Column

Dromen van vroeger – bij gebrek aan beter

In zijn nieuwe boek Retrotopia schrijft de Poolse socioloog en filosoof Zygmunt Bauman dat wij, relatief welvarende Europeanen, het geloof zijn kwijtgeraakt dat je menselijk geluk kunt bereiken in een soort toekomstige ideale staat, zoals Thomas More die vijfhonderd jaar geleden voor zich zag: een land, een eiland of een andere afgebakende ‘topos’, geregeerd door een wijs, welwillend heerser. Moderne Europeanen geloven niet meer in utopieën. Maar het streven op zich, naar ‘utopia’ en een betere wereld, is niet weg. Integendeel.

Volgens Bauman, die in januari overleed, komt dat streven vandaag de dag weer heel sterk boven. Ditmaal is het niet gefocust op een toekomstideaal, maar op het verleden. Op iets dat per definitie niet meer terugkomt, maar wel in onze hoofden voortleeft. Mensen klampen zich hier nu aan vast bij gebrek aan toekomstperspectief. Dit is wat Bauman ‘retrotopia’ noemt. Zoals Simon Kuper van de Financial Times met zijn reportage over Oude Pekela op een geweldige manier laat zien, zijn wij er allen van overtuigd dat ons huidige ‘systeem’ niet deugt en zeer onrechtvaardig is. Velen zeggen: het moet anders. Als je luistert naar klachten van burgers – en dat gebeurt meer dan ooit: zelfs de elite wil geen elite meer zijn – hoor je dat dit ‘systeem’ ondemocratisch, niet transparant en corrupt is.

Het probleem is, zoals Kuper ook vaststelt: we zetten de tv aan en zien dat het nóg erger kan. De broer van de president van Noord-Korea krijgt een giftige lap in zijn gezicht en valt dood neer. De president van Azerbeidzjan, die zijn baan lang geleden van zijn vader overnam, benoemt zijn vrouw tot vice-president. Dezelfde vrouw die, fluistert men, ooit de stroom naar een heel gebouw liet afsnijden omdat de eigenaar weigerde haar het pand te verkopen. En dan hebben we het nog niet eens over de burgers van Mosul, of de duizenden kinderen in Soedan die doodgaan van de honger.

Natuurlijk is dit een dooddoener. Je kunt alles kapot relativeren. Maar de vraag blijft: als de mensheid verbeterd moet worden, hoe dan? We staan toch nog redelijk hoog op de ladder? Daarbij: de werkloosheid daalt, de economie groeit, Nederlandse en Deense kinderen zijn de gelukkigste van de wereld. Wat is het exact dat er moet gebeuren? Op die vragen geeft, helaas, vrijwel geen politicus antwoord.

Karel Schwarzenberg, Tsjechisch parlementariër en oud-minister van Buitenlandse Zaken, zei laatst tijdens een debat in Wenen: „Europa is net als de Habsburgse wereld voor 1914. Alles functioneert redelijk goed. Maar we zien het niet. In onze optiek gaat het heel slecht, omdat systemen eens in de zoveel tijd hervorming nodig hebben en wij er net als honderd jaar geleden niet in slagen om dat te doen. Door dat onvermogen lijkt alles inhoudsloos geworden.”

Schwarzenberg, die op zijn elfde voor de communisten vluchtte, velt een hard oordeel over de politieke klasse waar hij zelf deel van is. Hij kent, zei hij, geen enkele politicus met visie. Politici in Europa staan voor verburgerlijking, niet voor ideeën. Hij ziet hen geen nieuwe wereld uitdenken. „Het enige wat ze kunnen doen, is thee trekken van een zakje dat al drie keer eerder is gebruikt.”

Revoluties en grote politiek-maatschappelijke veranderingen werden in de recente geschiedenis gedreven door een geloof in vooruitgang. Het streven was: meer vrijheid, meer gelijkheid – omdat er te weinig van was. Dus werd er weer iets nieuws bedacht. Nu zijn veel mensen dat geloof in de vooruitgang kwijt. Zij dromen heerlijk van het verleden. Maar dat betekent niet per definitie dat het slecht gaat. Waarom hoor je dat zo weinig?

Caroline de Gruyter schrijft over politiek en Europa.