Recensie

Ontwerper Maarten Baas speelt altijd verstoppertje

Expositie

Ontwerper Maarten Baas verrast steeds opnieuw met een nieuwe stijl, zo toont zijn eerste grote overzichtstentoonstelling in het Groninger Museum

Hide & Seek, Maarten Baas, Groninger Museum 2017 Foto Marten de Leeuw

Verstoppertje spelen, ontwerper Maarten Baas (1978) is er in anderhalf decennium wereldberoemd mee geworden. Zijn eerste grote overzichtstentoonstelling, in het Groninger Museum, heet dan ook toepasselijk Hide & Seek, Maarten Baas.

Weinig ontwerpers doen zoveel moeite om niet te voldoen aan een verwachtingspatroon. Bij elke presentatie lijkt het alsof Baas een nieuwe start maakt. Heeft hij het vorige losgelaten, verkent hij weer een andere techniek of discipline. Dit jaar gaan in Eindhoven de eerste palen in de grond van een mede door hem ontwikkeld appartementencomplex, zijn eerste schreden op het pad van de architectuur.

In een gesprek afgedrukt in de tentoonstellingscatalogus haalt Baas een van zijn leermeesters aan, de grafisch ontwerper Anthon Beeke. „Als je een vaste stijl hebt, is het alsof je in de gevangenis zit”, zei Beeke vaak. Zo denkt Baas ook: hij verstopt zich, om maar niet te kunnen worden vastgepind in een bepaalde stijl of techniek. Liever gaat hij als een ontdekkingsreiziger op zoek naar witte vlekken op de kaart.

Maarten Baas is ook een ontwerper die altijd minimaal een glimlach losmaakt

Die zucht naar avontuur maakt van Hide & Seek een gevarieerde tentoonstelling, waarbij de ontwerpen met veel gevoel voor theater zijn opgesteld. In de eerste zalen staan de verbrande meubels, die voortvloeiden uit Smoke, Baas’ eindexamenproject aan de Design Academy Eindhoven. Op videoschermen branden designklassiekers van onder anderen Rietveld en Sottsass. Door op tijd de vlammen te doven en de geblakerde resten met transparante epoxy te behandelen, heeft Baas nieuwe, grillige meubels ‘ontworpen’.

Niet minder opzienbarend was zijn volgende project: Clay, vrolijk gekleurde meubels die door Baas en zijn medewerkers met de hand zijn gemaakt door industriële klei over stalen frames te kneden. In het museum kunnen de bezoekers plaatsnemen op gekleide bankjes. Achter koddige hekjes, uiteraard ook van klei, staan dertien ventilatoren te blazen als een onbeholpen hoempa-orkestje. Baas is ook een ontwerper die altijd minimaal een glimlach losmaakt.

En zo valt de bezoeker van de ene verbazing in de andere. Er is een zaal met grote staande videoklokken, waarin de ontwerper iedere minuut van de dag wegpoetst, om daarna de volgende te tekenen. Er zijn maquettes voor een landschapskunstwerk dat zich alleen vanuit een vliegtuig laat bewonderen: een groot bos waarin verschillende boomsoorten het woord NEW vormen. Ook present is de circus-opstelling waarmee Baas drie jaar geleden in Milaan de draak stak met de grootste designbeurs ter wereld. De bijbehorende kermismuziek schalt over de hele expositie.

Baas presenteert eveneens nieuw werk. Naast een serie metalen kasten die met de zwaartekracht spotten, besluit hij de tentoonstelling met de installatie May I have your attention please?, een woud van zo’n dertig kegelvormige luidsprekers op standaards, waaruit onverstaanbare boodschappen klinken.

Volgens de begeleidende wandtekst lijken „spreekbuizen of roeptoeters hét symbool van deze tijd”. Als we niet oppassen, stelt Baas, „vormt de kakofonie van stemmen, meningen, nieuwsberichten en wetenswaardigheden al snel een brij waarin feit en fictie steeds moeilijker van elkaar te onderscheiden zijn”. Een krachtig beeld in een tijd van hoog oplopende discussies over ‘fake news’.