Eigenzinnig Rotterdam verkóópt

Export

Rotterdams design gaat steeds vaker de grens over. Nuchtere ontwerpen en een no-nonsense handelsmentaliteit lijken de sleutel tot succes.

Caroline Poiesz in haar winkel aan de Botersloot Very Cherry Walter Herfst

Begin jaren negentig was gabber het eerste culture exportproduct van Rotterdam. Kaalgeschoren koppen, Aussie-trainingspakken en de snoeiharde muziek werden geassocieerd met de rauwheid van de stad en van de Verenigde Staten tot aan Australië gekopieerd. De no-nonsense en unieke stijl van Rotterdamse mode en design bleef sindsdien in het buitenland niet onopgemerkt, en vindt mede door het internet een steeds grotere afzetmarkt. Concept store Groos, met Rotterdamse design- en lifestyleproducten, doet goede zaken met het groeiend aantal buitenlandse toeristen dat vooral lijkt te vallen voor de nuchterheid en humor van design uit Rotterdam. De kleurige flesvazen van Foekje Fleur, geïnspireerd op plastic zwerfafval uit de Maas, en typografisch vormgegeven prints worden bij Groos dagelijks naar andere werelddelen verscheept. Ook Reuzel, het haar-vet van barbiers Leen en Bertus van Schorem, vindt sinds een paar maanden een enorme afzetmarkt over de grens. Ondanks de toenemende populariteit blijft de barber shop aan de Nieuwe Binnenweg de basis van het Reuzel-imperium. De stad is immers onlosmakelijk met het product verbonden.

Walter Herfst

Dat geldt ook voor de tassen van de Rotterdamse ontwerper Susan Bijl, die al in 2004 voor het eerst in het straatbeeld van Japan opdoken. „Met hulp van een Japanse connectie ging het plotseling razendsnel, met als hoogtepunt meer dan duizend verkooppunten door heel Japan”, zegt woordvoerder Vincent van Duin. „Door de crisis zakte de verkoop echter weer even snel in elkaar. De onbegrensde mogelijkheden van online winkels biedt nu weer nieuwe kansen.” Het ontwerp van de Susan Bijl-tas is sinds de start van het bedrijf steevast hetzelfde. Evenals de naam van haarproduct Reuzel, dat in het buitenland amper valt uit te spreken. Die nuchtere aanpak, zonder poespas of concessies, blijkt te werken. Van Duin: „Je kan er heel moeilijk over doen, maar wat wij maken is en blijft gewoon een tas. Een functioneel product dat zijn beloftes waar maakt. Dat nuchtere uitgangspunt willen we graag zo houden.”

Ook voor duurzaamheid zijn buitenlandse inkopers hier aan het goede adres. Steeds meer klanten specialiseren zich in design waar gelet wordt op arbeidsomstandigheden en het gebruik van milieuvriendelijke materialen en kleurstoffen. Sieraadontwerper Zelda Beauchampet haalt voor haar merk The Boyscouts inspiratie uit de strakke, Rotterdamse architectuur. Haar collecties zijn duurzaam en ambachtelijk gemaakt en dat slaat aan, bij wel tachtig verkooppunten wereldwijd.

Internationaal

De Rotterdamse Caroline Poiesz, eigenaar van kledingmerk- en winkel Very Cherry, wordt sinds begin dit jaar vertegenwoordigd door sales agenten in Frankrijk en Duitsland die haar op vintage gebaseerde collectie als eigenzinnig beschouwen. De opstart naar buitenlandse handel vergt enige oefening, zo blijkt. Poiesz: „Onze handelsgeest is toch vaak handjeklap en klaar. Een paar kilometer over de grens zijn de zakelijke omgangsvormen al anders. Fransen en Belgen zijn een stuk beleefder en nemen de tijd. En dan heb je nog de taalbarrière.” Susan Bijl-woordvoerder Van Duin: „Rotterdammers zijn erg direct. In Japan moet je vooral oppassen in je haast niet iemand te beledigen.”

Ik maak graag gebruik van de zuigende werking die Rotterdam nu heeft

Met een buitenlandse vertegenwoordiger is de rompslomp van het opzetten van eigen winkel in het buitenland niet nodig. Poiesz: „Ik maak graag gebruik van de zuigende werking die Rotterdam nu heeft. De vrouwen in deze stad inspireren mij ook enorm. Voorlopig blijf ik hier.” Ook Susan Bijl verscheept haar tassen liever vanuit Rotterdam naar landen als België, China en Zuid-Korea. Van Duin: „Misschien dat we ooit een winkel in Japan openen, maar dan moeten we er zelf heen. Een franchise is geen optie. Vanuit hier kunnen we het beste ons eigen verhaal vertellen. Met de winkel als één grote etalage.”