun kinderen zouden iets te zeggen moeten hebben over het leven van de kip.

Greenwashing

Het klinkt misschien contra-intuïtief, zegt Maarten Pieter Schinkel, hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam, „maar dit is een gevaarlijke manier om iets goeds te willen doen”. Schinkel doet onderzoek naar de economische effecten van duurzaamheidsafspraken en publiceerde onlangs twee nieuwe artikelen daarover. Twee bezwaren tegen het beleid van de minister heeft hij. Eén: bedrijven zijn er doorgaans niet op uit om de wereld te verbeteren, maar vooral zichzelf. Dus waarom zouden we ze vertrouwen? Uit Schinkels analyses blijkt dat het maar heel weinig oplevert voor dieren of milieu als je bedrijven afspraken laat maken. En twee: duurzaamheidsvoordelen laten zich maar moeilijk in exacte cijfers vangen. Als de ACM de voordelen niet goed kan berekenen, kunnen bedrijven daar misbruik van maken. Ze verhogen vaak de prijs onnodig veel onder de dekmantel van een of ander nobel doel, zegt Schinkel. Met zijn beleid zet minister Kamp de deur open voor kartels die met „minimale hoeveelheden nep-groen en nep-dierenwelzijn de samenleving sussen”. Greenwashing, noemt hij dat.

Schinkel staat niet alleen in zijn oordeel, ook vanuit Brussel ontvingen minister Kamp en de secretaris-generaal van zijn ministerie Maarten Camps kritische brieven. „Dear Mr Camps”, schrijft de directeur van de Europese marktmeester daarin, „met groeiend ongenoegen hebben wij de recente ontwikkelingen rond de Beleidsregel mededinging en duurzaamheid gevolgd”. De beleidsregel zou in strijd zijn met het Europees mededingingsrecht, dat bepaalt dat echt alleen de consumenten in de relevante markt meetellen. In het geval van de Kip van Morgen niet de vegetariërs, niet de kippen zelf. „Niets wijst erop”, aldus de brief, „dat de ACM verkeerde analyses heeft gemaakt”.

Anna Gerbrandy, hoogleraar mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht, vindt dat onhoudbaar. Een marktautoriteit die alleen naar sommetjes kijkt, verliest de connectie met de maatschappij, stelt zij. In haar oratie van vorig jaar bepleitte ze een nieuw mededingingsrecht, waarbij niet het beperkte mensbeeld van egoïstische consumenten en gierige ondernemers centraal staat. Zij vindt: als het kabinet zoveel aan de markt overlaat, en er vervolgens bedrijven zijn die iets goed willen doen, dan moet dat wel kunnen. Want het is een beetje gek, zegt ze, dat een overheid die zich enerzijds zo teruggetrokken heeft óók wetten handhaaft die allerlei initiatieven afschiet. En de ACM is heus wel in staat greenwashing op te sporen, denkt zij.

Maarten Pieter Schinkel schreef een gedicht over Gerbrandy’s oratie: Cartel Paradise Regained, hintend op een terugkeer van het kartelparadijs dat Nederland in de jaren negentig was. Dat de ACM zo op berekeningen van de kosten en baten van duurzaamheidsafspraken leunt, vindt hij geen probleem. Als die sommen voor de samenleving de verkeerde kant op wijzen, moet de regering gewoon opstaan en zeggen: je mag geen kippen mishandelen, geen kleding geproduceerd door kinderen verkopen, en de maximale CO2-uitstoot is zus en zo. Wetten maken, top-down reguleren, en niet zitten wachten tot het bedrijfsleven met een „flinterdun duurzaamheidsinitiatief” komt.

Anna Gerbrandy lacht, ze kon het gedicht van Schinkel wel waarderen. Eigenlijk, zegt ze, moeten we een fundamentele discussie voeren, over wat we willen overlaten aan bedrijven, wat aan de ACM en wat aan de politiek als het gaat om duurzaamheid.

Michiel Denkers van de ACM is het daarmee eens. Weer die vergelijking met een politieagent: als die een dief arresteert, zou het toch raar zijn als de maatschappij ineens boos wordt omdat dat indruist tegen een eerlijke inkomensverdeling? Volgens hem is dat nu wel een beetje de situatie: de ACM krijgt van alles op haar bord waar ze niet mee bezig zou moeten zijn. Als de samenleving het niet eens is met een ACM-analyse, moet dat in de politieke arena uitgevochten worden, vindt hij. Dáár moeten democratisch gekozen mensen dan maar een afweging maken tussen het belang van eerlijke concurrentie en publieke zaken als dierenwelzijn en milieu.

Overheidssausje

Dat de ACM beter bij haar leest kan blijven, lijkt minister Kamp inmiddels ook te begrijpen. In de herfst kondigde hij een nieuw wetsvoorstel aan, dat het mogelijk maakt duurzaamheidsinitiatieven boven de mededingingswet te verheffen. In feite is het een oproep aan bedrijven en organisaties: kom maar met ideeën voor een betere wereld, en dan gaan we in de Tweede Kamer overleggen of het voor iedereen moet gelden. „Met het wetsvoorstel blijft de ACM het concurrentieproces beschermen”, mailt hij, „terwijl de wetgever de mogelijkheid krijgt om het duurzaamheidsbelang tegenover het belang van concurrentie af te wegen”.

Er zitten nog wel wat haken en ogen aan het voorstel. Het kan stuklopen op de Europese vrijeverkeersbepalingen, en ook mag de Kamer volgens de Europese wet niet zomaar een kartel legaal verklaren door er een overheidssausje overheen te gieten. Of het door de Raad van State wordt goedgekeurd, is ook nog de vraag. Vandaar die rondetafelgesprekken op het ministerie van Economische Zaken dus.

Voor de Kip van Morgen maakt het weinig meer uit. Die kwam er, ook zonder sectorbrede afspraken tussen kippenboeren en supermarkten. De meeste grote ketens introduceerden op eigen houtje een betere kip, en ook nog eens veel sneller dan voorzien in het afgeschoten convenant. En dat, zegt Michiel Denkers, is toch wel de essentie van marktwerking. Concurrentie, waardoor nieuwe producten ontstaan. Precies wat de ACM zo ridderlijk beschermt.