Kevertje reist stiekem mee op mierenkont

Illustratie Irene Goede

Het openbaar vervoer is niks voor dieren. Karpers nemen nooit de pont en konijnen gaan niet met de trein. En er heeft nog nooit een koolmeesje op de bus gewacht. Dieren kiezen liever zelf hun pad.

Nou ja, niet álle dieren. In de regenwouden van Costa Rica leeft een diertje dat zich graag laat vervoeren. Het is een kevertje, klein, rond en rood. Het kevertje lijkt sprekend op een mierenkont, vinden de biologen die het kevertje ontdekten.

Het kevertje is een echte zwartrijder. Als de mieren van het bos gaan verhuizen, klimt het kevertje achterop. Met zijn krachtige kaken bijt hij zich vast in de slanke taille van de mier. Daar hangt het kevertje dan, vlak boven de échte kont van de mier. Door zijn vermomming als kont kan het kevertje ongemerkt meeliften.

Het kontkevertje gebruikt de mieren niet louter als bus, maar woont ook bij ze in. De mierenwerkers verzamelen veel voedsel. Daar snoept het kevertje stiekem van. Bovendien wordt het nest goed beschermd door soldatenmieren.

Maar waarom gooien de mieren zo’n klaploper er niet uit? Het kevertje heeft haren waar een stofje aan kleeft dat de mieren lekker vinden. Soms nemen de werkmieren daar een likje van.

Het kevertje heeft ook een dik schild. Als hij wordt gesnapt, kan hij zijn pootjes en kopje intrekken. Net een schildpad.

De mieren zijn roofmieren. Bijna elke dag gaan de mieren uit roven. Dan zwermen ze uit over de bodem van het bos en overvallen ze insecten en andere dieren. Miljoenpoten, vliegjes en wespen zijn kansloos als die mieren komen.

Die rooftochten houden de mieren zo’n drie weken achter elkaar vol. Dan is de omgeving kaalgegeten. Als alles op is en de eieren zijn uitgekomen, dan verhuist de kolonie. De mieren marcheren nacht na nacht, tot ze een goede plek hebben gevonden voor een nieuw.

Die nachtelijke verhuizingen zijn spannend voor het kontkevertje. Als hij niet mee weet te komen, is zijn luizenleventje voorbij.

Daarom klampt het kevertje zich zo stevig vast. De mier die hem vervoert mag niet te groot zijn, en niet de klein. De kont moet natuurlijk wel een beetje passen. Anders valt de verstekeling te veel op.

Bron: BMC Zoology, 10 februari