Cultuur

Interview

Interview

Jesse Klaver: „Ik vind dat politiek mooi moet zijn, het is een ideeënstrijd.”

Foto Frank Ruiter

‘Met alleen show red je het niet’

Jesse Klaver Het verbaast Jesse Klaver niet dat GroenLinksers hem te glad vinden. Hij kent zijn partijgenoten. „Maar dit is wie ik ben.”

Het is GroenLinks nog nooit gelukt. Maar dit keer „is de partij er klaar voor” om mee te regeren, zegt partijleider Jesse Klaver. De lijstjes met kandidaten voor ministers liggen klaar, al wil hij natuurlijk niet zeggen welke namen daar dan opstaan. „Ons plan ligt klaar. We weten wat we eruit willen halen.” 

Het is een politieke wet: je moet een verkiezing verliezen om er eentje te winnen. En verloren, dat heeft Jesse Klaver. In 2012 duikelde GroenLinks van tien naar vier zetels in de Tweede Kamer. Klaver stond op plek vier . Jolande Sap was toen lijsttrekker, Klaver was haar campagneleider en goed ging er eigenlijk niks, destijds. „Ik heb er zóveel van geleerd. Ik bewaar het meeste voor mijn memoires. Maar we hebben onze club nu heel anders georganiseerd en ons verhaal aangescherpt.”

Inderdaad is de energie bij GroenLinks nu totaal anders. Partijleider Jesse Klaver (30) trekt veel publiek, duizenden mensen komen naar zijn bijeenkomsten in zalen waar normaal gesproken popconcerten worden gehouden. Zijn campagne heeft Amerikaanse trekjes. De partij weet precies wie ze in het publiek achter Klaver op het podium neerzetten en hij gebruikt het vocabulaire van voormalig president Obama. Hoop, verandering, optimisme.

In de Peilingwijzer, een combinatie van zes peilingen, is GroenLinks nu de vijfde partij. Maar de statistische verschillen met D66 en het CDA, de nummers drie en vier, zijn verwaarloosbaar. PvdA-lijsttrekker Lodewijk Asscher voelde afgelopen week de noodzaak om Klaver aan te vallen op zijn plannen en in De Telegraaf verscheen een negatief verhaal op de voorpagina.

Wat is het Jesse Klaver-effect eigenlijk?

„Het is vooral overdreven, dat in de eerste plaats. Ik spreek met onze boodschap van verandering een bepaalde onderstroom aan. We voeren met ons team een heel andere campagne dan gebruikelijk. De donderdag voor de verkiezingen op 15 maart hebben we nog een grote meet up in Afas Live, de oude Heineken Music Hall. De zaal zit al bijna vol. We zitten nu op ongeveer 5.000 man en er kunnen nog mensen bij.”

Deze campagne gaat toch ook om u persoonlijk? Zoals u met opgestroopte mouwen zo’n zaal toespreekt.

„Ik heb een eigen stijl en die verstop ik niet. Sterker, die zetten we juist in. Ik vind dat politiek mooi moet zijn, het is een ideeënstrijd. En het moet om meer gaan dan alleen de show, want met alleen façade red je het echt niet.”

Toch zijn er GroenLinksers die uw optredens wat al te glad vinden. Herkent u dat?

„Zoiets zeggen ze niet rechtstreeks tegen mij, maar mijn partijgenoten kennende zouden ze dat best kunnen zeggen, haha. Maar dit is wie ik ben en zo doe ik het.”

Wat is uw doel precies, deze campagne?

„Onze beste uitslag ooit halen. We zijn nu de grootste op links, dus dat gaat lukken.”

De grootste op links? Voelt u dat zo?

„Ja, we zijn de grootste. In elk geval in de peilingen. Ik merk het ook aan de aanvallen die we van anderen krijgen en aan wat ik tegenkom buiten. Als het zo goed gaat, kun je die aanvallen verwachten, van andere partijen en uit de media. Natuurlijk hielden we daar rekening mee. Al heb ik het liefste dat mijn politieke vriendjes het in debat met mij doen, maar dat durven ze vast niet.”

Luister ook naar onze verkiezinggspodcast Haagse Zaken #3: Jesse Klaver

VVD-leider Rutte reageert anders niet op uw aanvallen op hém.

„Mark Rutte houdt zich nog stil, ja. We zullen zien. Ik vind die aanvallen alleen maar prettig, het laat zien dat ze ons als bedreiging zien.”

GroenLinks heeft financieel een radicaal programma. Met ruim 26 miljard euro wil de partij de grootste fiscale verschuiving van alle partijen. Ze wil de lasten op arbeid verlagen en die op milieu en vermogen juist flink verhogen.

De voorstellen zijn zo ingrijpend dat het Centraal Planbureau bij de doorrekening van de financiële plannen een extra slag om de arm noteerde. Het programma van GroenLinks heeft „onzekerder budgettaire en economische effecten dan gebruikelijk”.

Onuitvoerbaar, roepen uw concurrenten. Ook de partijen waarmee u graag een progressieve coalitie wilt vormen.

„Kritiek spuien moeten ze vooral doen – daar is de verkiezingsstrijd voor bedoeld. Na 15 maart ga ik met ze samenwerken, daar heb ik alle vertrouwen in. Ook het CDA en D66 zie ik als mijn bondgenoten, straks in ons eerste centrum-linkse kabinet in veertig jaar.”

Zijn uw plannen wel realistisch?

„Superrealistisch. Wij hebben het meest ambitieuze programma, ja. Als je klimaatverandering wil aanpakken, dan moet je grote stappen zetten. En als je ongelijkheid wil terugdringen, moet er een heel ander belastingstelsel komen. Als je echt wilt dat er iets verandert, moet je ook met stevige plannen durven komen.”

U vindt het een kwestie van durf?

„Andere partijen, alle klassieke machtspartijen, tonen te weinig ambitie. Ja, zij nemen te weinig risico. Ze zéggen dat ze zich zorgen maken over klimaatverandering, maar als ik zie wat ze eraan doen, is dat te beperkt. Ja, dat geldt ook voor de PvdA. Hier komt dus de onvrede en het wantrouwen over de politiek vandaan.

„Kijk naar het manifest van Hugo Borst over meer geld voor de ouderenzorg. Veel collega’s hebben het ondertekend. Drie partijen maken dat extra geld ook echt waar in hun verkiezingsprogramma: VVD, SP en GroenLinks. Of neem de gasproductie in Groningen. Elke partij zegt dat die terug moet naar het veilige niveau. Dat is 12 miljard kuub per jaar. De enige die daar echt geld voor reserveren, zijn de SP en wij. Dingen beloven en ze dan niet in je plannen verwerken, dat voedt het cynisme.”

Organiseert u uw eigen nederlaag? Als GroenLinks wil meeregeren, moet u in de formatie heel veel inleveren.

„Je inzet moet duidelijk en stevig zijn. Alleen dan kun je ook wat binnenhalen.”

U pleit tegen het ‘economisme’. U vindt dat niet alles in geld is uit te drukken. Toch stuurt u sterk op fiscale prikkels. Opgeteld stelt u 20 miljard aan milieuheffingen voor. Dat is toch tegenstrijdig?

„Mijn kritiek op het economisme is dat in beleid alleen wordt gekeken naar de economische groei. Dat geld allesbepalend is, dat alles pas waarde heeft als het een prijs heeft gekregen. Wij laten meer dingen meetellen.”

Daarom moeten consumenten meer belasting betalen over vlees, vis, vliegtickets en bosjes bloemen?

„Ja, die maken we duurder. Daarmee lokken we innovatie uit en dus meer duurzaamheid. Dat past prima in ons plan om klimaatverandering tegen te gaan. In Duitsland hebben ze een vergoeding op duurzame energie ingevoerd. Dat heeft daar de Energiewende in gang gezet. Dat heeft een groen-rode coalitie gedaan.”

Dus zulke financiële prikkels – typisch economisme – gebruikt u als het uitkomt?

„Ik noem het geen financiële prikkel. We maken milieuvervuiling duurder. Daar ben ik altijd voor geweest.”

Wanneer bent u linksaf geslagen?

„In mijn beginjaren in de Tweede Kamer, tussen 2010 en 2012. Ik was vroeger veel minder kritisch op de gevolgen van globalisering. In gesprekken in huiskamers hoorde ik dat mensen zich in de steek gelaten voelen door de sociaal-democratie. Ze voelen onzekerheid, zijn erop achteruit gegaan sinds de komst van de euro. En ze zien dat multinationals gewoon belasting kunnen ontwijken. Zij hebben zekerheden nodig die de overheid hen moet bieden.”

Dit verhaal is vooral sociaal-economisch. Vindt u ook dat Nederlanders normaal moeten doen, zoals Mark Rutte zegt?

„Het eerste wat ik zou doen als ik premier ben is zeggen dat iedereen erbij hoort. Laatst bleek uit onderzoek dat 40 procent van de Nederlanders met een Marokkaans of Turkse achtergrond zich hier niet thuis voelen. Dat vind ik schokkend. Als Rutte zegt, ‘we moeten normaal doen’, dan bedoelt hij dat groepen mensen maar weg moeten gaan als het ze hier niet bevalt. Dat kan niet, het Nederlanderschap is onvoorwaardelijk. Wij zijn een open en tolerant land. We vieren de verschillen tussen mensen, we stoppen ze niet weg.”

Vindt u dat Nederland islamiseert?

„Nee, dat is absolute onzin. Dat noem ik zondebok-politiek. Het debat gaat ten onrechte vooral over de vluchtelingen en islam. Als ik praat met mensen die naar de PVV neigen, gaat het binnen drie minuten over de onzekerheden die zij zelf voelen. Ze vertellen dat ze geen woning kunnen krijgen, dat ze er niet op vooruitgaan. Dan komt Geert Wilders langs. Die wijst naar de vluchtelingen: kijk, het is hún schuld. Geloof je dat nou werkelijk, vraag ik dan? Nee, zeggen ze dan. ‘Maar wat heb ik te verliezen? De rest van de politiek doet niks voor mij.’ Dat moet anders.”