Column

Het verlangen naar een gat in de weg

Foto van de Week Arjen van Veelen schrijft wekelijks over een nieuwsfoto. Vandaag: Zinkgaten.

Een zinkgat in Studio City, vlakbij Los Angeles. Eerder deze maand verdwenen twee voertuigen in het gat. Een vrouw moest door de brandweer gered worden. Foto Ringo H.W. Chiu/AP

Zinkgaten zijn een straf van de goden voor het al te achteloze gebruik van uitdrukkingen als ‘ik kon wel door de grond zakken’. Ze zijn een reality check. Niets is zeker, weten we, behalve dan de grond onder onze voeten; maar zelfs daar bevinden zich dus heel letterlijke holten, kloven en afgronden. En ook asfalt kan kennelijk zo makkelijk knappen als chocoladeglazuur op een cupcake.

Getuige dit gat in Californië, dat deze week twee auto’s opslokte. Het gebeurde tijdens een storm, in het welvarende Studio City, een La La Land-achtig stadje op een steenworp van Hollywood. In de eerste auto die in het ruim drie meter diepe gat kukelde bevonden zich twee B-acteurs. In de tweede zat een verder onbekende 48-jarige vrouw. Ze kwamen allemaal met de schrik vrij, maar wat een schrik: in dit kalme zijstraatje dook plotseling een metro-ingang naar de Hades op, ze dachten echt even dat ze in de onderwereld waren.

Hun leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Je kunt het gat dichten, maar het luik sluit niet meer. Voor wie eenmaal het asfalt heeft voelen golven, is voortaan alles vloeibaar.

Aan zinkgaten is verder niks mysterieus. Het is vaak een kwestie van slechte afwatering, klimaatverandering, menselijk falen kortom. Maar het valt zwaar om er geen goddelijke interventie in te zien, zoals bijvoorbeeld beschreven in bijbelboek Numeri: „…de grond spleet onder hen, en de aarde opende haar mond en verzwolg hen met hun huisgezinnen… Zo daalden zij, met al de hunnen, levend in het dodenrijk…”.

Het meest oudtestamentische, filmische zinkgat ooit was in Guatemala City, in 2010. Daar opende de aarde haar mond en slokte vijftien mensen met huis en al op in een 100 meter diepe schacht. Of wat te denken van de man uit Florida, een paar jaar terug: hij lag te slapen toen hij met bed en al door de aarde verzwolgen werd; nooit werd hij gevonden.

Stof zijt ge en tot stof zult gij wederkeren, dat weten we best, maar juist daarom zijn we bedreven in het betegelen en bedekken van die aarde waar we naar toe gaan. Beschaving is stoere bluf van beton en asfalt; zinkgaten zijn plaatsen waar die werkelijkheid door de mand valt.

Daarom moeten ze vlug worden afgezet met veiligheidslint, voordat iedereen het ziet.

Maar we kunnen onze ogen er nauwelijks vanaf houden. Zinkgaten gaan altijd viral. Een zinkgat is het ondenkbare, een wak in je werkelijkheid — heel eng, ja, maar ook nogal spannend. Net zoals juist die films of boeken die de bodem onder je bestaan wegslaan je het meest bijblijven. Of denk aan dat oude kinderliedje ‘gat in de weg’.

Een gat in de weg kan het begin zijn van een revolutie, een nieuw leven. Niet voor niets hadden de Franse studenten in mei 1968 als slogan: ‘sous les pavés, la plage!’ Onder de straatstenen het zand! Onder het betegelde, dichtgetikte leven zit het paradijs. Als de straat is opgebroken en je een dwarsdoorsnede van de aardkost ziet, krijg je al een glimp van die andere werkelijkheid: de hele straat lijkt vreemder, opener, vol kansen.

Een groot deel van onze politiek en ons leven is juist gericht op het dichttikken en betegelen van onzekerheden. Daarin zijn we zo succesvol geworden, dat we een nieuw probleem hebben geschapen: verveling. Verveling is denk ik de meest onderschatte politieke factor van deze tijd.

Toen de storm die deze week was aangekondigd meeviel, klonk er bijna een zucht van teleurstelling. Het verlangen ‘dat er iets gebeurt’ is groot, maar de beloofde disruptie van het alledaagse bleef dit keer uit. Een zinkgat in een saaie straat is schokkend, maar er gebeurt tenminste wel iets.

Op de foto zie je twee mannen bij de rand van de afgrond staan, in die paradoxale hoogtevrees-pose: de krachten van angst en nieuwsgierigheid zie je trekken aan het lichaam, ze deinzen terug en buigen voorover.

Zo kijken velen momenteel naar het wereldgebeuren, met een mengeling van verbijstering over het ondenkbare dat zich voltrekt, maar evengoed met nieuwsgierige fascinatie en met opwinding over wat komen gaat: vergeef ons onze zonden maar verlos ons van het gewone.