Met ontslag van Ranieri verdwijnt de aaibaarheid van Leicester City

Premier League

De manager die onverwacht kampioen werd met Leicester City is ontslagen na een reeks nederlagen. Zijn hoge gunfactor ten spijt.

Foto Cristina Quicler/AFP.

De dag dat Leicester City werd gekroond tot kampioen van Engeland, stond Claudio Ranieri zwijgend te glunderen naast de wereldberoemde tenor die speciaal voor hem naar het King Power Stadion was gekomen. Andrea Bocelli, de zanger die hij zo bewonderde, bracht in zijn bijzijn een aria voor de kampioenen ten gehore. Vincerò, vincerò! Ik zal overwinnen.

En overwinnen deed Ranieri. De Italiaan (65) zal altijd worden herinnerd als de trainer die tegen de verwachtingen in de Engelse landstitel won met een club die sinds de oprichting in 1884 nooit een grote prijs won. Aan die prestatie doet zijn ontslag niks af, ook al is hij van zijn sokkel getrokken nog voor hij met brons kon worden omhuld. Gesneuveld, zoals al die stervelingen in het vak.

De geruchten over zijn ontslag hadden nog verbazing gewekt. Dit kon niet waar zijn? Wel. Exit Ranieri, stond er donderdagavond op de website van Leicester City. Gevolgd door een verzoek om begrip van clubeigenaar Vichai Srivaddhanaprabha en diens zoon Aiyawatt, die vermoedelijk al beseften dat ze met deze paniekerige manoeuvre meer vijanden dan vrienden zouden maken. Weg is de aaibaarheid van Klein Duimpje.

Waarom is er zo weinig respijt voor een trainer die het nietige Leicester wereldfaam bezorgde? Waarschijnlijk werd hij het slachtoffer van zijn eigen succes. Ranieri moest vorig jaar 40 punten te halen, voldoende om niet te degraderen, was het idee. Het werden er 69, met als gevolg had dat de lat voor dit seizoen omhoog ging. Begrijpelijk, tot zover.

Maar als een trainer in staat is om kampioen te worden met een groep onbekende, soms al afgeschreven spelers, zou je hem op zijn minst de kans kunnen geven om te laten zien dat hij evengoed in staat is om dezelfde spelers te behoeden voor degradatie. Zelf werd hij na zijn aanstelling weggezet als een ongeïnspireerde keuze, een oude man. Dat was hij niet. Hoewel hij in interviews vaak opmerkte dat hij gelukkig werd van een wandeling met zijn vrouw en het bezoek van antiekmarkten op het Engelse platteland.

Sympathiek en geliefd was hij, onaantastbaar niet. Terwijl zijn ploeg deze week nog in Spanje tegen Sevilla speelde in de achtste finale van de Champions League (2-1 verlies), wordt Ranieri verweten dat Leicester sinds 31 december geen duel meer heeft gewonnen. Zeker, fraai is het niet om in de competitie vijf keer op rij te verliezen en al tien uur lang niet te scoren. De ploeg staat zeventiende, één punt boven de streep. Maar zo ongewoon is dat niet. In de stad waar de rugbyers van de Leicester Tigers voorheen populairder waren, was voetbalsucces zo zeldzaam dat het een absurd idee was om te denken dat voetballiefhebbers in Azië ooit in de blauwe shirtjes van Leicester zouden lopen. Ja, nu wel.

De financiële belangen die daarmee gepaard gaan, zijn in het Engelse voetbal dusdanig toegenomen dat clubs als de dood zijn voor sportief verval. Wie degradeert, kan het jaar erop fluiten naar tv-premies van minstens 115 miljoen euro per club. Tegen die vrees kan zelfs de hoogste gunfactor niet op.