Commentaar

Wietwet van D66 schept politiek een feit en verplicht dus tot actie

Met de Wet Gesloten Coffeeshopketen kreeg D66 deze week voor de tweede keer in korte tijd steun van een Kamermeerderheid voor regulering van een maatschappelijk omstreden onderwerp. Dat gebeurde eerder in september met het initiatiefwetsvoorstel Donorregistratie. In beide gevallen is het onzeker tot onwaarschijnlijk dat de Senaat de wetsvoorstellen ook zal aannemen. Initiatiefwetsvoorstellen halen nu eenmaal zelden het Staatsblad. Van de 52 initiatiefwetten die Kamerfracties tijdens deze periode indienden, haalde 13,5 procent de eindstreep in de Senaat, zo stelde NRC eerder vast.

De D66-initiatieven demonstreren echter ook hoe een oppositiepartij onder sterk gepolariseerde verhoudingen de Tweede Kamer toch tot een duidelijke politieke uitspraak kan brengen. Daaraan ontlenen deze initiatiefwetten dan ook gezag – bij de komende formatie zullen beide thema’s moeilijk door een nieuwe coalitie genegeerd kunnen worden.

De patstelling is dus doorbroken. Hoe bescheiden ook, er is een politiek feit gecreëerd. Dat geldt vooral het voorstel Gesloten Coffeeshopketen. Dat kreeg behalve steun van links, ook instemming van een aantal kleinere rechtse fracties. En het daagt de VVD uit om te ‘bewegen’. De liberalen namen onlangs een voorstel aan om de wietverkoop ‘slimmer’ te regelen. Dat verplicht, en wel tot actie.

Het D66-voorstel beoogt om via een vergunningenstelsel een groep geselecteerde kwekers vrij te stellen van vervolging. Zo komt een einde aan de als onwerkbaar en hypocriet beschouwde situatie waarin coffeeshops wel binnen strenge restricties wiet mogen verkopen aan ingezetenen, terwijl de inkoop ervan over de volle breedte illegaal blijft. Daarvoor in de plaats moet een ‘gesloten keten’ van teler, handelaar en verkoper ontstaan, die geheel bovengronds is. Met als voordeel kwaliteitscontrole op het product en een verhoopte scheiding tussen legale en illegale productie. Juridisch komt het neer op het uitbreiden van de gedoogde verkoop met de voortaan eveneens gedoogde teelt, onder strenge condities. Zo zou Nederland toch pro forma voldoen aan de internationale plicht om handel in drugs illegaal te houden. Op vrijwel ieder aspect van het voorstel is door de Raad van State, het Openbaar Ministerie en de Nationale Politie sceptisch of afwijzend gereageerd. Dat past in het beeld van het debat tot nu toe – er is binnen het bestuur meer consensus over hoe het niet moet met de wiethandel, dan over de vraag hoe het eventueel wel zou kunnen. Die houding valt hierna niet meer goed vol te houden.