Commentaar

Holocaust Namenmonument Auschwitz Comité mist een kans door vermoorde Jehova’s uit te sluiten

Het herdenken van de miljoenen mensen die door de nazi’s zijn vermoord, is sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog eerder toegenomen dan afgenomen. Terecht wordt op gezette tijden stilgestaan bij de verschrikkingen van het naziregime. Terecht wordt er respect getoond voor de slachtoffers en hun nabestaanden. Terecht ook wordt op gezette tijden herinnerd aan wat er gebeurd is. Aan hoe dit kon gebeuren. Met als bijkomende boodschap, dat dit nooit meer opnieuw moet gebeuren.

In Amsterdam komt er begin volgend jaar op initiatief van het Nederlands Auschwitz Comité een ‘Holocaust Namenmonument’ met daarop alle namen van de Nederlandse slachtoffers: 102.000 Joden en 220 Sinti en Roma.

Voor de financiering wordt voor een belangrijk deel gebruikgemaakt van crowd-funding. Mensen kunnen namen van vermoorde landgenoten ‘adopteren’: een goede methode om nu levende generaties te verbinden met de slachtoffers van toen.

Er is wel bezwaar aangetekend bij de proporties van het omvangrijke monument. Maar de omvang van de misdaad kan wel degelijk via de vorm tot uitdrukking gebracht worden. Daarnaast staat het iedereen vrij om bijvoorbeeld door het leggen van zogeheten Stolpersteine (struikelstenen) van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig de aandacht te blijven vestigen op individuele slachtoffers.

Het hermetische karakter van het Holocaust Namenmonument is deze week bekritiseerd door een historicus uit Culemborg die de naam van een in Auschwitz vermoorde Jehova’s getuige wilde adopteren. Dit werd door het organiserend comité afgewezen omdat alleen de namen van vermoorde Joden, Roma of Sinti kunnen worden geadopteerd. De organisatie wil volgens Jacques Grishaver, de voorzitter van het Comité, niet een monument voor alle oorlogsslachtoffers bouwen, maar specifiek voor slachtoffers van de Holocaust. Jehova’s waren dat volgens hem niet, want zij konden zich redden door hun geloof af te zweren.

Het organiserend comité heeft natuurlijk het recht om zelf te bepalen voor welke groep het monument is bedoeld. Tegelijkertijd is het exclusieve selectiecriterium dat men hanteert betreurenswaardig. Een monument ter nagedachtenis aan de Holocaust is ook een monument tegen het buitensluiten van groepen in de samenleving. Buitensluiten, om vervolgens af te voeren en te vernietigen. Een monument in de openbare ruimte van de hoofdstad, bedoeld om iedereen te erbij te betrekken en te waarschuwen voor het risico van herhaling, zou niet zelf een groep moeten uitsluiten. Daar wordt een kans gemist.