Gezinshereniging is te beperken - tot het niet meer bestaat

De politieke belangstelling voor gezinshereniging lijkt bij deze verkiezingen geluwd. In de Verblijfscolumn legt Martijn Stronks uit hoe dat komt.

Op grond van Europese en nationale regels hebben vreemdelingen en Nederlanders recht op gezinshereniging. Onder voorwaarden mogen ze hun partner en kinderen naar Nederland laten komen. Maar over die voorwaarden is al jaren veel politiek gedoe. Afgelopen woensdag nog verklaarde een Britse rechter dat de strenge inkomenseisen voor gezinsmigratie van Britse burgers met partners van buiten de EU rechtmatig is. Britten moeten meer dan 22000 euro (18600 pond) verdienen willen ze met hun partner in het Verenigd Koninkrijk kunnen samenleven. Ook Nederland kent zo’n inkomenseis, die is gesteld op het minimumloon.

Scheiden = land verlaten

Uit onderzoek van Verblijfblog blijkt dat politieke partijen de afgelopen jaren in hun verkiezingsprogramma’s uiteenlopende maatregelen hebben voorgesteld om gezinsmigratie te bemoeilijken. Een inkomenseis van 120% van het minimuminkomen, een inburgeringsexamen in het land van herkomst, verhoging van de minimumleeftijd voor gezinsmigratie van 21 naar 24 jaar en hogere kosten voor verblijfsvergunningen. De VVD stelde in 2010 bovendien voor om de partner tien jaar lang een afhankelijk verblijfsrecht te geven. Dit zou betekenen dat als de relatie in de eerste tien jaar stuk zou lopen, de partner zijn verblijfsvergunning nog zou verliezen.

In de verkiezingsprogramma’s van 2017 staat echter opvallend weinig over gezinsmigratie. Alleen de VVD stelt dat het voor strengere regels is, maar wordt weinig concreet. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat een aantal van de eerder voorgestelde of ingevoerde maatregelen inmiddels strijdig is verklaard met het Europese recht. Zo haalde het Hof van Justitie in 2010 een streep door de Nederlandse inkomenseis van 120% van het minimuminkomen. En bijvoorbeeld de leeftijdseis is door de Europese gezinsherenigingsrichtlijn gemaximeerd op 21 jaar. De voorwaarden die men mag stellen aan gezinsmigratie worden duidelijk beperkt door het Europees recht, ook al deed minister Leers in een Kamerdebat (vanaf 0:40) in 2012 nog erg zijn best om dit te verbloemen.

Europa = boeman

Sommigen zullen dit zien als de zoveelste schadelijke inperking van Nederlands’ soevereine recht om te beslissen wie hier binnenkomt, en wie niet. Weer is Europa de boeman, en weer zien we hetzelfde patroon. Als je straffe plannen om migratie te beperken worden gedwarsboomd door Europa, kunnen deze plannen in ieder geval nog dienen als een stok om datzelfde Europa mee te slaan. Toch is de tegenstelling tussen Europa en nationale soevereiniteit naar mijn idee weinig verhelderend als het gaat om gezinshereniging. Nederland heeft gezinsmigratie altijd erkend, het is, naast asiel en arbeid, een van de drie traditionele pijlers van het migratierecht. Bovendien erkent ‘Europa’ dat dit recht op gezinshereniging niet absoluut is, en dat staten wel degelijk grenzen kunnen stellen. Zo is het alleszins legitiem om vanwege de sociale zekerheid inkomenseisen te stellen, zodat de buitenlandse partner niet onmiddellijk een beroep doet op de staatskas. Ook mogen er (hoge) leges worden gevraagd, en kunnen er integratie- en leeftijdseisen worden gesteld.

Liefde = grenzeloos

Eigenlijk eist het Europees recht alleen dat het recht op gezinshereniging feitelijk blijft bestaan. De voorwaarden mogen niet tot gevolg hebben dat (bepaalde) mensen feitelijk amper nog in staat kunnen zijn om hun recht te doen gelden. Er is immers een punt waarop voorwaarden voor een recht ombuigt in een belemmering daarvan. Misschien dat dan ook niet zozeer Europa de reden is dat weinig partijen nog pleiten voor strengere gezinsmigratie. Mogelijk zijn we simpelweg op een punt beland dat het recht op gezinsleven moeilijk nog verder kán worden ingeperkt zonder het voor bepaalde groepen feitelijk af te schaffen. Afschaffen kan natuurlijk nog wel, maar dat lijkt geen serieuze optie. Zelfs Wilders zal gezien zijn Bulgaarse partner erkennen dat liefde grenzeloos is.

 

De Verblijfscolumn wordt op regelmatige basis geschreven door Martijn Stronks in samenwerking met Verblijfblog.nl, van de sectie migratierecht van de Vrije Universiteit Amsterdam. Martijn Stronks is jurist en filosoof en is als universitair docent verbonden aan de VU.