Recensie

The Weeknd in Ziggo Dome: luchtige pop en heftige emoties.

Pop

Als een solitaire allemansvriend hield The Weeknd in zijn eentje iedereen tevreden. Maar hij mist nog wat charisma.

Foto Andreas Terlaak

Er landde een ruimteschip in de Ziggo Dome, zo leek het. Eruit stapte The Weeknd, artiestennaam van de Canadese zanger Abel Tesfaye. Praktisch in zijn eentje bespeelde hij de uitverkochte zaal met zoete r&b-liedjes en stoere teksten over seks en drugs. Er stonden weliswaar drie muzikanten op het podium, maar de ingeblikte muziek was zonder hun inbreng ook wel doorgegaan. The Weeknd maakte er een onemanshow van, met een stem die lonkte naar het melodieuze van Michael Jackson. Het roboteffect van de autotune moest daar een hedendaagse glans aan geven.

Het ruimteschip boven The Weeknds hoofd viel in stukken uiteen, werd weer in elkaar gezet en wisselde van kleur. Veel meer show was er niet, want de achtergrondzang stond op tape en het muzikantentrio kreeg maar zelden iets opmerkelijks te doen. Alles draaide om de persoon Tesfaye, een succesvol popster, hardwerkend artiest en verdienstelijk zanger die het gevaar liep dat zijn show na anderhalf uur wel erg voorspelbaar werd.

„Ik ben helemaal naar de kloten,” beweerde hij in het kader van zijn teksten over „getting wasted, popping pills and fucking bitches.” Het viel zwaar om dat te geloven, want The Weeknd hield in zijn eentje op de denkbeeldige middenstip van de Ziggo Dome het hele publiek tevreden. Hij zwaaide naar rechts, boog naar links en rende heen en weer tussen de mensen, maar publieksparticipatie was er niet bij. Bij deze eerste show als headliner, nadat hij hier twee jaar geleden in het voorprogramma van Drake stond, kwam hij nog flink wat charisma tekort.

Foto Andreas Terlaak
Foto Andreas Terlaak

Het succes van de 27-jarige Abel Tesfaye, zoon van Ethiopische immigranten in Toronto, kwam snel en schijnbaar zonder moeite. Net als generatiegenoten Kendrick Lamar en Drake begon hij met mixtapes. In vijf jaar schreef hij een flinke rij hits op zijn naam. Zijn invloeden kwamen uit onverwachte hoek, met samples van Siouxsie & the Banshees en Cocteau Twins als niet voor de hand liggende bronnen. Op zijn derde album Starboy werd niets aan het toeval overgelaten, met nummers van de Zweedse succesproducer Max Martin en samenwerking met Daft Punk in de hits ‘I Feel It Coming’ en titelnummer ‘Starboy’.

Sommige van The Weeknds’ liedjes zijn mixtapes op zich. Het handig bij elkaar geraapte nummer ‘Secrets’ verbindt de powerpop van The Romantics met de breed uitgemeten melancholie van Tears For Fears. Het was een van de uitdagender nummers tijdens een optreden dat het vooral moest hebben van de herkenningsfactor, in het meteen fanatiek meegezongen openingsnummer ‘All I Know’ en de zwoele slaapkamersoul van ‘Often’. Voor ‘A Lonely Night’ leende hij de discofalset van Earth, Wind & Fire’. Zijn bijdrage ‘Earned It’ aan de soundtrack van de film 50 Shades Of Grey pakte uit als een zachtmoedige smeekbede om liefde.

In ‘Can’t Feel My Face’ confronteerde hij zijn jonge publiek met een harde bekentenis: van cocaïne worden je gezichtsspieren gevoelloos. Het lied werd meegezongen alsof het om een op de kleuterschool onderwezen levenswijsheid ging. „Bring your body baby, I can bring you fame” beloofde hij in ‘Wicked Game’. Aan het realiteitsgehalte van zijn teksten werd niet getwijfeld. Duizenden meisjes zongen het vol overgave mee.

Meer dan een concert was het een fanclubbijeenkomst., waar iedereen nog eens herinnerd werd aan het succes van al die zwoele liedjes die The Weeknd op de automatische piloot voorbij liet komen. Pas bij de rockballade ‘Die For You’ was er iets van wisselwerking met de muzikanten, in een euforische gitaarsolo die juist weer heel ouderwets klonk. Een opbouw naar een finale was er nauwelijks, hoewel de drums in de slotnummers wat zwaarder werden aangezet en de inbreng van Daft Punk duidelijk was in het vrolijke dansnummer ‘I Feel It Coming’.

The Weeknd bevindt zich in een lastige spagaat tussen luchtige popmuziek en de heftige emoties die Tesfaye wil overbrengen. „When I’m fucked up, that’s the real me” zong hij in ‘The Hills’. De echte Abel Tesfaye is helemaal niet fucked up: hij gedroeg zich als een vriendelijke popzanger die keihard zijn best doet, maar die wat hulp op het podium kan gebruiken om meer te zijn dan een solitaire allemansvriend onder een indrukwekkende lichtinstallatie.