Cultuur

Interview

Interview

De oorspronkelijke foto van Ed van der Elsken.

Foto Frank Ruiter

‘Mensen dachten dat wij stoute meisjes waren’

Gina en Sonja Kruiswegt (77) werden in 1956 op de foto gezet door Ed van der Elsken. Ze zijn vaak uitgenodigd voor exposities om te poseren bij de beroemde foto, maar over hun levens was weinig bekend. „Een grote S. Een shitleven.”

Hij hing de afgelopen weken op honderden billboards in de Randstad: de Ed van der Elsken-foto van tweelingzusjes Gina en Sonja Kruiswegt. Twee jonge vrouwen poseren – met lichte tegenzin, zo lijkt het – voor de beroemde fotograaf. Tweeling op de Nieuwmarkt, 1956 is tot en met 21 mei te zien in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Gina en Sonja hebben vaker interviews gegeven, maar die draaiden altijd om de fotograaf en zijn foto. Ze worden vaker uitgenodigd voor exposities – zoals onlangs in het Stedelijk – waar zij gewillig poseren voor hun metershoge portret. Maar over hun levens was weinig bekend.

We zitten in de woonkamer van Sonja in Lelystad. Het portret van Van der Elsken hangt achter de eettafel. Daaromheen staan zilverkleurige baroktronen. De spiegel bij de bank wordt geflankeerd door engelen. „Het heeft wel iets van een circus”, zegt Sonja, die met haar zus jarenlang professioneel in de trapeze hing.

Foto Frank Ruiter

Je wilt graag dat iemand je af en toe een knuffel geeft

Voordat we komen te spreken over hun leven, kijken wij naar de foto van ruim zestig jaar geleden: twee vrouwen in tweed-rok en omslagblouse. Sonja kijkt in de lens, Gina lijkt afgeleid door iets of iemand achter de fotograaf. Wat valt hen op? Sonja gaat verzitten op de blauwe divan en doorbreekt de stilte. Ze vertelt dat zij als kind graag aandacht wilde, maar er ook voor terug deinsde. „Je wilt graag dat iemand je af en toe een knuffel geeft, maar bent ook heel bang voor wat er uit voort kan komen. Wij waren die aandacht van huis uit niet gewend. Dat zie ik als ik naar die foto kijk.”

We gingen wel uitdagend lachen en met ze praten…

Gina zegt dat zij ervan hield mensen aan te kijken en daarna haar hoofd af te wenden. „Mensen dachten wel eens dat we stoute meisjes waren die met elke jongen mee gingen. Nou, mooi niet! We gingen wel uitdagend lachen en met ze praten, maar voor de rest…”

Aantrekken-afstoten, Sonja doet het nog steeds. „Ik vertrouw mensen niet snel.”

De dag waarop de foto gemaakt werd liepen de zusjes over de kermis op de Amsterdamse Nieuwmarkt. En toen stond opeens die vreemde, niet onaardige man voor hun neus. „Hij zei dat wij aparte types waren”, zegt Gina. „En of hij ons mocht fotograferen.” Doe maar, gebaarde ze. Enkele jaren geleden zagen de zussen de foto voor het eerst, bij een tentoonstelling in het Rijksmuseum. Ze waren „verrast en vereerd”. Sonja: „Het is een mooi idee dat die foto de wereld rond gaat, ook als ik er straks niet meer ben.”

Gina en Sonja (1940) groeiden op in een gezin met zeven kinderen. Voor de oorlog woonden hun ouders in Haarlem. Hun vader runde een grote ijssalon, hij „stond in hoog aanzien”, zegt Sonja. Maar de winkel werd op last van de Duitsers gesloten, het gezin verhuisde naar een goedkope woning bij het Sarphatipark in Amsterdam.

Vader Kruiswegt vond een baan als timmerman in Badhoevedorp. Hij reisde elke dag op en neer. „Met zes sneetjes brood met bruine suiker”, weet Gina nog. „Zó zielig!”.

Zag je langs de kant dooie kinderen op een kar liggen…

Het was armoede, zegt Sonja. „We aten in de oorlog uit vuilnisbakken. Aardappelschillen. Suikerbieten. Ik herinner me dat we een keer met mijn moeder naar Haarlem zijn gelopen, op zoek naar eten. Zag je langs de kant dooie kinderen liggen op een kar. Dat zijn dingen die je niet kan vergeten.”

Gina vertelt over de moffenhoeren die met teer op hun hoofd werden rond gedragen. Over de onderduikster – een buurvrouw – die onder het bed van de tweeling werd verstopt toen de Duitsers op de deur bonsden. De meisjes waren vier jaar en deden of ze sliepen. „Ik zie nog die grote laarzen”, zegt Sonja.

En dan die keer dat hun moeder eten haalde ‘op de bon’. Ze had Sonja en Gina willen meenemen, maar liet hen thuis omdat het regende. Uren wachtten de kinderen op haar terugkeer. Tot zij door vreemden thuis werd afgeleverd. „Er was een bom gegooid”, zegt Sonja. „Ik schrok me dood. Ze was helemaal verbrand.”

Tijdens het gesprek kijken de zussen elkaar nu en dan onderzoekend aan. Ze wonen bij elkaar om de hoek, zien elkaar vaak, maar praten niet in detail over hun jeugd. En al helemaal niet over de liefde die zij tekort kwamen. „We mochten als kind zelden de deur uit”, zegt Sonja. „Alleen naar school en terug. En af en toe touwtje springen. Als we thuiskwamen was het: strijken, afwassen, boel opruimen.”

Dat móesten we aan. En ik had er zo’n hekel aan

Gina wordt nog „pissig” als ze denkt aan de kleding die zij van haar moeder moesten dragen. „Vaak met bloemetjesmotief. Tot aan de kin gesloten. En identiek.” Ze werpt een blik op de foto van Van der Elsken. „Kijk wat een achterlijke kleding! Dat heeft onze moeder uitgezocht. Dat móesten we aan. En ik had er zo’n hekel aan!”

Moeder Kruiswegt kon geen liefde geven. En dat komt, zegt Sonja, omdat zij zelf geen liefde heeft gekend. „Háár moeder is jong overleden. En daarna kreeg ze zeven kinderen, dus veel vrijheid heeft zij niet gehad. Ze zat maar binnen achter die naaimachine, terwijl mijn vader dag en nacht werkte. Wat heeft zij aan het leven gehad?”

Pas tegen het eind van haar leven – ze werd ziek, haar man was al overleden – schemerde iets door van de vrouw die zij had kunnen zijn: lief en zorgzaam. Sonja: „Toen had ik het gevoel: dat is mijn moeder. Zoals ik het wilde. Ik verzorgde haar in het hospice, we kregen een band. Dan begin je te voelen dat het je moeder is, de laatste maanden.”

Maar ja, het was een beetje laat

„Ze was meer open”, vindt ook Gina. „Maar ja, het was een beetje laat.”

Moeder Kruiswegt was niet streng toen er op een dag een vrouw aan haar deur verscheen. Ze vertelde dat ze bij circus Frans Althoff werkte en Sonja en Gina had ontmoet toen zij na school langs het circus-terrein liepen. De meisjes vielen op door hun gitzwarte lange haar. Ze waren zeer geschikt voor een indianennummer. Mochten haar dochters een tijdje met het circus door Europa reizen?

Moeder Kruiswegt aarzelde geen moment. Nog diezelfde week vroeg zij een paspoort bij het consulaat aan. „Ze had genoeg aan de andere kinderen”, vermoedt Sonja. „Kinderen waar ze zelf niet op had zitten wachten. Vroeger had je geen voorbehoedmiddelen hè.”

Gina en Sonja waren pas dertien toen zij zich bij het circus aan sloten. Maar angst kenden zij geen van beiden. „Het voelde als de weg naar de vrijheid”, zegt Sonja. „Misschien omdat mijn moeder zo streng was.”

„Maar het circus was óók streng”, zegt Gina.”

„Nóg strenger”, zegt Sonja. Terugkijkend kan zij zich niet voorstellen dat een moeder haar dertienjarige kinderen meegeeft aan een onbekende. „Mijn kleinkind is dertien. Als ze alleen op de fiets naar school moet vind ik het al eng.”

Sonja en Gina vertellen over de vele acts die zij bij het circus hebben gedaan. Met in riemen gegespte enkels draaiden zij „loeihard” in een rad rond, terwijl messen in hun richting werden geworpen. Soms moesten zij elkaar vasthouden in de trapeze met een mondklem. En wat te denken van het motorcrossen langs een steile wand? Gina heeft het vaak gedaan, met gevaar voor haar leven.

De riemafdrukken zijn de stille getuigen van een harde jeugd. De zussen vertellen erover met een mengeling van ongeloof en trots. Op de vraag of ze mishandeld werden in het circus blijft het lange tijd stil. „In het circus heb ik veel slaag gehad, hoor”, zegt Sonja. Gina: „Eh, ja.”

Sonja: „Vooral als iets niet goed was – dat verwachtte je niet toen je begon.” Sonja was 35 toen ze een punt zette achter het circusbestaan. Gina deed dat vijf jaar later. Het reizen begon hun tegen te staan. Fysiek werd het steeds zwaarder. En voor hun kinderen – ze werden allebei verliefd op een circusartiest – was het een harde wereld. Sonja had er vier, Gina vijf. Ze reisden allemaal mee.

Een grote S

De zussen hebben lang gezocht naar de liefde van hun leven. De vaders van hun kinderen gingen er met andere vrouwen vandoor. Als werkende moeders stonden zij er alleen voor. „Een grote S”, vat Gina haar leven samen. „Een shitleven.” Al die tegenslag heeft haar gehard.

Pas de laatste jaren zit het mee. Toen Gina laatst een zware longontsteking kreeg, reed haar nieuwe vriend een week lang elke dag van Friesland naar Flevoland om haar te verzorgen. „Toen heeft hij bewezen dat hij van me houdt.”

Je hebt echte liefde gevonden en dan…

Sonja werd uiteindelijk gelukkig met Ted. Ze waren drie jaar samen en zouden in 2013 gaan trouwen. Kort voor de grote dag, overleed hij onverwachts aan kanker. „Je hebt echte liefde gevonden en dan wordt het op brute wijze bij je weggehaald”, zegt zij. „Net als bij mijn moeder, die stierf na een paar mooie maanden samen.”

Na de tweede kop koffie staat Sonja op van de bank. Ze zegt dat er nog een klusje moet worden geklaard. Over een uur komt de fotograaf en ze wil nog doorpassen. De witte jurken hangen al klaar, Sonja heeft voor de gelegenheid een roze vest uitgezocht. Gina een indianenjasje. „Ik denk dat mijn moeder het mooi had gevonden”, zegt Sonja.

Sonja en Gina zitten in een band. Dit videootje hebben ze op ons verzoek laten maken