De strijd om Unilever: Nederland komt met de schrik vrij

Unilever

Topman Paul Polman wist afgelopen week Kraft Heinz buiten de deur te houden. Maar daarmee is de strijd om Unilever nog niet gewonnen.

Op de markt in Middelburg worden voorbijgangers gecast in de zoektocht naar een nieuw Zeeuws meisje, 2005. Foto Hollandse Hoogte

Daar kwam Nederland toch nog goed weg deze week. Niemand in politiek Den Haag hoefde de vraag te beantwoorden of Calvé pindakaas, een A-merk van Unilever dat volgens de reclame sportmannen als Robin van Persie en Pieter van den Hoogeband in de groei heeft opgestoten, vitaal Nederlands erfgoed is. Vitaal erfgoed dat als het erop aankomt op politieke bescherming mag rekenen.

De overnamepoging van de Braziliaanse en Amerikaanse financiële ‘barbaren’ van Kraft Heinz, die zoveel mogelijk winst uit de ketchupfles knijpen, liep al in een weekeind leeg. Kraft Heinz wilde tenminste 134 miljard euro op tafel leggen voor voedings- en waspoederconcern Unilever. Het zou een recordovername zijn geweest.

Den Haag, en in het bijzonder oud-Calvé-personeelsman Mark Rutte, kwamen met de schrik vrij. Geen herhaling van lastige beslissingen op de grens van politiek en economie, zoals bij de dreigende buitenlandse overnames van ABN Amro (2007), KPN (2013) en PostNL (2016).

De vraag naar de ‘nationaliteit’ van het Brits-Nederlandse Unilever hoefde daarmee ook niet beantwoord te worden. Voor de Britten is Unilever oer-Brits, voor Nederland is het een multinational zoals zovelen, zonder specifiek Oranjegevoel.

Maar wie heeft gewonnen nu Kraft Heinz heeft opgegeven? Directievoorzitter Paul Polman van Unilever? Duurzaamheid als economisch principe, waarin Unilever koploper wil zijn? Of de ‘BV Nederland’ omdat er geen banen verloren gaan?

Het gerammel aan de poort van Unilever bracht zijn strategie weer onder de aandacht om een duurzame producent te zijn. Directievoorzitter Polman staat bijvoorbeeld op nummer 9 in de duurzame top-100 van dagblad Trouw, dat is een lijst met de groenste Nederlandse beslissers en actievoerders, van natuurbeschermers en wetenschappers tot politici en ondernemers. Twee plaatsen boven Polman staat Feike Sijbesma, topman van DSM én commissaris bij Unilever. De duurzame strategie onderscheidde Unilever, in elk geval in de beeldvorming, de afgelopen week van het aandeelhouderskapitalisme van Kraft Heinz.

Directievoorzitter Polman van Unilever, die de deur dichtgooide, komt als een winnaar uit de ‘overnamestrijd’. Maar in zijn strategie zitten óók kostenbesparingen om winstmarges te verhogen en dichterbij de resultaten te komen van Kraft Heinz. Drie dagen na het afgewezen overnamebod kondigde Unilever een razendsnelle strategische ommezwaai aan. De aandeelhouders moeten eerder delen in de groei van het concern.

De tegenstelling tussen het ‘goede’ Unilever en het ‘kwade’ Kraft Heinz is deels symboolpolitiek. Je kunt er, als je dat wilt, het verschil in zien tussen het Europese en Amerikaanse bedrijfsleven: de tweede maakt radicale keuzes in kostenbesparingen en overnames. De eerste zoekt consensus en neemt meer tijd om ook andere dan alleen beleggersbelangen te dienen. De extra ijver voor aandeelhouders die Unilever woensdag aankondigde, maakt echter ook duidelijk dat je als topman kennelijk ook een beetje een financiële barbaar moet worden om de barbaren buiten de poort te houden.

Shell moet juist duurzamer

Het is ook niet zo dat een Europees bedrijf per se duurzaam is. Vergelijk wat dat betreft Unilever niet met Kraft Heinz, maar met energiebedrijf Shell. Hun overeenkomsten zijn legio. Brits-Nederlandse multinationals. Hoofdkantoren in Londen en Nederland. Nederlanders aan het hoofd: Polman bij Unilever en Ben van Beurden bij Shell. Zij worden aangevallen in de kern van hun strategie. Bij Unilever is dat de confrontatie over duurzaamheid van shareholder first Kraft Heinz.

Bij Shell is het precies omgekeerd: een ‘groene’ beleggerscoalitie pleit juist voor een duurzamere politiek. Zij vinden dat Shell zijn vrijkomende geldmiddelen na het dividend aan beleggers moet investeren in wind- en zonne-energie en andere oplossingen om fossiele energie uit te bannen. Deze beleggerscoalitie, die wordt aangevoerd door Mark van Baal (nummer 19 in Trouws duurzame 100), wist vorig jaar op de aandeelhoudersvergadering van Shell 3 procent van de stemmen achter zich te krijgen, terwijl ook nog eens 3 procent zich van stemming onthield.

Maar Shell wijst de interventie van de beleggerscoalitie van de hand. Aandeelhouders moeten niet achter het stuur kruipen. Shell vindt zijn inzet op gas en windmolenparken ook toekomstbestendig. Shell voelt net zo weinig voor Van Baals duurzaamheidsvoorstellen als Unilever voor de aanpak van Kraft Heinz.

De gouden driehoek

Voor Nederland is Unilever een serieuze werkgever met 3.100 werknemers. Maar ten opzichte van andere ondernemingen waar een buitenlandse overname afketste, is dat een bescheiden aantal. KPN heeft 13.530 werknemers en PostNL 49.000.

Unilever is wel een factor van betekenis in onderzoek en ontwikkeling op het gebeid van voeding. Dat heet ook wel de gouden driehoek: bedrijven, kennisinstellingen en de overheid werken nauw samen. De Universiteit Wageningen speelt daarin een hoofdrol. Agro-export is een Nederlands succesmodel.

Unilever schuift zelfs, letterlijk, op naar die gouden driehoek, doordat het onderzoek op het gebied van voeding vanuit Vlaardingen, Heilbronn (Duitsland) en Poznan (Polen) naar Wageningen wordt verplaatst. Vanwege dat onderzoekswerk zou het niet vreemd zijn als een dreigende overname van Unilever tot enig rumoer in de ministerraad leidt.

CDA-lijstrekker Sybrand van Haersma Buma onderkende dat belang in een interview in NRC, waarin hij pleitte voor wetgeving om vitale sectoren als „voedsel, veiligheid en misschien wel onze staalindustrie” te beschermen tegen buitenlandse overnames.

Het kabinet is er echter nog maar net in geslaagd om een wetsontwerp te formuleren om de telecomsector te beschermen tegen ongewenste opkopers.