Commentaar

AOW is explosief thema dat volop in campagne hoort

Ironisch is het wel. In 1994 leidde een professorale maar eerlijke uitleg van de financiële gevolgen van het CDA-verkiezingsprogramma voor de AOW-uitkeringen tot een plotselinge forse populariteit van de ouderenpartijen die toen voor het eerst aan de verkiezingen mee deden. Deze week ging het opnieuw over de hoogte van de AOW. Maar dit keer kwam de onheilsboodschap van een ouderenpartij zelf.

Lijsttrekker Henk Krol van 50Plus veroorzaakte een crisis binnen de eigen partijgelederen door te spreken over lagere AOW-uitkeringen. Het was de prijs die volgens hem betaald diende te worden voor de verkiezingsbelofte van 50Plus om de AOW-leeftijd weer terug te brengen naar 65 jaar. Ouderen die moeten betalen voor ouderen, dat was niet de bedoeling morde de achterban.

Bluswerk onder leiding van partijvoorzitter Jan Nagel heeft er voor gezorgd dat de minnen voor gepensioneerden weer zijn omgezet in plussen. In elk geval is weer eens aangetoond hoe gevoelig het thema ouderen en hun inkomen ligt. En dat is iets dat alle partijen zich kunnen aantrekken.

Het gaat bovendien om een doelgroep die alleen maar groter wordt. Uit deze week bekend gemaakte cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat van 12,9 miljoen mensen die op 15 maart mogen gaan stemmen 24 procent ouder is dan 65 jaar, Dat is twee procentpunt meer dan bij de verkiezingen van 2012. In sociologische termen betreft het de helft van de babyboomers. Daar komt nog bij dat het om een trouwe groep kiezers gaat. Naar eigen zeggen ging bij de vorige Kamerverkiezingen 84 procent naar de stembus. Het CBS concludeert dan ook hoe hoger de leeftijd is, hoe hoger ook de kans is dat hij of zij gaat stemmen.

Kortom, het is een kiezersgroep waar voor politici wat te halen valt. Enkele partijen doen dat dan ook op hun manier. SP, PVV en 50Plus hebben voorgesteld de oude AOW-leeftijd van 65 jaar te herstellen. Het is een even eenvoudige als kostbare maatregel, die het Centraal Planbureau op termijn op bijna 13 miljard euro schat.

De kans dat er aan de leeftijd gemorreld gaat worden is klein De beweging is juist de andere kant op, nu de AOW-leeftijd is gekoppeld aan de levensverwachting. Dit zal er bij ongewijzigd beleid toe leiden dat deze in 2060 zal zijn vastgesteld op 70,5 jaar. Het lijkt ver weg, maar het is een werkelijkheid voor iedere jongere die nu de arbeidsmarkt betreedt.

Gegeven de gebleken (emotionele) lading die de pensioengerechtigde leeftijd heeft, is het van belang dat dit onderwerp prominent op de politieke agenda komt en niet wordt overgelaten aan flankpartijen en one-issue bewegingen zoals 50Plus. Er zit een verdedigbare logica in dat met het ouder worden van de bevolking de AOW-leeftijd eveneens omhoog gaat. Maar het automatisme van nu kan en mag ter discussie worden gesteld. Voor sommige zware beroepen zijn er wel degelijk grenzen. Voor een belangrijk deel is dit een verantwoordelijkheid voor de organisaties van werkgevers en werknemers, maar ook voor de overheid en dus de politiek is hier een rol weggelegd.

Los hiervan zullen in de komende kabinetsperiode belangrijke besluiten moeten worden genomen over aanpassing van het nauw met de AOW verbonden pensioenstelsel. De houdbaarheid van dit lange tijd onaantastbaar geachte systeem heeft tijdens de afgelopen financiële crisis een forse deuk opgelopen. Hetzelfde geldt voor het vertrouwen van de deelnemers in dit systeem. Veranderingen betekenen in dit geval vaak geen verbeteringen. Maar hierover is het in de campagne opmerkelijk stil. Te stil.