‘We hebben een kind!’

Medisch bevallen

Bevallen gebeurt steeds vaker in het ziekenhuis en het aantal ingrepen stijgt. Een zaterdag in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (UMC Utrecht) met Kitty Bloemenkamp, hoogleraar verloskunde.

Foto David van Dam

08.00 uur

Overdracht in de artsen- en verloskundigenkamer in het Geboortecentrum van het Wilhelmina Kinderziekenhuis. Op het smartboard de namen van negen vrouwen die vandaag gaan bevallen.

„Is er plaats op de NICU?”, vraagt Kitty Bloemenkamp, hoogleraar verloskunde. Dat is de intensive care voor ernstig zieke pasgeboren baby’s.

Nee, er is geen plaats. Dus kan de vrouw van wie het kind zoveel aangeboren afwijkingen heeft dat het na de bevalling meteen moet worden opgenomen niet worden ingeleid.

„Is het voor haar nog vol te houden?”

„Nauwelijks”, zegt de medisch verloskundige die de moeder begeleidt.

Andere vrouwen in de geboortekamers, verderop in de gang, hebben pre-eclampsie, zwangerschapsvergiftiging, met als belangrijkste symptoom een hoge bloeddruk. Of ze hebben van zichzelf al een hoge bloeddruk. Er is ook een vrouw bij wie de ontsluiting al uren op negen en een halve centimeter blijft hangen. En het kind ligt niet goed, een beetje gedraaid, het gezichtje naar boven.

08.50 uur

„Heb je nog wat kunnen slapen?”, vraagt Kitty Bloemenkamp bij de deur van haar kamer aan Arie Franx. Dat is de andere hoogleraar verloskunde.

Maar nee, hij heeft de hele nacht gewerkt. Gisteravond belde hij haar nog, of ze kon komen helpen bij een spoedsectio, een keizersnee, bij een vrouw met een BMI van boven de 35. En het kind lag ook al niet goed.

Hij gaat naar huis en Kitty Bloemenkamp doet haar witte pak aan. Ze spuit wat parfum in haar hals en praat ondertussen over de gezondheid van vrouwen in de zwangerschap en rond de bevalling – haar leeropdracht. Tien tot vijftien vrouwen overlijden er jaarlijks in Nederland, vijf per 100.000 levend geboren kinderen, meestal door complicaties van pre-eclampsie (hersenbloeding, epileptisch insult). En anders door trombose of een infectie of te veel bloedverlies.

Ze is voorzitter van de landelijke toetsingscommissie moedersterfte en haar goede nieuws is dat het aantal vrouwen dat door direct met de zwangerschap samenhangende complicaties overlijdt in Nederland blijft dalen. „Maar”, zegt ze – en dan gaat haar telefoon. De arts-assistent. Ze luistert een poosje en zegt: „Is er veel discomfort? Dan moeten we haar misschien toch opnemen.”

09:30 uur

Ze bergt haar kleren op in de kast en komt terug op haar ‘maar’. En dat is dat het aantal vrouwen dat tijdens de zwangerschap of de bevalling of in het kraambed (bijna) overlijdt door onderliggende – niet met de zwangerschap samenhangende – ziekten bij de moeder toeneemt. Hart, vaten, nieren. Vroeger werd hun afgeraden om zwanger te worden, maar dat is door betere behandelmogelijkheden veranderd. En vrouwen nemen eerder hun eigen beslissingen.

Ze zijn gemiddeld ouder als ze aan kinderen beginnen, ook een risico. Toch valt dat in het niet, zegt Kitty Bloemenkamp, bij de risico’s van de grootste boosdoener: obesitas. „Is dat een ziekte?”, zegt Kitty Bloemenkamp. „Ik vind van wel.”

Obesitas, zeker bij het begin van de zwangerschap, leidt tot meer pre-eclampsie en zwangerschapsdiabetes, meer ingeleide bevallingen en meer sectio’s. Boven een BMI van 25 ziet ze bij ieder punt erbij de kans op complicaties toenemen. „Te weinig vrouwen weten dat.”

Dan gaat haar telefoon weer. De arts-assistent. „En de buik?” vraagt Kitty Bloemenkamp. „Is die erg gespannen? Kun je er nog in duwen?”

10.30 uur

Ze loopt door de gang langs de geboortekamers – serene rust – naar de artsen- en verloskundigenkamer en vertelt over de vrouw bij wie vorige week een keizersnee was gedaan. Er werd van tevoren al gedacht aan placenta percreta, een placenta die door de wand van de baarmoeder heen is gegroeid. Maar bij het openen bleek de placenta door de hele onderbuik te zijn gegroeid, dwars door het littekenweefsel van de vorige keizersnee, tot in de blaas. De urineleiders waren dichtgedrukt. Zo’n extreme vorm van placenta percreta hadden Kitty Bloemenkamp en de andere artsen niet eerder meegemaakt.

De vrouw werd onder narcose gebracht en de baby kon worden gehaald. Het lukte niet om de baarmoeder met de placenta te verwijderen, zoals met de vrouw besproken was. Later werd ze opnieuw geopereerd door een oncologisch gynaecoloog, een gynaecoloog-perinatoloog, een vaatchirurg, een uroloog en een radioloog. Alles moest worden weggehaald. „We hebben eerst dagenlang overlegd, of het technisch wel kon en of ze niet zou doodbloeden.” Maar er zat weinig anders op.

„Moet je je voorstellen”, zegt ze. „Je krijgt je kind onder narcose en een week later word je wakker met zo’n jaap in je buik, zonder baarmoeder.”

En dan haar man, wat die heeft moeten doormaken. En hun oudste kind.

Kitty Bloemenkamp, hoogleraar verloskunde bij het UMC in Utrecht.
Foto David van Dam
Kitty Bloemenkamp, hoogleraar verloskunde bij het UMC in Utrecht.

Foto David van Dam
Foto´s David van Dam

10.45 uur

„De eerste sectio voorkomen, dat is onze opdracht”, zegt ze terwijl ze een cracker met kaas belegt.

In privéklinieken in Brazilië krijgen 85 van de honderd vrouwen hun kind met een keizersnee. De Wereldgezondheidsorganisatie vindt tien procent optimaal, gynaecologen in de Verenigde Staten zeggen: vijftien procent. Daarboven vallen de voordelen weg tegen de nadelen.

In Nederland is het percentage bijna 17. En het stijgt. Ingeleide bevallingen: zelfde verhaal. Het percentage is in Nederland 22 procent. En het stijgt.

10:55 uur

De medisch verloskundigen die niet bij de bevallende vrouwen zijn, verzamelen zich voor het smartboard. Een vrouw met langdurig gebroken vliezen begint koorts te krijgen, het kind moet nu echt geboren worden. Kitty Bloemenkamp zegt dat de kinderarts moet komen, want het kind kan er heel ziek van zijn. De vrouw met negen en een halve centimeter ontsluiting heeft nog steeds negen en een halve centimeter ontsluiting. De vrouw met het kind met aangeboren afwijkingen ligt nog steeds te wachten. Door die afwijkingen heeft ze abnormaal veel vruchtwater. Haar buik is zo bol dat ze niet meer kan bewegen van de pijn.

„Houdt ze het vol?” vraagt Kitty Bloemenkamp.

„Nee”, zegt de verloskundige die haar begeleidt.

„Een punctie”, zegt Kitty tegen de arts-assistent. Dan kan een deel van het water aflopen. Het risico is dat de vrouw daardoor meteen gaat bevallen. Dan zal ze naar een ziekenhuis moeten waar wel plaats is op de intensive care.

11:10 uur

Kitty Bloemenkamp trekt een operatiepak aan en bindt een mondmasker voor. „Dag mevrouw”, zegt ze tegen de vrouw die zo op de operatietafel zal worden gelegd. „Hoe gaat het met u?”

„Ik ben wel bang”, zegt de vrouw. „Ik ben nog nooit onder narcose geweest.”

„Dan zal ik u een tip geven”, zegt Kitty Bloemenkamp. „Denk aan iets moois.”

„Mijn dochtertje”, zegt de vrouw met een stralende lach. „Ze doet het zo goed. Ze is zo lief.”

Na de bevalling zijn er resten van de placenta in haar baarmoeder blijven zitten en die zijn gaan ontsteken. De arts-assistent haalt ze eruit terwijl Kitty Bloemenkamp toekijkt. Daarna controleert ze of het goed gebeurd is.

11:35 uur

„Hoe gaat het met u?”, vraagt ze aan de vrouw met pre-eclampsie die al drie dagen ligt te wachten op de bevalling. Ze heeft een ballonkatheter in haar baarmoder gekregen om de bevalling op gang te krijgen, maar er gebeurt niets.

„Ik maak me zorgen”, zegt de vrouw. „Het hoofdje daalt niet in.”

Kitty Bloemenkamp voelt aan haar buik en zegt dat het inderdaad nog niet erg diep ligt. Tegen de medisch verloskundige, in de artsen- en verloskundigenkamer, zegt ze: „We proberen het nog een dag en anders wordt het een sectio.”

12.00 uur

Zegt de ene verloskundige: „Kan ik iets voor iemand doen?”

Zegt de andere verloskundige: „Even lekker voor jezelf zorgen.”

De vrouw met de negen en een halve centimeter ontsluiting heeft nog steeds negen en een halve centimeter ontsluiting.

12:15 uur

„Tweeënwintig procent van de vrouwen in Nederland bevalt met een epiduraal”, zegt Kitty Bloemenkamp. Een ruggenprik. „Op deze afdeling is het ruim dertig procent. Is dat erg? Ik vind van niet, als de vrouw de pijn als te erg ervaart, of als de bevalling langer duurt dan normaal. Ik laat me bij de tandarts ook verdoven.” Maar de kans op complicaties wordt wel groter.

Vijftien procent van de vrouwen in Nederland blijft roken tijdens de zwangerschap. Van de vrouwen die hier liggen omdat hun kind te klein is, rookt veertig procent.

12:30 uur

Ze loopt naar de kraamafdeling, waar de pasbevallen vrouwen met hun kinderen liggen, en leest in de computer het dossier van de vrouw bij wie de placenta door de onderbuik was gegroeid. Ze vraagt aan de verpleegkundige hoe het met haar gaat.

„Ze moet van ver komen”, zegt de verpleegkundige. „Vanmorgen wilde ze graag even uit bed. Maar ze was al te moe toen ze op de rand zat.”

De arts-assistent komt binnen, het gaat over de vrouw met negen en een halve centimeter ontsluiting. „Het hoofdje ligt nu goed”, zegt ze. „Maar het is niet diep genoeg ingedaald. En het ruggetje ligt nog steeds in een vreemde draai.”

Als het zo blijft wordt het een sectio.

13.00 uur

De vrouw bij wie de placenta door de onderbuik was gegroeid leunt met haar rug tegen een stapel kussens. Op haar nachtkastje een onaangeroerde beschuit met chocoladepasta. Bij haar voeteneind een bakje met de baby, diep in slaap. Naast haar, zittend op een vouwbed, haar man. Hij is de hele week niet van haar zijde geweken, behalve de nacht na de operatie. De verpleegkundigen hadden hem aangeraden thuis te gaan bijslapen, ook om met hun oudste kind over haar mama te praten.

„Begreep ze het een beetje?”, vraagt Kitty Bloemenkamp.

„Heel goed”, zei de man. „Ik had nog bijna niks verteld en toen vroeg ze al of mama…” Hij zucht en kijkt naar zijn vrouw. Zij glimlacht naar hem en zegt: „Maar ik ben er nog.”

„Hoe gaat het?”, vraagt Kitty Bloemenkamp.

Ze blijft glimlachen en kijkt weer naar haar man. „Zeg jij het maar.”

„U bent een hele week kwijt hè”, zegt Kitty Bloemenkamp. Ze heeft de man aangeraden een dagboek bij te houden. Beetje bij beetje kan hij zijn vrouw vertellen wat er allemaal gebeurd is.

„Ik kon niet meer plassen”, zegt de vrouw. „Daar begon het mee. En toen zei de gynaecoloog dat ik hier naartoe moest.” Ze knijpt in de schuimrubberen balletjes die de fysiotherapeut haar gegeven heeft. Na een week bewegingloos in bed liggen zijn haar spieren geslonken.

13.20 uur

Buiten de kamer staat de arts-assistent weer te wachten. „Ze heeft nu volledige ontsluiting”, zegt ze. „En het kindje ligt goed.” De moeder mag gaan persen.

13.40 uur

„De innesteling van het embryo in de baarmoeder”, zegt Kitty Bloemenkamp terwijl ze het computerscherm weer aanzet. „Die is bepalend voor het succes van de zwangerschap. We denken dat heel veel complicaties later daar beginnen.”

Hoe die innesteling precies gaat, en wat de gevolgen zijn als het niet optimaal gebeurt, dat is nog goeddeels een black box. Maar wat al wel duidelijk is: dat die innesteling minder goed gaat bij een hoge bloeddruk en andere vaatproblemen. En dat die problemen samengaan met overgewicht en gebrek aan beweging en roken. „Vrouwen kunnen dus zelf veel doen voor een gezonde zwangerschap”, zegt Kitty Bloemenkamp. En ook voor de gezondheid van het kind. Want wat ook duidelijk is: dat te kleine kinderen van moeders met vaatproblemen zelf later ook vaker vaatproblemen krijgen.

14.10 uur

„We hebben een kind!”, juicht de arts-assistent als ze de artsen- en verloskundigenkamer binnenkomt. De verloskundige die erbij was juicht even later net zo hard. „We hebben een kind!” Ze worden gefeliciteerd alsof zij zelf de moeder zijn.

14.20 uur

Kitty Bloemenkamp loopt naar het restaurant beneden voor een bord couscoussalade. Haar dienst duurt nog tot vanavond acht uur. En dan nog zal ze pas naar huis gaan als alles onder controle is.

14.50 uur

De vrouw bij wie ze gisteravond samen met Arie Franx een spoedsectio heeft gedaan ligt uitgeput in bed. Haar moeder en tante zitten met bezorgde gezichten naast haar. Het kindje moest gehaald worden na een zwangerschap van 28 weken.

De vrouw bij wie een punctie is gedaan om het vruchtwater te laten aflopen is ook niet blij. De eerste liter kwam er snel uit, daarna werd het druppelen. „We gaan het zo opnieuw doen”, zegt Kitty Bloemenkamp tegen de arts-assistent. Klein gelukje: het kind kan geboren worden. Er is weer plaats op de intensive care.

15:15 uur

Ze doet een papieren jas over haar operatiepak en loopt de intensive care op. Het kleinste kindje is geboren na 24 weken plus één dag en weegt nog geen 600 gram. Ja, de grens blijft naar beneden gaan. Bij een van de andere couveuses zit een moeder verliefd naar haar kindje te kijken, de vader zit naast haar, arm om haar heen. Het kindje heeft tal van afwijkingen, maar voorlopig kan hun dat weinig schelen. „Hij ruikt zo lekker”, zegt de moeder.

15:40 uur

„Toch kunnen mensen het moeilijker dan vroeger accepteren als het niet goed is gegaan”, zegt Kitty Bloemenkamp. En ze geven vaker dan vroeger de dokter de schuld. Niet de natuur. Of zichzelf. Maar dat laatste hoor je haar niet zeggen.