Begraven onder een dikke laag zand

Onderzoek corruptie

SHV, het grootste familiebedrijf van Nederland, sluit binnenkort een bedrijf in Dubai. De reden: het dochterbedrijf betaalde jarenlang ongehinderd en systematisch inkopers van klanten in ruil voor opdrachten. De top van SHV wist hiervan en deed jarenlang niets.

De skyline van Dubai in 2009, toen veel wolkenkrabbers nog in aanbouw waren. Foto EPA

Het is vroeg in de ochtend al bijna dertig graden als een Nederlandse delegatie toegang eist tot een wit kantoor naast blauwe loodsen, aan de rand van het Dubai Investments Park. Het park ligt op een smal stuk land tussen de woestijn en de bekende opgespoten palmeilanden aan de kust. De delegatie wil nu, meteen, de administratie hebben. De laptops moeten ingeleverd. Het personeel is verbouwereerd.

Het onverwachte bezoek deze zondag 8 november 2015 heeft alles weg van een klassieke dawn raid. Alleen bestaat de delegatie nu niet uit agenten van een opsporingsinstantie maar uit mensen van het Nederlandse moederbedrijf en advocaten van De Brauw. Ze spitten de boekhouding van het bedrijf door en ondervragen werknemers. Ze zijn op zoek naar allerlei bewijzen. Bewijzen voor corruptie, bewijzen voor valsheid in geschrifte en voor schending van handelsembargo’s. Voor welke bedragen zijn klanten omgekocht? Hoe zijn die steekpenningen in de boeken beland? Is aan klanten wel verkocht wat hun is beloofd? Was er ongeoorloofde handel met Iran? Voor iemand anders er lucht van krijgt, wil de delegatie precies weten: wat spoken ze hier eigenlijk uit?

De inval is goed voorbereid. Het lokale personeel krijgt handzame, geplastificeerde kaartjes in de handen gedrukt met acht do’s en don’ts ter voorbereiding op een echte inval door opsporingsambtenaren. Het moederbedrijf houdt daar rekening mee. Punt vijf: houd de ambtenaren in het receptiegedeelte. Punt acht: praat niet met buitenstaanders over de inval. Ook krijgen medewerkers instructies. Die schrijven voor dat ze niet langer orders mogen verzenden waarmee ze „de klant bedriegen”. En: er mogen per direct geen „sales incentives” meer worden betaald.

Na een paar maanden besluit de top dat het bedrijf in het Midden-Oosten moet sluiten.

De blauwe loodsen in het zand van Dubai zijn van handelshuis SHV, Nederlands grootste familiebedrijf. Dat heeft de reputatie een nuchter en stabiel bedrijf te zijn, met een keurige eigenaar. De welgestelde familie Fentener van Vlissingen onderhoudt van oudsher warme banden met het koningshuis en schenkt aan goede doelen. Toch heeft een van hun bedrijven in het Midden-Oosten, Econosto Mideast, jarenlang ongehinderd en systematisch voor ongeveer 1 miljoen euro per jaar inkopers van klanten betaald voor opdrachten. Het hield over de betalingen een schaduwboekhouding bij. Het bedrijf heeft volgens betrokkenen tijdens het handelsembargo ook zaken gedaan met Iran. En het loog klanten voor. Het deed alsof producten uit Nederland kwamen terwijl ze in een fabriek in China werden gemaakt.

En ja, er zitten veel kilometers tussen de gebeeldhouwde reliëfs op de gevel van het hoofdkantoor in Utrecht en het fantasieloze prefab kantoor in de woestijn. Maar de omstreden commissies waren bij de opeenvolgende directeuren en commissarissen, het bestuur van SHV en accountant PwC bekend. Ze traden er niet tegen op. Dat blijkt uit onderzoek van NRC op basis van gesprekken met betrokkenen en interne documenten.

Afsluiters

Je moet een beetje smeren, zo gaat dat in het Midden-Oosten. Wie al te Hollands blijft, krijgt er geen voet aan de grond. De Nederlander Chris Frietman weet dat als geen ander. Hij kent die lokale cultuur. Al sinds begin jaren negentig runt hij Econosto Mideast in Dubai. Dat bedrijf verkoopt pijpen en pijpverbindingen, maar vooral industriële afsluiters – onderdelen waarmee je pijpen dichtdraait - aan olie- en chemiebedrijven, de scheepvaart en de brandbestrijding. Het is deel van het Nederlandse beursgenoteerde technisch handelshuis Econosto uit Capelle aan den IJssel, dat meer dan 120 jaar geleden ontstond en met de Rotterdamse haven groot werd.

Frietman is een vriendelijke, gemoedelijke man. Hij is opvallend geliefd bij het personeel, dat uit Indiërs, Pakistanen, Arabieren en een enkele westerling bestaat. De medewerkers voelen zich door hem gezien en waarderen de vriendelijke cultuur die hij creëert, waarin het niet uitmaakt hoe hoog je op de ladder staat. Één zegt: „Het is niet dat we hem mogen, we hóuden van hem.” Frietman blijft in dat opzicht heel Nederlands: wars van autoritair gedrag.

Nu is afsluiters en buizen verkopen geen hogere wiskunde. Econosto Mideast verkoopt „niks wat je niet ook om de hoek kan krijgen”, zegt een betrokkene. Dus komt het aan op slimme marketing. En een beetje smeren. Het is zaak om goede relaties te onderhouden met de inkopers van de bedrijven in de regio. In het kantoor bevindt zich een goedgevulde kluis met bankbiljetten. Medewerkers en oud-medewerkers van Econosto Mideast vertellen hoe zaken werd gedaan.

„Stel, ik ga als verkoper van Econosto naar de inkoper van, zeg, Drake & Scull. Ik betaal hem en hij geeft me een grote opdracht.”

„Als je zaken doet, vragen mensen: wat wil jij? Dat is standaard hier. Iets kost 800. Je vertelt je baas dat het 1.200 kost; 200 is voor jou, 200 voor de ander.”

Een ander: „Ik heb het zelf nooit gezien, maar het gebeurt overal. De concurrentie is heel groot. Je moet betalen in ruil voor een opdracht.”

Een bedrijf mag een onafhankelijke tussenpersoon een gepast bedrag betalen als diegene een mooie opdracht bij een ander bedrijf kan regelen. Niet-ambtelijke corruptie is het als een bedrijf betaalt aan een individu, dus aan een vertegenwoordiger van een bedrijf, zoals een inkoper. „Als dat ook nog eens cash gebeurt, of zonder factuur, kun je ervan uitgaan dat het corruptie betreft”, zegt Robert Hein Broekhuijsen, voormalig officier van justitie en partner bij het in fraude en corruptie gespecialiseerde Ivy Advocaten. „Dan belandt het geld zo goed als zeker in de zak van de inkoper.”

Chris Frietman weet van Econosto Mideast een goedlopend bedrijf te maken met zo’n 170 man in Dubai en satellietkantoren in Abu Dhabi, Qatar, Maleisië, India en Oman.

Hij bouwt er een loods en kantoren bij.

Waarschuwingen

Waarschuwingen over de zo succesvolle dochter zijn er in ieder geval vanaf 2005. Op het hoofdkantoor van Econosto in Capelle aan den IJssel zingt dan rond dat in het Midden-Oosten commissies worden betaald in ruil voor opdrachten. Het zou om omkoping gaan. Corruptie. Met tegenzin en weinig haast gaan twee opeenvolgende financieel directeuren op onderzoek uit. Niemand zit te wachten op nog meer problemen. Door verkeerde strategische beslissingen in eerdere jaren – overnames van fabrieken in onder meer Tsjechië en Hongarije - is het handelshuis in doodsnood. Het staat onder streng toezicht van de afdeling bijzonder beheer van huisbanken ABN Amro en het toenmalige Fortis. Juist de afsluiters in het Midden-Oosten dragen op dat moment nog flink bij aan het resultaat. Een betrokkene daarover: „Je gaat toch je beste afdeling niet slopen?”

En toch moeten de commissarissen iets. Ze houden toezicht op het bedrijf en horen te weten wat er speelt. Een van de commissarissen is Cees Knol. Bijna al zijn tijd gaat op aan het helpen verkopen van de fabrieken. Een tweede commissaris richt zich vooral op de bedrijfscultuur. De derde heet Stephan Nanninga. Hij studeerde rechten in Rotterdam en bedrijfseconomie in Delft en is op dat moment ook directeur bij moederbedrijf CRH van Gamma en Karwei. Als commissaris kijkt hij naar de gebieden waar het nog wel goed gaat. Nederland. Frankrijk. Het Midden-Oosten.

We wilden niet alles weten

Op een middag laten de drie zich bijpraten over de betalingen. Het gesprek vindt plaats in de bestuurskamer op het hoofdkantoor. De directeur en de financieel directeur en alle drie de commissarissen zijn aanwezig. Tot dan konden de commissarissen onderling nog volhouden dat het wel mee viel in het Midden-Oosten. Knol zegt daar nu over, in gesprek met NRC: „We wisten dat partijen die met business aan kwamen dragen, daarvoor betaald kregen. Maar dat hoefde helemaal niet illegaal te zijn.” Alleen, de bevindingen van de financieel directeur waren scherp: Ja, er werden commissies betaald aan derden. Er zaten gaten in de boekhouding. Niet iedere ontvanger van commissies wilde een factuur.

Een andere aanwezige zegt dat het daarbij bleef. Dat iedereen elkaar maar wat zat aan te staren. Wat gaan we doen? Zeg het maar. Ze wisten allemaal dat ze zonder de commissies nauwelijks zaken kunnen doen in het Midden-Oosten. Dit zegt Knol: „Het antwoord van de financieel directeur was: dingen deugen niet, maar ik zorg dat ze weer gaan deugen. Ik vroeg: hoe lang denk je daarvoor nodig te hebben? Een paar maanden, zei hij.”

En toen? „Daar hebben we het bij gelaten. We wilden niet alles weten”, zegt Knol. Er waren andere problemen. Grotere problemen. „De fabrieken moesten snel worden verkocht, daar wogen die commissies niet tegen op. Dan werd er in het Midden-Oosten iemand misschien drie keer betaald terwijl er maar één order was. Dáár bloedt een bedrijf niet van dood.”

De datum van de commissarissenvergadering kunnen aanwezigen zich niet herinneren. Eind 2005? Begin 2006? Het was volgens Knol in elk geval ruim voor Stephan Nanninga op 1 november 2007 plaats neemt in de raad van bestuur van SHV.

Later zal hij dat bestuur gaan leiden.

Schaduwboekhouding

Hoe houdt een moeder van een groot gezin al haar kinderen in het gareel? Vooral als ze elk wat anders doen en in alle uithoeken van de wereld zitten waar telkens andere mores gelden? Kan zij weten wat elk kind precies uitvreet? Wil zij dat wel weten? Die vragen tellen ook voor de top van SHV.

SHV en haar dochterbedrijven. Illustratie NRC Studio

SHV is een handelshuis met een grote en bonte verzameling aan bedrijven in corruptiegevoelige sectoren in ook nog eens corruptiegevoelige landen. De bedrijven produceren en vervoeren olie, gas, hijskranen (Mammoet), technische onderdelen, diervoeders (Nutreco) en levensmiddelen (Makro) en bieden allerlei diensten aan. In honderden vestigingen over de hele wereld werken meer dan 61.000 mensen. De besturen van al die bedrijven kennen veel vrijheid.

Om toch te weten wat er speelt, heeft SHV één huisaccountant voor alle dochterbedrijven: PricewaterhouseCoopers (PwC). Ook benoemt SHV het liefst een vertrouweling als financieel bestuurder in al die bedrijven. En het geeft een cursus bedrijfsnormen op de werkvloer. Met gekleurde kaarten raden werknemers dan wat wel en niet mag. De medewerkers van Econosto Mideast krijgen ook zo’n cursus. In 2009 koopt SHV namelijk technisch handelshuis Eriks dat net een jaar ervoor Econosto overnam.

Zó komen de blauwe loodsen in de woestijn in het bezit van SHV en opnieuw in het zicht van Stephan Nanninga.

Al snel na de overname van Eriks komt ook de rest van de raad van bestuur van SHV over de betalingen in het Midden-Oosten te weten. PwC wijdt er namelijk begin 2010 een uitgebreide paragraaf aan in het jaarlijkse accountantsverslag. Dat gaat naar de raad van bestuur en de raad van commissarissen van Eriks. En in die raad van commissarissen zit het voltallige, vierkoppige bestuur van SHV. In het verslag staat om welke bedragen het gaat, hoe de commissies niet goed in de boeken worden verwerkt, dat niemand bijhoudt naar wie de bankbiljetten gaan en dat hiermee de wet wel eens zou kunnen worden overtreden. De accountant heeft er uitgebreid met het management van de betrokken bedrijven over gesproken, schrijft hij. Dat betekent dat op dat moment de top van SHV, van Eriks en van Econosto weten dat in het Midden-Oosten mensen op dubieuze wijze betaald krijgen in ruil voor opdrachten.

Zodra bestuurders van SHV of van welk ander bedrijf dan ook, weet hebben van mogelijke strafbare feiten binnen het bedrijf, moeten ze er direct tegen optreden. Ze moeten zorgen dat het ophoudt. Voormalig officier van justitie Broekhuijsen: „Het niets doen van een bestuurder als hij weet dat er in zijn onderneming strafbare feiten worden gepleegd, kan als feitelijk leiding geven aan die strafbare feiten worden gezien. Dat kan leiden tot zijn persoonlijke strafrechtelijke aansprakelijkheid.”

Toch blijft de praktijk nog jaren voortbestaan. Op een kleine verandering na. Chris Frietman en zijn mensen in het Midden-Oosten gaan rond die tijd op advies van de accountant keurig bijhouden aan wie ze de commissies betalen. Voor de hogere bedragen moeten zelfs twee mensen tekenen. In een map. Op papier. De rest van de boekhouding blijft digitaal. Zo ontstaat een schaduwboekhouding.

„Het was net een film”, zegt iemand die bij de inval eind 2015 was. „Alsof de FBI komt binnenvallen.” Zondag is de eerste werkdag van de week in Dubai. Als bij verrassing verschijnt de directeur van Eriks ’s ochtends in de deuropening met achter hem „wel twintig mensen uit Nederland”, aldus de aanwezige. Frietman wordt efficiënt naar de conferentiezaal geleid, waar juristen en adviseurs zich al hebben genesteld. Laptops en documenten van de staf worden verzameld en geanalyseerd. De kluis wordt geopend. De mappen met de bedragen aan inkopers komen tevoorschijn.

De luxaflex van de conferentiezaal gaan dicht.

Woestijnzand

In de loop van 2015 was alles samengevallen. Het besef bij SHV, na een interne lezing, dat bestuurders persoonlijk strafrechtelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld. Een nieuwe accountant, KPMG, die de „tweehonderd” betalingen „sinds 2007” in het Midden-Oosten wél ernstig genoeg vindt om deze als „omkoping” bij overheidsinstantie FIU te melden. Een laatste managementbrief van de oude accountant PwC aan SHV waarin de betalingen licht worden aangestipt. Dit keer wordt het signaal wel opgepikt.

De daarop toenemende druk op Frietman, die zegt dan maar op te stappen. Een wakkere directeur van Eriks. Die vliegt naar Dubai om een mogelijke opvolger van Frietman te spreken. Die durft niet. Waarom niet? Zijn advocaat raadde het hem af. Dan komt het eruit. Het smeergeld. De schaduwboekhouding. Handel met Iran gedurende enkele jaren.

Meerdere betrokkenen vertellen dat sprake was van export naar Iran, een ernstige zaak. Fokker Services deed het ook. Dat stuurde tussen 2005 en 2010 pakketjes met Amerikaanse vliegtuigonderdelen naar onder meer Iran. Toen het uitkwam, schikte het voor 21 miljoen euro met de Amerikaanse overheid.

En, zegt de man in Dubai die geen directeur wil worden, wisten ze in Nederland eigenlijk dat klanten al jaren niet krijgen waarvoor ze betalen? Het bedrijf blijkt ook nog eens producten uit China aan klanten te verkopen alsof ze uit Nederland of een ander westers land komen, met hulp van valse labels en herkomstcertificaten. Made in the Netherlands. Noem het omkatten. Of valsheid in geschrifte. Deze Chinese pijpverbindingen en afsluiters zijn geleverd aan grote bouwprojecten in Abu Dhabi, Qatar, Saudi Arabië, Sri Lanka, Pakistan en Koeweit.

De verre dochter is een hoofdpijndossier geworden.

Hoe begraaf je een corruptiezaak? Hoop je dat het woestijnzand het langzaam zal bedekken of onderneem je meer?

SHV doet wat een gevestigd bedrijf in serieuze problemen doet. Het huurt advocatenkantoor De Brauw in. Dat doet een intern onderzoek, verhoort medewerkers en stelt een dossier samen, in dit geval met hulp van de forensisch experts van Deloitte. Het inhuren van De Brauw voor een klus als deze is peperduur, maar heeft als voordeel dat alle communicatie onder het verschoningsrecht valt – client privileged. Dat verkleint de kans op uitlekken. Zelfs opsporingsinstanties kunnen er dan moeilijk bij. En als die toch ineens voor de deur staan, weet het personeel wat te doen, vandaar die instructiekaartjes. Het kantoor beperkt de schade.

SHV neemt intern maatregelen, maar maakt niets openbaar.

Wie weet waait het over.

De general counsel op het hoofdkantoor van SHV moet weg, de betrokken directeuren en bestuurders bij de dochterbedrijven gaan eruit, onder wie ook de vertrouweling die SHV als financiële man had aangesteld. Ook hij wist ervan en hield zijn mond. En tijdens de schoonmaak komen kwesties boven bij nog andere dochterbedrijven. Ook daar worden verantwoordelijken ontslagen. Wie weg moet, krijgt geld mee en tekent een zwijgcontract. Stephan Nanninga stapt begin 2016 zelf voortijdig op. Hij moet vervelende vragen van De Brauw beantwoorden over de betalingen, maar ook zijn er persoonlijke omstandigheden.

En Econosto Mideast? Na de inval krijgen medewerkers de expliciete instructie „stop met het vermelden ‘gemaakt in Nederland’ als dat niet zo is”. Ze moeten alle oneerlijke orders en mogelijke claims inventariseren. Er bestaat een kans dat klanten geld terug willen als de misleiding uitkomt. Lange lijsten met niet-kloppende verzendingen worden aangelegd.

In de loodsen wrikt het personeel labels van onderdelen af.

Nu, vanaf maart 2017, sluit SHV het bedrijf. Het overgebleven personeel krijgt vier maanden salaris mee en de opdracht de mond te houden. Voor sommige werknemers betekent het dat ze moeten verhuizen – een baan is een voorwaarde voor een visum in de Verenigde Arabische Emiraten.

SHV kan een plausibele reden geven voor de sluiting van Econosto Mideast. Door de huidige crisis in de gas- en oliesector loopt het daar toch al niet goed. Dat daarmee ook de problemen verdwijnen, is een fijne bijkomstigheid.

De zaak wordt begraven.