Opinie

Lachen hoor, die Arjen Lubach, maar hij mist mededogen

Journalisten en cabaretiers maken grappen over Geert Wilders. lacht mee, maar dat knaagt aan hem. „Ik vermoed dat het de PVV-stemmer alleen maar wanhopiger en bozer maakt.”

Foto Istock/ bewerking fotodienst NRC

Afgelopen week pakte het tv-programma Zondag Met Lubach breed uit met een item over de plannen van Geert Wilders – of het gebrek daaraan. Vakkundig maakte Arjen Lubach de vaagheid van de PVV-voorman belachelijk, waarna hij de hashtag #hoedan introduceerde. Het filmpje werd enthousiast gedeeld in mijn Facebook-bubbel: Inderdaad, hoe kun je dit niet zien?

Het deed mij denken aan het filmpje van talkshow-host Seth Myers dat vlak voor de Amerikaanse verkiezingen veelvuldig werd gedeeld op social media. „Het is een lastige keuze”, sprak hij sarcastisch, „kies je voor iemand die mogelijk wordt vervolgd voor het gebruik van haar persoonlijke e-mailacount, of …” Vervolgens noemde hij de tientallen beledigingen, verduisteringen en rechtszaken van Trump, waarbij hij theatraal buiten adem raakte, en concludeerde: „Ze ontlopen elkaar inderdaad niet veel.”

Het publiek juichte, net als de mensen in mijn Facebook-bubbel: Inderdaad, hoe kun je het anders zien? De peilingen leken ons vertrouwen in de menselijke ratio te bevestigen.

Voor mij was de verkiezing van Trump niet alleen een nederlaag voor politieke waarden die mij aan het hart gaan, maar ook een afstraffing van de zelfverzekerde voices of reason uit de Amerikaanse comedy en journalistiek die ik al jaren volg. Tien jaar lang keek ik elke aflevering van The Daily Show met Jon Stewart, waarin de comedian fel van leer trok tegen de leugens van FOX News en archiefmateriaal gebruikte om aan te tonen dat politici zichzelf tegenspraken – in 2011 organiseerde hij zelfs een ‘Rally To Restore Sanity’ in Washington om de groeiende polarisatie tegen te gaan. In 2015 gaf Stewart er de brui aan, vlak voor Trump zich als presidentskandidaat presenteerde.

Lees ook de column van Rosanne Hertzberger: Al die waarden hebben wij allemaal uit onze duim gezogen

Gelukkig was er een troonopvolger: voormalig Daily Show-correspondent John Oliver, die in zijn eigen show Last Week Tonight nog duidelijker gebruik maakt van rationele journalistieke technieken. Tijdens de presidentscampagne deed hij verslag van de oplichterij op Trump University en rekende hij voor dat de muur bij de grens met Mexico een financieel fiasco zou worden.

Ik juichte – maar Olivers show leek niets uit te maken. De Amerikaanse kiezer was niet geïnteresseerd in rationele afwegingen.

Hebben we in Nederland hiervan geleerd, nu onze eigen verkiezingen eraan komen? Zondag met Lubach is duidelijk geïnspireerd door Last Week Tonight, maar de vraag „Hoe dan?” werd al eerder gesteld in een filmpje van De Correspondent, dat vlak na de Amerikaanse verkiezingsuitslag verscheen. „Wordt Geert Wilders de Nederlandse Donald Trump?” schreef het journalistieke platform destijds op Facebook. „Tijd om met een nuchtere blik naar de PVV-plannen te kijken.” Hoofdredacteur (en Jon Stewart-fan) Rob Wijnberg toonde met grafieken aan dat de plannen van Wilders financieel onhaalbaar zijn. Ook dit filmpje werd miljoenen keren gedeeld.

Ik ben fan van Zondag met Lubach en De Correspondent maar vraag me sinds Trump sterk af of dit soort rationele grappen en analyses zullen voorkomen dat de PVV de grootste partij wordt. De irrationaliteit van populisten als Trump en Wilders is voor hun aanhangers geen zwakte, maar een kracht. De ‘contra-Verlichting’, zoals essayist Bas Heijne deze beweging noemt, speelt in op een reëel gevoel van onbehagen en deze ontevredenen kan het niets schelen of dat onbehagen weerlegd wordt met argumenten of onderzoek. Sterker nog, dat zijn voor hen elitaire middelen die een ander gevoel, dat van uitsluiting, bevestigen.

„Waarschijnlijk hebben veel mensen het gewoon kut. En als je het zelf kut hebt, dan wil je helemaal niet dat iemand anders het fijn heeft”, zei cabaretier Theo Maassen al in zijn programma Functioneel Naakt (2001).

Sinds een jaar woon ik in een achterstandswijk, toevallig de buurt waar de documentaireserie Schuldig zich afspeelt. Ik ben uit mijn bubbel gedwongen omdat ik de huurprijzen in de binnenstad niet meer kon betalen en zie voor het eerst echt hoe mensen het ‘kut’ hebben. Sommigen zijn arbeidsongeschikt door jarenlang zwaar fysiek werk of een ongeluk. Anderen hebben te kampen met problemen die ik herken: ze worden onderbetaald als zzp-er, ze lopen een subsidie voor hun winkeltje mis of merken dat de huren te snel stijgen. Die mensen hebben behoefte aan een radicale verandering. Fuck ratio, fuck feiten: ze willen hoop.

Aanvankelijk waren ze zeer sceptisch over mijn vriendin (ook schrijver) en mijzelf: „Zijn jullie nou yuppen?”

Die irritatie las ik ook terug in de ‘Soldatenbrief aan links-Nederland’, die begin deze maand op militairenblog Valkyries verscheen. De schrijver nam aan dat linkse mensen hem haten omdat hij laagopgeleid is: „Ik ben die idioot die het leger inging omdat ik ‘niet slim genoeg was’ om net als jullie ‘ik-weet-alles-beter-20-jarige-kansloze studenten’ een of andere masteropleiding in de moderne kunst te halen”. De tekst staat vol met dreigende taal en barst van de vooroordelen.

Maar een brief blijft een handreiking en de wanhopige boosheid raakte me. Ik heb bovendien begrip voor de irritatie over intellectuele arrogantie (ik-weet-alles-beter), over gesloten kringen (niet slim genoeg) en de ogenschijnlijke nutteloosheid van veel opleidingen (een of andere masteropleiding in de moderne kunst).

Het had geen zin om onze belastingaangiftes aan onze buren te laten zien om aan te tonen dat wij ook niet veel verdienen, of om met spitsvondige argumenten te betogen dat we echt geen elitaire kunstenaars zijn. Het enige wat hielp, was dat beeld veranderen, door een praatje, grapjes, gedeelde ervaringen. Er bestaat namelijk ook zoiets als een irrationele waarheid: een diepgevoelde overtuiging, die niet met feiten kan worden aangetoond.

Of zoals de Israëlische schrijver Etgar Keret zei: „Toen ik mijn vrouw voor het eerst kuste, voelde het alsof ik wegzweefde. Ik wist dat dat wetenschappelijk gezien onmogelijk was, maar zo voelde het.”

Dat is misschien wel wat er mist in al die analyses: mededogen. „Inderdaad, hoe kun je zo denken?” – zo gemakkelijk komen we er niet vanaf. Hopelijk heb ik het mis – Lubachs filmpje werd dankzij Dumpert ook buiten de VPRO-bubbel gedeeld, op een brug in Venlo verscheen de graffititekst ‘Hoe dan, Geert?’.

Ik juich graag weer mee en zou willen dat al die grappen en analyses iets veranderen. Maar ik vermoed dat de meeste PVV-stemmers niet in realisme geïnteresseerd zijn, en dat dit soort analyses ze zelfs nog wanhopiger en bozer maken.

Lees ook het profiel van Arjen Lubach: Arjen Lubach ís wat hij maakt