Een rechtsstaat zorgt ook voor nachtrust

Tot de verkiezing van Donald Trump had ik er ook nooit zo bij stilgestaan, maar willekeurige burgers kunnen stress krijgen als de rechtsstaat onder druk komt. Time Magazine wijdde vorige week een reportage aan de, naar verluidt, zes van de tien Amerikanen die van president Trump letterlijk nerveus of gedeprimeerd raken. Dan gaat het niet zozeer om de vraag of ze hun ziektekostenverzekering zullen behouden, of dat er uitzetting dreigt voor de illegale oppas. Maar meer over de angst ‘over wat er komen gaat’. Trump is onberekenbaar, ongeïnformeerd, staatsrechtelijk blanco, bestuurlijk onervaren en chaotisch. Hij accepteert geen kritiek, van media noch van de rechtspraak. Tegenstanders definieert hij als ‘vijanden van het volk’ – rechtsstaat noch democratie lijken hem veel te zeggen. De vrije pers bestaat uit leugenaars. Trump is behalve autoritair, kleinzerig en rancuneus ook impulsief – hij laat zich leiden door wat hij van tv oppikt en wat zijn instincten bevestigt. Veel burgers in de VS worden daar onzeker van. Amerikaanse psychiaters raden sommigen aan het nieuws een poos uit te zetten; de verslaggever kreeg bij zijn rondgang de vraag of Time Trump misschien een poosje van de cover kon weren. Symptoombestrijding, natuurlijk. Maar het zegt wel wat.

Dit fenomeen laat zien waar de democratische rechtsstaat borg voor staat: stabiliteit en rechtszekerheid. In een rechtsstaat kun je het nieuws best een poosje uitzetten zonder bang te zijn dat jouw wereld in de tussentijd onherkenbaar verandert. Een rechtsstaat geeft rust omdat die institutioneel is gezekerd. Een rechtsstaat is stabiel genoeg om politiek tegengestelde kandidaten successievelijk legitiem macht uit te laten oefenen. Dat gebeurt immers binnen de ‘rule of law’, volgens de geldende, democratisch afgesproken regels. Grondwet, mensenrechten, onafhankelijke rechtspraak, ‘checks and balances’ – dat is wat ons bindt, verenigt en uiteindelijk voor nachtrust zorgt.

In een ontwikkeld land groeit doorgaans een democratische cultuur, gekenmerkt door staatsrechtelijk fatsoen in de onderlinge omgang. In de VS was die recent te zien tijdens de machtsoverdracht van Obama naar Trump. De verliezer accepteert de uitslag, kent zijn rol en is behulpzaam. Net als de winnaar, die zich respectvol gedraagt. Een vreedzame transitie van de macht laat zien wat een rechtsstaat vermag.

Maar na slechts één maand Trump is de vraag al gewettigd of hij, indien niet herkozen of tussentijds verwijderd, zijn ambt ook zo neer zal leggen? Met respect voor zijn opvolger, voor de uitslag of het proces – dus voor de instituties? Dat vraagt immers om respect voor de grondwet en dus voor de burger, bij wie de macht berust. En voor de instituties waaraan de burger de uitoefening van de macht en de controle erop heeft uitbesteed.

Het lukt mij niet om me president Trump na een nederlaag of een crisis voor te stellen als een constitutioneel gewetensvolle politicus, die vrijwillig terugtreedt. Hij lijkt zijn eigen kiezers immers niet alleen talrijker te vinden, maar ook van groter gewicht dan die van zijn tegenstanders. Zo bezien was zijn verkiezing een revolutionair moment, een omwenteling. Trump schrijft zijn eigen regels en winkelt selectief in de rest – dat is wat we nu zien. In landen met een minder gevestigde democratische en rechtsstatelijke traditie grijpen zulke leiders de kans de regels te veranderen. Termijnen worden verlengd, blokkades op herverkiezing worden verwijderd, het bestuur wordt overgenomen door de ‘eigen kring’. Denk aan Erdogan of Poetin. De jacht op de ‘vijanden van het volk’ wordt verhevigd, de kring van zulke vijanden wordt uitgebreid. Loyaliteit aan de leider, niet aan de democratie, wordt leidend. Het verschil tussen de persoon van de leider en zijn ambt vervaagt – zulke leiders en hun entourage worden rijk, of nog rijker. Politiek, staatsrechtelijk en journalistiek allemaal reuze spannend. Maar ik slaap liever ’s nachts rustig in een rechtsstaat.

De auteur is juridisch commentator. F: @nrcrecht