Maatschappelijke dienstplicht

Waar komen die banen vandaan, Buma?

In het uitgebreide interview met Sybrand Buma (22/2) haalt de lijsttrekker weer eens een stokpaardje van stal: maatschappelijke (sociale) dienstplicht. Zomin als eerder geeft hij aan hoe deze plicht moet worden uitgevoerd.

Ooit hadden we de militaire dienstplicht, alleen voor mannen. Van die mannen werd maar een deel goedgekeurd voor de dienst en een nog kleiner deel werd opgeroepen. De vrouwen en mannen die niet in dienst gingen, konden hun studie en maatschappelijke loopbaan ongestoord voortzetten. Wie wel in dienst zat, kon soms tot wel twee jaar van zijn leven inleveren.

Hoe zal dat gaan met sociale dienstplicht? Het aanbod is jaarlijks een 170.000 mannen en vrouwen die, volgens Buma, op hun achttiende worden opgeroepen – vanuit hun werk of studie, zeg ik daar dan bij. Een deel zal wegvallen wegens ongeschiktheid, een deel wegens gebrek aan plaatsen: hoe vindt de samenleving jaarlijks die bijna 170.000 werkplekken, met de daarbij horende opleidingen? Zeer moeizaam. Zo zal het met de sociale dienstplicht gaan als met de militaire dienstplicht: voor een relatief klein deel van de ingeschrevenen wordt een werkplek gevonden. Over de bekostiging rept Buma niet. Ook sociale dienstplicht zal onrechtvaardig verdeeld zijn. Hoe onrechtvaardig die plicht indertijd voor militairen was, heb ik als hoofdbestuurder van de toenmalige soldatenvakbond VVDM tot in de finesses gezien. Niet opnieuw doen, zoiets.