Recensie

Anna Karenina met een Nederlandse ziel

De nieuwe vertaling van Anna Karenina leest als een trein, dankzij allerlei knappe vondsten van vertaler Hans Boland.

Illustratie Paul van der steen

Wat is er in hemelsnaam met Anna Karenina gebeurd? Als door de wol geverfde Tolstoi-liefhebber vraag je je dat af zodra je eenmaal op dreef bent in Hans Bolands nieuwe vertaling van die beroemde roman uit 1877. Anders dan in het Russische origineel en alle eerdere westerse vertalingen wordt bijvoorbeeld Stepan Arkadjevitsj Oblonski, de broer van de titelheldin, niet meer met zijn voor- en vadersnaam aangeduid, maar slechts met ‘Oblonski’ of zijn koosnaam ‘Stiva’. Ook heet Sergej Alexandrovitsj Karenin, Anna’s echtgenoot, in het vervolg gewoon Karenin, of, nog kariger, Sergé. Alsof er een Russisch laagje van hun identiteit is afgeschraapt. Je verbazing neemt verder toe als Tolstoi’s tobberige alter ego Konstantin Levin ineens Ljovin wordt genoemd en je bijna niet kunt geloven dat al die andere vertalers zich dus bijna anderhalve eeuw lang hebben vergist.

Bolands keuzes zijn echter weloverwogen, zo blijkt uit het begeleidende boekje Hij kan me de bout hachelen met zijn vorstendommetje. Over Anna Karenina en de kunst van het vertalen, dat hij ter gelegenheid van zijn vertaling schreef en waarin hij overtuigend rekenschap aflegt van zijn daden. ‘Levin’ kun je in het cyrillisch namelijk evengoed lezen als ‘Ljovin’. En aangezien Tolstoi zelf ‘Levin’ eerder een naam voor een joodse koopman vond dan voor een Russische aristocraat, moet hij in zijn roman wel ‘Ljovin’ hebben bedoeld.

Magistrale klus

Naarmate je langer in deze meer dan duizend pagina’s dikke vertaling leest, besef je steeds meer wat voor een magistrale klus Boland heeft geklaard. Zo heeft hij anders dan zijn voorgangers ook Tolstoi’s meanderende zinnen intact gelaten en weet hij op een ideale manier toch los te komen van de originele Russische tekst. Hierdoor krijgt zijn Anna Karenina een veel beter ritme en leest het boek soepeler en sneller dan ooit tevoren. Soms vergeet je bijna dat het een negentiende-eeuwse roman is. Boland omschrijft het zelf het beste: ‘Er „staat” iets heel anders in het Russisch, en toch is het precies wat er in het Russisch staat – maar nu met een Nederlandse ziel. Toverij!’

Beter dan Tolstoi kun je een slappe, frivole aristocratie niet kenschetsen

In zijn vermakelijke betoog haalt hij ook Tolstoi’s beroemde beginzin ‘Gelukkige gezinnen lijken allemaal op elkaar, maar een ongelukkig gezin is altijd ongelukkig op zijn eigen manier’ onderuit: ‘je zou het met evenveel recht kunnen omdraaien, want ook vele gelukkige gezinnen zijn uniek en ook ongelukkige gezinnen hebben erg veel met elkaar gemeen.’

Sprong voorwaarts

Maar waar je Boland met name dankbaar voor moet zijn is dat hij door al die ingrepen de humor van somberman Tolstoi zo goed kan laten zien, die vooral naar voren komt als hij het over de rokkenjager Oblonski heeft. Het levert passages op die het slome, ongeïnteresseerde karakter van de tsaristische bestuursadel in alle opzichten verhelderen. Zo lees je over deze anti-held: ‘Zodoende beschouwden zij die de aardse zegeningen verdeelden, in de vorm van ambtsbetrekkingen, pachtgelden, overheidsconcessies en wat dies meer zij, hem als een van de hunnen, die niet kon worden overgeslagen, met als gevolg dat Oblonski zich niet overmatig had hoeven in te spannen om een lucratieve post te mogen bekleden. Het enige wat van hem verwacht werd, was dat hij nergens bezwaar tegen zou aantekenen, zich geen scheve blikken zou veroorloven, zich in geen geval vijandig zou opstellen en nooit persoonlijk aanstoot aan wat dan ook zou nemen, hetgeen probleemloos aansloot bij zijn goedaardige karakter.’

Beter kun je een slappe, frivole aristocratie, die het leven vooral als een lange vakantie ervoer, niet kenschetsen. Als je Bolands vertaling van deze passage nu ook nog eens naast die van bijvoorbeeld Wils Huisman uit 1965 legt, dan wordt die typering alleen maar sterker en besef je wat een enorme sprong voorwaarts de vertaalkunde in Nederland de afgelopen halve eeuw heeft gemaakt. Want juist in de karakterbeschrijvingen van Oblonski vallen de geniale vertaalkunsten van tovenaar Boland op.

Even scherp getekend als Oblonski is Alexé Karenin, de saaie, stijve, machtige topambtenaar met wie de mooie, naar liefde smachtende en uiteindelijk voor de trein springende Anna is getrouwd. Als zij hem bedriegt met de schatrijke adellijke playboy Vronski, is Karenin aanvankelijk vooral bezorgd om zijn eer en goede naam. En dan lees je iets, dat Anna Karenina behalve tot zo’n uitmuntende roman ook tot een handboek voor psychotherapeuten maakt: ‘Hij stond oog in oog met het naakte bestaan, dat de mogelijkheid openliet voor zijn vrouw om iemand anders dan hem lief te hebben. Dat was buitengewoon verwarrend, want tot dusver had er voor hem uitsluitend ambtenarij bestaan, bureaucratie, een surrogaat van de werkelijkheid; zodra hij met het leven zelf in aanraking kwam deinsde hij terug.’

Vergiffenis

Het bijzondere aan Tolstoi is dat hij uit de onsympathieke Karenin een mens van gevoel laat groeien. Het is een ontwikkeling die door de mooie taal van Boland alleen maar wordt versterkt. Bijvoorbeeld waar Karenin zijn vrouw, nadat ze een kind van Vronski heeft gebaard en bijna in het kraambed is gestorven, alles wil vergeven. En dan lees je: ‘Hij dacht helemaal niet aan het christelijke gebod dat hij zich zijn hele leven voor ogen had gehouden, om je vijanden te vergeven en lief te hebben, maar het vreugdevolle besef dat het juist dat was wat hij deed – zijn vijanden vergeven en lief hebben – overstroomde zijn hart. Hij lag op zijn knieën, met zijn hoofd in de kromming van haar arm, die dwars door het vest heen brandde als vuur, en hij snikte als een kind.’

Vanaf dat moment heb je niet alleen een zwak voor Oblonski, zijn zus Anna, Ljovin en diens vrouw Kitty, maar ook voor de bedrogen echtgenoot die niet weet waar hij het zoeken moet. Tolstoi zet ze bovendien neer als gewone mensen, die zo in de 21ste eeuw kunnen rondlopen.

Boland heeft Anna Karenina 140 jaar na zijn voltooiing opnieuw tot leven gewekt en er een eigentijdse roman van gemaakt. Zijn levendige aanpak zou elke vertaler tot voorbeeld moeten strekken.