In het land van Peter Sagan

Hij is de grootste wielrenner van dit moment. Wereldberoemd door zijn prestaties én zijn flamboyante gedrag naast de fiets. Maar wie is Peter Sagan? reisde naar zijn geboorteplaats Zilina en sprak met familie en vrienden.

Peter Sagan tijdens het UCI wielergala, de officiële afsluiting van het seizoen, vorig jaar in Doha, Qatar. Foto Artur Widak/Getty

In de deuropening van het hoogste huis in de straat verschijnt een gedrongen dame van tegen de zestig. Klein van stuk, donkerrood geverfd kapsel, op haar gezicht een mengeling van wantrouwen en nieuwsgierigheid. Ze draagt gouden oorbellen met rode stenen, heeft zich in nauwsluitende kleding gestoken en op haar neus staat een bril met onderin een gedeelte om te kunnen lezen.

Als de naam van Peter Sagan klinkt, doet ze meteen twee stappen achteruit zodat de voordeur verder open kan, en ze wijst de weg via een donker halletje naar een zeer bescheiden woonkeuken. Zelf loopt ze door naar een volgend vertrek, waar een luide stem uit de televisie klinkt. Later blijkt dat ook haar bed in deze piepkleine ruimte staat. Twee keer zes vierkante meter, dat is haar leefruimte.

Ze zet de tv uit en komt op haar sloffen terug de keuken in, waar aan de muur ingelijste foto’s hangen van Peter Sagan, als jonge tiener balancerend op zijn achterwiel en met één hand aan het stuur – de pose die zijn handelsmerk is geworden. Sagan kauwend op een gouden medaille, als kind trots naast een frame van blinkend geel, zijn grote broer Juraj ernaast, een kindertekening van oudste broer Milan.

Hier groeide de beste wielrenner ter wereld op, in een gegoede buurt van Zilina, een grauwe industriestad van 80.000 inwoners in het noordwesten van Slowakije waar veel mensen hun geld verdienen in de immense Kia-fabriek net buiten de stad.

Bewegen was zijn eerste natuuur

De vrouw begint te glinsteren na de vraag of zij ‘de moeder van’ is. Jazeker, Helena Sagan is haar naam. Ter bewijsvoering pakte ze een fotoboek van haar laatste tripje naar het huis van haar wereldberoemde zoon in Monaco, een paar weken geleden. Ze komt er alleen op zijn uitnodiging. Zelf kan ze nog geen telefoontje naar Monaco betalen, zegt ze.

Helena Sagan vertelt melancholisch over Peters kindertijd. Ze kan niet meer geloven dat ze ooit een gezin met vier kinderen draaiende heeft weten te houden, en dan nog wel met zo’n wildebras als jongste. Een vrolijk ventje, Peter, maar niet te houden. Bewegen was zijn eerste natuur. „Als een pijl uit een boog”, zou de oudste zus Daniela later zeggen, de vrouw die Peter grootbracht omdat hun ouders overdag druk waren een kruidenierszaakje in de buurt uit te baten. De familie had duidelijk de handen vol aan een jongen die al op de kleuterschool uit het klaslokaal sloop en terug naar huis rende omdat hij het niet verdragen kon stil te zitten en te doen wat iemand anders van hem vroeg.

De familie Sagan kocht de kruidenierswinkel vlak na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Er viel goed van te leven, want concurrentie was er niet. Peter hing er hele dagen rond, dollend met winkelwagentjes, voortdurend kattenkwaad uithalend. „Hij kon iedereen amuseren”, zegt Helena glimlachend, haar ogen op haar handen gericht.

„Een grappig kind. Maar hij had geen seconde rust.”

Even houdt ze haar adem in en dan reikt ze naar haar mobiele telefoon. Ze belt met haar man, die in een ander deel van het huis woont. Ze wil weten wat ze wel en niet mag vertellen. „Hij wil jullie wel ontvangen, maar geeft geen interview.”

Het privémuseum van Lubomir Sagan

Lubomir Sagan heeft een eigen entree. Het licht springt aan en er verschijnt een man met een flinke buik, in een sweater met de initialen van zijn zoon op zijn borst, ‘PS’. Hij is minder scheutig met zijn vertrouwen, aarzelt, maar geeft zich na een lange uitleg over het doel van dit bezoek gewonnen. „Pantoffels aan, anders kom je er niet in”, bromt hij, wijzend naar de schoenenkast onderaan de bruine trap, die toegang verschaft tot vier verdiepingen.

Op planken aan de muur van elke opgang staan trofeeën, „126 in totaal. En dat is nog niet eens de helft”. Er staan ook prijzen van Juraj tussen, maar het leeuwendeel is van de jongste telg van de familie. Peter Sagan won in zijn tienerjaren zowat alles waar hij aan meedeed. Mountainbikewedstrijden, veldritten en later ook races op de weg. Dit is daar een bescheiden weergave van.

Op de derde verdieping houdt Lubomir halt. Hij graait in zijn joggingbroek naar zijn sleutels en vraagt of we iets bijzonders willen zien. Waarschijnlijk deed Helena een goed woordje. „Maar”, roept Lubomir nors, „geen foto’s”.

Een deur verschaft toegang tot een hoogstpersoonlijke tempel van herinneringen. Het contrast met de ruimten van Helena kan niet groter. „Dit is mijn privémuseum”, pocht Lubomir. „Ik ben er al drie jaar mee bezig.” Op de vloer ligt natuursteen, handgemaakte gewelven sieren het plafond, er is een keuken met kookeiland – zo uit een interieurblad. Op een barretje staat een goedgevulde doorzichtige koelkast met blikjes Red Bull. Tegenover een lederen designbank, in een woonkamerachtig gedeelte, hangt een gigantisch televisiescherm. Aan de muur groene helmen, groene bidons, groene truien uit Peters tijd bij Liquigas, zijn eerste profploeg.

In het hart van het appartement schijnen spots op vijf fietsen, groene exemplaren, blinkend op standaarden. „Dit is zijn eerste fiets als prof, hier won hij zijn eerste groene trui van de Tour mee.” Lubomir heeft zijn schroom overboord gegooid.

Links van de fietsen een indrukwekkende rij met tientallen groene bekers van glas uit de Tour de France, één voor elke dag dat hij in het groen reed, en dat deed Peter Sagan vaak; hij won de sprinterstrui van 2012 tot en met 2016. Dit jaar gaat hij voor de zesde op rij, het zou een unicum zijn. „Dat is zijn grote doel”, weet Lubomir. „Maar eerst Parijs-Roubaix winnen.” Lubomir is ervan overtuigd dat zijn zoon gaat slagen. „Zijn nieuwe team [Bora-hansgrohe uit Duitsland] is perfect voor hem. Hij mocht zijn broer meenemen, zijn verzorgers, mecaniciens. Mijn zoon heeft rust gevonden. In Monaco. En in zijn hart.”

Winnen met bloeddoorlopen ogen

Dat heeft jaren geduurd, vertelde Helena eerder. Peter voetbalde, basketbalde, hockeyde, het maakte niet uit, als hij zijn energie maar kwijt kon. En overal volgde hij zijn twee jaar oudere broer Juraj, dus ook toen die op zijn twaalfde lid werd van de plaatselijke fietsclub. Volgens zijn jeugdtrainer Peter Zanicky was Sagan klein voor zijn leeftijd en vielen zijn prestaties aanvankelijk niet op. Maar na drie maanden begon hij op een zilveren mountainbike die vader Lubomir voor hem had gekocht te winnen van jongens die twee jaar ouder waren.

Zanicky herinnert zich een wedstrijd in Dubnica, zestig kilometer ten westen van Zilina. „Ik stond driehonderd meter na de start op een heuvel op Peter te wachten. Alle jongens kwamen voorbij, maar Peter niet. Toen ik terugliep, zag ik dat hij huilend aan de start stond. Hij had zijn knie tegen het frame gestoten en nu vond hij dat de wedstrijd geen zin meer had.” Zanicky zette Sagan terug op het zadel en droeg hem op gewoon te gaan fietsen. Misschien zou hij nog wel iemand bijhalen.

Aan de finish was Zanicky met stomheid geslagen. Met bloeddoorlopen ogen en een verbeten trek om zijn mond duwde Sagan zijn voorwiel net voor dat van een Hongaar over de streep. Hij won de race alsnog. Het was de eerste keer dat Zanicky voelde dat hij met een bijzondere jongen te maken had.

„Die mentaliteit heeft hij van boven gekregen.”

‘Ik had nog een centimeter over, trainer’

Dan toch zeker ook zijn techniek, alsof het frame een verlengstuk van zijn lichaam is. Regelmatig duiken er filmpjes op die dat idee waarachtig doen lijken. Grijnzend op zijn achterwiel een helling op, stuiterend op dat achterwiel zolang hij wil zoals een circusartiest op een eenwieler, rijdend over de motorkap en de voorruit van de ploegleiderswagen om dan zijn fiets bovenop het dak te parkeren. Niemand doet het hem na.

Zanicky: „Toen hij een jaar of dertien was, waren we met een groepje jongens aan het downhillen in de bergen. Er stonden twee bomen vlak naast elkaar en Peter zei dat hij daar wel doorheen kon. Je bent gek, dacht ik, maar je doet maar. Hij deed het zonder aarzeling en zei daarna lachend: ‘Maar trainer, ik had aan beide kanten nog een halve centimeter over’. Hij kan zijn mogelijkheden perfect inschatten.”

Die controle is ongezien en het maakt Sagan tot de acrobaat van het peloton. Spektakel gegarandeerd, hij is een artiest op een fiets. En dan hebben we het nog niet eens over zijn malle gebaren als hij ergens winnend over de streep komt – hij spreekt ze van tevoren af met Zanicky en zijn vrienden, tijdens een avondje stevig bier drinken in de kroeg. En dan nog dat lange haar, bepaald geen trend bij mannen in Slowakije. Zijn familie vindt het verschrikkelijk maar Peter Sagan wil anders zijn, een rebel.

Bunny hoppend op één wiel:

Wheelie zonder handen:

Hij kende geen angst

Wat jeugdvriend Andrej Lalinsky (32) opviel aan Sagan als ze in hun tienerjaren samen fietsten, was zijn totale gebrek aan angst. „Hij heeft een ander idee van grenzen dan de meeste mensen. Hij denkt niet aan pijn. Zijn benen zaten altijd onder de schaafwonden, maar echt hard viel hij nooit, hij brak nog nooit wat, alleen zijn materiaal. Ik zei hem vaak dat een fiets niet gemaakt is om mee van een dak te springen, of tegen een spoorrails te beuken. Maar hij wilde voortdurend weten wat zijn fiets aankon.”

Lalinsky vertelt dat Peter niet per se een groot talent was, tenminste, zo leek het. „Maar ik besef nu wel dat hij altijd met vijf jaar oudere jongens fietste, en hij kon het tempo aan. Hij was moe, maar opgeven deed hij nooit. Dat is een harde leerschool, de basis voor zijn succes.”

Broer Milan Sagan – een boller gezicht dan Peter, maar met een soortgelijke opslag in ijsblauwe ogen – vertelt in bibliotheek Artforum in het hart van Zilina gehaast en onrustig dat zijn broertje al vroeg zelfstandig moest zijn. „Op zijn zestiende moest hij voor zichzelf zorgen. Onze vader had een huis geregeld voor Juraj en hem. Ze moesten zelf koken, zelf het huishouden doen. Was er iets nodig, dan regelde Peter het. Niet zeuren, maar in de tegenwoordige tijd leven. Focus op nu, en morgen zien we wel weer.”

Michal Nemeth speelt een van de hoofdrollen in Tourminator, een satirisch toneelstuk over het leven van Sagan dat al een paar jaar wordt gespeeld in de plaatselijke schouwburg. Volgens hem is Sagans grote kracht dat hij zichzelf niet serieus neemt. Nemec: „Dat is essentieel, want je houdt energie over voor de echt belangrijke dingen. IJshockeyers in dit land vinden zichzelf ontzettend belangrijk. Sagan niet, die lacht om zichzelf. Dat is mooi. We konden tijdens de première precies horen waar hij in de zaal zat. Hij lachte het hardst van iedereen. Ook al waren de grappen soms keihard.”

Scène uit het satirische toneelstuk ‘Tourminator’, over het leven van Peter Sagan. Milo Fabian

Junior Sagan smijt met zijn krachten

Als Sagan elf jaar is, gaat hij op aanraden van zijn trainer ook wegwedstrijdjes rijden, naast het mountainbiken. Daarin kan je echt groot worden, had Zanicky hem gezegd. Het klopt: de mountainbikesport is vergeleken met wegwielrennen als futsal en voetbal; het kleine publiek versus het grote geld. Maar Sagan houdt niet van de ellenlange dagen op een fiets. Vindt hij saai. Hij wil actie, heeft adrenaline nodig, heeft bovendien een hekel aan de politiek in een peloton, zegt Zanicky. Mountainbiken vindt hij veel eerlijker: man tegen man, en de beste wint. Van tactiek is amper sprake. In die discipline wordt hij als junior Europees kampioen, wereldkampioen ook. Sagan is in de modderige bergen van een ander niveau dan zijn leeftijdgenoten.

Gaandeweg krijgt hij ook schik in wegwedstrijden. Met elke overwinning groeit zijn liefde voor de sport, maar hij verliest ook vaak. Als junior smijt hij met zijn krachten, rijdt hij hele dagen met zijn neus in de wind, om dan in de laatste vijf kilometer opgebrand te zijn. Milan Novosad, een man met het uiterlijk van een oude zeevaarder die Sagan begeleidde tot hij op zijn negentiende de overstap maakte naar een profploeg in Italië, ziet hem nog ‘geparkeerd’ staan, vijfhonderd meter voor de finish van een Slowaakse etappekoers. Hij kon niks meer. „En de volgende dag bijna de tijdrit winnen. Dat is klasse.”

Sagan heeft zijn hoofd moeten leren gebruiken tijdens een wedstrijd, zegt Novosad. Als een roofdier wachten op zijn moment, daarna de ultieme beloning: winnen. En daar draait het om in het leven van Peter, zegt jeugdtrainer Peter Zanicky. „Als hij tweede wordt na een tocht van zes uur, gedraagt hij zich voor de draaiende camera’s altijd heel netjes, maar als hij daarna op zijn hotelkamer komt, gaat de deur op slot. Zelfs zijn vrouw Katarina komt er dan niet meer bij. Hij komt er pas weer uit als hij het kwijt is. Laten we het erop houden dat er heel veel energie vrijkomt. Peter is als een klein kind. Hij heeft nog altijd het hart van een kleine jongen.”

Winnen zodat hij er mag zijn

Hij moet en zal winnen, die behoefte zit heel diep, zegt zijn oudste zus Daniela, een verlegen vrouw van in de dertig. Aan het centraal gelegen plein Mariánske Námestie in Zilina heeft ze een goedlopende kapperszaak, die met Peters financiële hulp van de grond kwam. In het souterrain hangt een groot spandoek met ‘Peter, je bent onze koning’, in grote letters geschreven – uit de Tour de France van 2015. Als Daniela over Peter spreekt, glinsteren haar ogen. Ze is trots op wat hij heeft bereikt, kent de oorsprong van zijn winnaarsmentaliteit: „Hij was de jongste en de kleinste van het gezin. Winnen is voor hem een manier om er te mogen zijn, de bevestiging dat hij meetelt. Mens-erger-je-niet, kaartspelletjes, hij was bloedfanatiek. Won hij niet, dan moesten we net zolang doorgaan tot het wel lukte.”

Die behoefte neemt soms maniakale vormen aan. Laatst daagde Zanicky zijn voormalige pupil in een bar in Zilina uit voor een potje armpjedrukken. Peter wilde zo graag winnen en gebruikte zoveel kracht dat hij de arm van zijn jeugdtrainer brak, vertelt zijn vriend en manager Matej Vysna. „Tsja, dat is Peter”, zegt jeugdvriend Andrej Lalinsky naast hem schouderophalend.

„Het is niet normaal, maar zo kennen wij hem.”

Die niet te temmen behoefte om te winnen heeft hem tijdens de wedstrijden creatief gemaakt. Sagan beweegt zich inmiddels zo efficiënt door het peloton dat hij amper energie verspilt en hij leerde allerlei trucjes om zichzelf tijdens een urenlange voorjaarsklassieker bij de les te houden. Eén daarvan is hoe hij omgaat met pijn. Zanicky: „Peter weet dat zijn concurrenten afhaken als ze denken dat ze aan hun pijngrens zitten. Als Peter die grens heeft bereikt, houdt hij zich voor dat hij op 70 procent zit. Hij heeft dan nog 30 procent extra. Het is als het testbeeld van een televisie. Verschijnt dat, dan is de uitzending klaar. Maar Peter zegt: nee, we gaan gewoon door tot de volgende uitzending.”

Ander voorbeeld. De Ronde van Vlaanderen, vorig jaar. De laatste zeven kilometer rijdt Sagan alleen tegen de wind in, zijn polsen over het stuur gedrapeerd. Achter hem komt een groepje renners maar niet dichterbij. Zanicky: „Peter was op dat moment helemaal niet bezig met de koers, hij was met zijn hoofd ergens anders. Hij vertelde me na afloop dat hij geen stress en pijn had gevoeld, omdat hij zich had geconcentreerd op de beesten langs het parcours, de voorbijgangers. Hij doet alles op gevoel. Kom bij hem niet aan met wattagemeters of trainingen waarvan hij het nut niet snapt.”

Sagan op weg naar de overwinning in de Ronde van Vlaanderen. ANP/Bas Czerwinski

Zanicky moet denken aan een looptraining in de hoge Tatra’s, bij de grens met Polen. Sagan was een jaar of zestien. Iedereen moest vijf keer omhoog en omlaag sprinten, maar Sagan vertikte het voor hij precies wist waar dat goed voor was. Om sterker te worden, hield Zanicky hem voor. Uiteindelijk was Sagan de enige die de training volbracht. Hij wist tenslotte waarvoor hij het deed, en dan kan hij iets extra’s.

Hij mijdt zijn geboortegrond

Zanicky hield Sagan altijd voor dat hij moest proberen aan een wereldkampioenschap mee te doen, maar niemand in zijn entourage bereidde hem voor op wereldfaam – een aspect van zijn succes waar Sagan moeite mee heeft.

Zanicky: „Peter heeft misschien twee weken per jaar vakantie. Verder traint hij, rijdt hij wedstrijden en heeft hij sponsorverplichtingen. Als er iets is wat Peter slecht trekt, is het dat er geen tijd is om met zijn familie en vrienden door te brengen.” Milan Sagan onderschrijft dat: „Peter heeft niet veel nodig in zijn leven, maar wel tijd voor zichzelf. Dat heeft hij nu niet, of amper. Het is vooral jammer dat we haast nooit meer samen motorrijden. Racen in de bergen, heerlijk. Al doen we dat natuurlijk officieel niet.”

Sagan is maar een paar weken per jaar in zijn vrijstaande villa in Zilina, rond de feestdagen. Hij mijdt zijn geboortegrond omdat hij zich er niet vrij kan bewegen. Milan zou niet met zijn broertje willen ruilen. „

Hij is rijk, ja, maar hij wordt ook voortdurend opgejaagd

. Ik denk dat hij een hoop tijd zal willen inhalen als hij straks gestopt is.” Vriend en manager Matej Vysna: „Die druk van buitenaf kan hij slecht hebben. Overal waar hij gaat, wordt hij achtervolgd door media, fans, ziekenhuizen die willen dat hij aan liefdadigheid komt doen.” Lalinsky: Hij is slecht van vertrouwen geworden, terughoudend. Vroeger was hij helemaal niet zo, maar journalisten hebben zijn woorden een aantal keer verdraaid. Je moet nu heel erg je best doen om zijn vertrouwen te winnen.”

In een interview met de Slowaakse krant Hospodárske Noviny zegt Sagans echtgenote Katarina dat de grootste luxe voor haar man zou zijn om af en toe eens in de bergen hout te kunnen hakken, te kunnen vissen, een vuurtje te kunnen stoken. Dat komt er nu amper van.

Meer dan welkom in de gemeenteraad

Zanicky denkt dat Sagan om die reden geen lange carrière zal hebben. „Als er nu iets gebeurt wat hem niet zint, dan stopt hij gelijk. Je kunt Peter zijn vrijheid niet afpakken. Als hij in Zilina is en we gaan samen trainen, dan zie ik het als mijn taak om hem vrolijk te houden, hem plezier te laten hebben. Voorheen zaten we na afloop nog wel op terrasjes. Nu gaat hij zo snel mogelijk naar binnen, naar huis. Hij praat dan ook niet meer over fietsen; veel liever heeft hij het over de risotto die hij gaat koken, de wijn die hij erbij wil drinken.”

Wat gaat hij doen na zijn carrière? Waar gaat hij zijn voldoening dan vandaan haen? Voor moeder Helena is het duidelijk. Zij wil dat Peter teruggaat naar het sportgymnasium van Zilina, om zijn diploma als administratief medewerker te halen. Twee jaar moest hij nog toen hij naar Italië trok om een leven als profwielrenner na te jagen. Schoolhoofd Maria Wienerova haalt haar schouders op: „Sport is zijn vak. Je kunt hem niet dwingen in de boeken te kruipen.” Helena: „Ik vind het nog steeds vreselijk. Juraj heeft zijn opleiding wel netjes afgemaakt, die kan nog ergens op terugvallen. Daar ben ik trots op. Maar wat gaat Peter doen? Wordt hij dan vuilnisman?”

Als het aan de gemeenteraad van Zilina ligt, gaat Sagan na zijn wielercarrière de lokale politiek in. Pavel Corba, woordvoerder van de stad, zou „meer dan verheugd zijn om Peter in de raad te hebben, ongeacht zijn politieke overtuigingen”. Hij hoeft zich maar verkiesbaar te stellen om dat te bereiken, denkt Corba, want hij is immens populair. „Hij zal zeker gekozen worden. Hij is een voorbeeld voor onze burgers, mensen spiegelen zich aan hem. Sagan is de grootste burger die we ooit in Zilina hebben gehad.”